-
De Vormersche Plas, even buiten Wijchen ligt er helemaal voor mij alleen.
Aan de rand van het ijs verbaas ik me over de leegte.
Snel de schaatsen aan, de enige tas die er aan de kant van het ijs is die van mij.
Er is een baan uitgezet.
Als het ijs de veegmachine kon dragen, dan ook mij.
Het smetteloos wit van de eerder in de week gevallen sneeuw. Het lijkt wel een Zweeds meer.
De ijsbergen in Gaast trekken deze dagen veel bekijks. Karin Broekhuijsen beklom een van de bergen en maakte deze prachtplaat.
Druk was het zaterdag ook op de Gouwzee. Foto: Marije Broekhuijsen.
De sporen op het ijs zijn alleen van mij.
Hoeveel rondjes heb ik al gereden?
Even remmen en dan snel een foto...
Dan komen er ook twee anderen schaatsen.
Na ruim twee uur hou ik het voor gezien.
En ik laat het ijs weer verlaten achter.
-
Wijchens droomijs, alleen voor mij14.02.2010 12:04
Met ook in De Bilt inmiddels de derde vorstperiode van deze winter (iedere wintermaand heeft er nu één), een Hellmanngetal dat in het noordoosten al tot boven 140 is opgelopen en landelijk rond 35 sneeuwdekdagen heeft deze winter de liefhebbers al van alles geboden. Voor mij ontbrak nog steeds een ding: ik had niet geschaatst. Zaterdag lukte het alsnog. Ik kon schaatsen, net buiten Wijchen. Op droomijs. En lange tijd alleen!
-
Advertentie
Het kriebelt als ik zaterdagochtend de gordijnen voor de ramen wegschuif. Net als voorgaande dagen ligt er in de tuin nog een beetje sneeuw. De eerste vogels zijn er alweer om te eten val al het voedsel, dat we al maanden in de tuin hebben hangen. De thermometer geeft een geruststellende -2,6 graden aan. En er valt een beetje motsneeuw. Het moet er nu echt van komen. Al bijna twee maanden – met enkele onderbrekingen – hebben we winterweer, maar schaatsen zat er maar steeds niet in. De ene keer was het de sneeuw die de ijsaangroei tegenhield, de andere keer de invallende dooi en op weer een ander moment, op mijn vaste stekkie bij de Waal, het stijgende water van de rivier dat de ijsvloer sloopte.
Nu ik een dag vrij heb en ik op een weerforum (www.weerwoord.be) heb gelezen dat er in de buurt van Wijchen een mogelijkheid is om te schaatsen op de Vormersche Plas, zal het dan toch gaan gebeuren. Vol goede moed rijd ik door het grijs-witte landschap richting Wijchen. Onderweg passeer ik nog een paar andere waterpartijen, maar zie niemand op het ijs. Rond 10 uur ’s ochtends kom ik bij de Vormersche Plas aan, een mooi ven tussen de bomen, net buiten Wijchen en vlakbij de plek waar twee grote wegen bij elkaar komen. Het parkeren van de auto levert geen problemen op. Een minuut later sta ik aan de rand van het ijs.
Grote leegte
Ik verbaas me over de grote leegte om me heen. Er is helemaal niemand! Voor me het wit besneeuwde meer met een mooie schaatsbaan, speciaal voor mij geveegd, zo lijkt het wel. Aan het ontbreken van sporen in het versgevallen ‘suikerlaagje’ zie ik dat er ook nog niemand is geweest. Zal het ijs dan niet sterk genoeg zijn, denk ik nog. Maar hoe goed ik ook tuur, ik zie nergens open water. En die baanveger is er toch ook met zijn machientje overheen gegaan..? Echt alles ligt er klaar voor. De schaatsers kunnen komen!De beslissing is dan ook snel genomen. Nog geen vijf minuten later schaats ik mijn eerste rondje over het echt wonderbaarlijk mooie ijs. Geen scheuren. Zwart en hard! Precies zoals we het willen. Het ijs kraakt nergens. Het schaatst hier als een tierelier! Terwijl de minuten wegtikken, verzink ik in mijn eigen gepeins. Waar zijn die schaatsers nou? Nog maar een jaar geleden gingen we met miljoenen tegelijk het ijs op omdat het eindelijk weer kon. En nu is er he-le-maal niemand… Ik kan het gewoon bijna niet geloven.
IJsbergen Gaast
Mijn gedachten glijden weg naar de tocht, die we eerder deze week maakten naar de ijsbergen op het IJsselmeer, een kilometer of drie bij de dijk vandaan in het Friese plaatsje Gaast. We schreven er nog een enthousiast verhaal over, op deze site. Met de foto’s erbij om te laten zien hoe bijzonder het toch was om zoiets in Nederland mee te maken. Het regende daarna reacties. Veel mensen complimenteerden ons, omdat ze het een leuk verhaal vonden en ze, door het te lezen, er ook zelf een beetje bij waren geweest. Van zulke reacties worden we natuurlijk blij. Er waren ook kritische woorden. Vanwege het risico dat we hadden genomen, door aan het bord voorbij te gaan waarop toch duidelijk stond dat het levensgevaarlijk was om het ijs op te gaan. En dat we andere mensen hiermee op een idee zouden kunnen brengen. ‘We hopen maar dat er geen ongelukken gebeuren’, schrijft een lezer. Die het verhaal over de wandeling hierna meteen ook als ’onverantwoordelijk’ beoordeelt.Vooral die woorden lieten me de dagen daarna niet meer los. Terwijl ik door schaats, besef ik me dat we de winter van de waarschuwingen meemaken. Dat het bij voorbeeld glad is als het sneeuwt. En dat je misschien maar beter niet op pad kunt gaan, als er een verkeersalarm of een weeralarm van kracht is. Maar ook, en dat meer dan in andere winters, dat het natuurijs om allerlei redenen onbetrouwbaar is en lang niet overal betreden kan worden. Niet voor niets natuurlijk, want in de loop van de dag bij voorbeeld blijkt de toevloed van schaatsers naar het ijs van de Gouwzee zo groot dat daar toch her en der problemen ontstaan. Mensen vallen op het ijs of schaatsen in een wak. En er ontstaan grote scheuren in het ijs
Bij Gaast is de toeloop van mensen eveneens groot, maar het ijs geeft geen krimp. Toch laat de gemeente waartoe het dorpje Gaast behoort weten niet gelukkig te zijn met de drukte op het ijs en bij de ijsbergen. Het ijs is te onbetrouwbaar en kan zoveel mensen niet aan, stelt een woordvoerder. De angst dat er ongelukken gebeuren zit er duidelijk in.
Hoe ging dat vroeger?
Ik vraag me af, hoe we dat vroeger deden, zonder al die waarschuwingen. In mijn geboortedorp Garderen op de Veluwe was het simpel. Als het vroor, was het Watersmeertje in de bossen ten zuidwesten van het dorp de eerste plek waar het ijs kon houden. We gingen er als kinderen zelf kijken. En ook schaatsen, als dat kon. Ik herinner me niet dat ouders in die tijd in de rij stonden om ons tegen te houden. We werden opgevoed met de gevaren van onbetrouwbaar ijs. En wisten dat zich onder dat ijs koud water bevond. Ik kan me ook niet herinneren dat ik er ooit ben doorgezakt. Zo voorzichtig waren we wel.Na het Watersmeertje kwam de Solse Poel. En dan na enige tijd het Uddelermeer, dat vijf kilometer van Garderen vandaan bij het buurdorp Uddel ligt. Het grappige was dat bijna altijd iemand uit Garderen als eerste het Uddelermeer op ging. De inwoners van Uddel verschenen vervolgens ook, eerst alleen langs de kant. Om te kijken hoe het ging. Een paar uur later kwamen ze er dan zelf bij. En liep het aantal schaatsers snel tot enkele honderden op. Ik vond dat altijd prachtig om mee te maken. En ik denk er nog vaak aan terug.
Gaat het nu ook zo?
Misschien gaat het hier op dat meer bij Wijchen wel net zo? Kijken omwonenden eerst de kat uit de boom en volgen ze daarna mijn voorbeeld? Het eerste uur gebeurt er niets. Ik draai mijn rondjes alleen en kom tot de bijzondere conclusie dat alle streken, die ik op mijn weg tegenkom, door mijzelf in het ijs getrokken zijn. Ik stop en maak er een foto van. Natuurlijk is natuurijs onbetrouwbaar. Volgens mij weten we dat allemaal. Net zo goed als dat we weten dat een besneeuwde weg glad is. Als je in een auto stapt en de weg op gaat, neem je ook een zeker risico. Het zijn risico’s die je in je overweging meeneemt. En betrekt bij je beslissing om uiteindelijk te gaan. Daarvoor hoef je niet per se gewaarschuwd te worden.Als schaatsminnende natie is Nederland uniek. Nergens anders in Europa is de passie voor het ijs zo groot. En is het misschien ook wel zo spannend om het ijs op te gaan, zodra het eenmaal vriest. Want het vriest bij ons bijna nooit genoeg. En toch is er nog steeds – en laat het alsjeblieft ook niet zover komen – geen wet die het ons verbiedt om het ijs op te gaan, als het natuurijs houdt. En is er geen officiële autoriteit die het licht op groen moet zetten, voordat we gaan. Als het vriest, is het ijs van iedereen. En beslissen we min of meer samen wanneer we erop mogen. Omdat we zelf ons ijs als beste kennen. En altijd ook hebben gekend.
Een autoriteit kan daar niet tegenop. Een autoriteit kent het Watersmeertje niet, noch de Solse Poel of het Uddelermeer. Des te bijzonderder is het dat we dit jaar toch zo nadrukkelijk worden gewaarschuwd om het ijs niet op te gaan, behalve als een autoriteit zijn fiat aan dat ijs heeft gegeven. Vorig jaar klonk die waarschuwing al een beetje, dit jaar, zo nu lijkt, vele malen luider. Zou het dan zo zijn dat wij als schaatsers ons beoordelingsvermogen zo langzamerhand aan het verliezen zijn? En niet meer in staat zijn zelf een afweging te maken van de situatie op de plek waar we willen gaan schaatsen? Zouden we – om het op andere terreinen te betrekken – bij voorbeeld niet meer begrijpen dat een besneeuwde weg glad is, als we daar niet van tevoren voor gewaarschuwd zijn? Of anders gezegd: laten we ons gedrag nu, veel meer dan vroeger, afhangen van wat een autoriteit daar op voorhand van vindt? Besteden we de verantwoordelijkheid voor ons eigen gedrag op die manier steeds meer uit?
Nieuwe schaatsers
Plotseling staan er twee nieuwe schaatsers op het ijs. Een vader en een zoon. Ik ben blij dat ik de enige niet meer ben. We groeten elkaar en schaatsen nog een uurtje door. Dan druipen zij af, mij alleen achterlatend. Een half uur later vind ik het ook zelf genoeg. Ik vind het zielig voor het ijs, dat er zo mooi bij ligt en om meer schaatsers schreeuwt… Ik hoop dat de schaatsers in de regio zich niet door alle waarschuwingen hebben laten weerhouden om – net als ik – toch ook zelf een kijkje te nemen. Dat ze niet datgene missen wat ik nu heb meegemaakt omdat ze niet meer zelf, zoals vroeger nog wel, een afweging hebben gemaakt, maar op die van anderen varen. Anders wordt het in ons veranderende klimaat wel heel erg moeilijk om het ijs op te gaan. En verliezen we een stukje van onze identiteit.Bron: Meteo Consult
Door: Reinout van den Born.
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
