Veel ijs in Koninklijke sneeuw

Advertentie
  • Hotel Basur in Flirsch is ons onderkomen.

    Even buiten Flirsch, in een vlak stukje dal, is het ijskoud. Bij een temperatuur van -15 graden komen de bomen onderin het dal onder de rijp te zitten. Hogerop, waar het warmer is, zie je daar niets meer van.

    Een deel van Lech in de diepte.

    De eerste dag schijnt de zon. In de verte is de eerste bewolking zichtbaar van de storing die een dag later sneeuw zal brengen.

    Het skigebied ligt er in de zon spierwit bij.

    De tweede dag begint met een besneeuwde straat.

    Onder bewolkte omstandigheden is het een stuk lastiger om de oneffenheden op de pistes te onderkennen.

    Pas later op de derde dag komt de zon er weer een beetje door.

    Mooie kleurencombinaties dienen zich aan.

    Helikopters vliegen af en aan om skiers naar de onmogelijkste plekken te brengen.

    Het is stil in de sneeuw. Je hoort weinig, het ziet er wel mooi uit.

    De mooie, rustige vormen van het landschap maken het plaatje compleet.

    In de avond lopen we naar het felverlichte kerkje boven Flirsch.

    Het skigebied van Zurs en Lech wordt doorsneden door dalen waarin vroeger gletsjertongen hebben gelegen. Het ijs is al lang verdwenen, maar de dalen zijn er nog wel met hun karakteristieke rondingen.

    De zon breekt door, maar niet overal...

  • Veel ijs in Koninklijke sneeuw
    25.01.2010 09:35

    Het is al voor het zevende jaar dat collega’s Reinout van den Born en Klaas Dros de weerkamer van Meteo Consult een kleine week achter zich laten om in de Oostenrijkse Alpen sneeuw te snuiven. Kregen vorig jaar de pistes (‘snelwegen’) van Serfaus, Fiss en Ladis de voorkeur, dit jaar viel de keuze op de Koninklijke sneeuw van St.-Anton am Arlberg, Zürs en Lech, in het grensgebied van Vorarlberg en Tirol. Hieronder hun verslag.

    • Advertentie



    ‘Geh mahl zur Seite…!’, roept Klaas tegen een echtpaar dat onder ons op de piste staat en van de prins geen kwaad weet. Verbaasd kijken ze omhoog en zien ons zitten, in een stoeltjeslift die om watvoor reden dan ook korte tijd is stilgezet. ‘Ja, geh mahl zur Seite…’,  roept Klaas nog maar eens. ‘Wir können nicht durch…’ Het duurt even voordat de grap landt, maar dan rolt een lachsalvo over de piste. Ook het paar kan de lol er wel van inzien. Gedwee doen ze een stapje opzij en als door een wonder gaat ook de lift weer verder.

    De sneeuw beneden ons is de Koninklijke sneeuw van het skigebied van Lech en Zürs, om de hoek bij St.-Anton am Arlberg. Samen horen de gebieden met nog een paar andere (kleinere) bij Skiarlberg, waarvoor je één pas kunt kopen. Dat hebben wij ook gedaan. In de nacht naar zaterdag 16 januari zijn we vetrokken, later deze middag gaan we weer terug en zit de skivakantie van dit jaar er op. Het lange wachten kan dan weer beginnen…

    Winter net verdrongen
    Toen we vertrokken had een heel slap frontje – veel gemakkelijker dan gedacht – een einde gemaakt aan de winter in Nederland. Een winter die zoveel meer in zich had dan ie uiteindelijk liet zien. Omdat wolken aan alle pretenties steeds weer een einde maakten. En ook omdat van enig verzet op het moment suprême geen sprake was. Toch rijden we door een besneeuwd Duitsland naar Oostenrijk. Het is bewolkt en rond het vriespunt. Pas aan de voet van de Alpen breekt de bewolking. En wordt het met -12 graden ijzig koud.

    We lachen ons rot als in de buurt van Füssen blijkt dat een stuk snelweg, dat wel af is en ons via een nieuwe tunnel moeiteloos naar Reutte aan de andere kant van de grens brengt, nog niet in de navigatiesystemen van dit moment blijkt te zitten. De file, van mensen die slaafs hun tomtommetje volgen, gaat dan ook netjes rechtsaf, ons een vrije doortocht latend op weg naar de Fernpass. We rijden echt iedereen voorbij en komen min of meer als eerste, aan de voorkant van de file die nog door de kleine dorpjes ploetert, op de pas aan en rijden vervolgens moeiteloos door naar Flirsch, waar ons hotel (hotel Basur) staat.

    Het weer is winters, maar onderin de dalen ligt angstig weinig sneeuw. Even doemt het spookbeeld van 2008 op, toen we in een vrijwel sneeuwloos en ook nog eens lenteachtig warm Bad Kleinkirchheim onze skidagen doorbrachten. Tot overmaat van ramp brak Klaas’ zoon Arwen toen zijn arm op twee plaatsen en liep een ander lid van het gezelschap een kapotte knie op, een knie waarvan hij twee jaar later ook nu nog steeds last heeft. Dit keer gaat het gelukkig goed. De laatste 15 kilometer, die omhoog gaan, neemt de sneeuwlaag zienderogen toe. En in Flirsch ziet het er gelukkig sprookjesachtig wit uit.

    Weinig sneeuw
    Toch ligt er weinig sneeuw, zeggen de bewoners. Wel is het koud. Als we niet veel later, zo rond het middaguur, voor de eerste keer naar Zürs rijden om daar te gaan skiën, passeren we een dal waarin het 15 graden vriest. De koude, zware lucht ligt er op de beschaduwde bodem en kan geen kant op. Het levert het bijzondere beeld op van bomen – dichtbij de grond – die dik berijpt zijn terwijl er ook maar iets hogerop niets meer te zien is. Ik maak een paar foto’s van het bijzondere schouwspel. Een uurtje later trekken we onze eerste sporen door de sneeuw. Als gevolg van het sneeuwgebrek, zijn de meeste pistes ijzig. Een goede preparatie van de ski’s is dan onontbeerlijk. Die van mij zijn door de verhuurder goed geslepen, die van Klaas wachten nog op een beurt. Het verschil is levensgroot. Terwijl ik behoorlijk grip heb, gaat hij bij ieder stukje ijs onderuit. Tot wel 40 keer aan toe. We besluiten aan het einde van de middag meteen naar een skizaak te gaan om zijn ski’s te laten bewerken.

    In het hotel aangekomen is het erg warm. Navraag leert dat de Oostenrijkse kamertemperatuur 23 graden is. We leggen de receptioniste uit dat de meeste Nederlanders het met een graad of 3 minder doen. Het lastige is hierbij dat de Oostenrijkse warmte voor hotelgasten nauwelijks een keuze is. Vaak hebben de kamers vloerverwarming en zit een bijstelling er niet in. Feitelijk rest niets anders dan het openen van de ramen, wat met een buitentemperatuur van in de nacht 15 graden onder nul een rare gewaarwording is. Overigens lijkt ons pleidooi niet helemaal aan dovemansoren gericht. De volgende dag blijkt het in het gebouw tenminste een paar graden kouder. Wellicht is toch een kleine bezuiniging gevonden?

    Apocalyptisch
    Die volgende dag, we hebben het over zondag 17 januari, trekt een storing over onze regio. Het is dezelfde storing als die die zaterdagavond 16 januari als donderslag bij heldere hemel in grote delen van Nederland toch nog sneeuw bracht. Ligt Flirsch, waar wij verblijven, nog een beetje in de neerslagschaduw van de Arlberg, in St.-Anton, waar we die dag skiën, gaat het flink tekeer. Omdat het in de hogere delen van ons skigebied bovendien hard waait, worden de hoogste pistes later op dag gesloten. Voordat het zover is, komen we daar echter nog wel terecht. De beelden zijn apocalyptisch. Boven op de berg heerst een sneeuwjacht die ons de adem beneemt. Het wit om ons heen is zo totaal dat we geen idee hebben of we omhoog of naar beneden gaan. Vaag zie ik schimmen van andere skiërs op de piste in onze directe omgeving. Een zwarte afdaling is de enige uitvlucht. Zonder in het onzichtbare, maar diepe dal naast ons te storten, halen we het omlaag. Hierna gaat de lift dicht.

    Ook op de lagergelegen pistes is het moeilijk skiën. Omdat het prepareren van de pistes tijdens sneeuwval weinig zin heeft, gebeurt er niets. Tegelijkertijd worden de skiërs, die omdat het zondag is wel in groten getale zijn komen opdagen, over slechts enkele pistes verspreid. Het gevolg is veel sneeuwhopen op je weg. En vooral voor Klaas ook weer veel valpartijen. Tegen het einde van de dag komt hij keihard op de piste terecht, waarbij zijn duim dubbelklapt en de binding van een ski beschadigd raakt. Verder skiën is er even niet bij. Hulp halen evenmin, want daarvoor worden gepeperde bedragen in rekening gebracht, blijkt na enige navraag. Terwijl ik – op zoek naar hulp – op pad ben, slaagt hij er zelf in zijn ski te repareren. Tegen het einde van de skidag komen we dan toch beneden, hij gebutst en met een zeer pijnlijke duim. We gaan toch maar eens nadenken over hoe nu verder…

    Lourdeskapel
    Tijdens de traditionele avondwandeling, we maken een klim naar de felverlichte Lourdeskapel, die hoog boven Flirsch opvallend in de bossen blijkt te liggen, besluiten we het de volgende toch nog maar een keer te proberen. Die volgende dag begint niet, zoals wel beloofd, zonnig, maar bewolkt en in het skigebied met lichte sneeuw. We hebben toch maar weer het Koninklijke gebied van Zürs en Lech opgezocht, omdat de pistes daar net iets minder steil zijn en onder deze omstandigheden ook beter te overzien. Hoewel het allemaal makkelijker gaat dan een dag eerder, blijft het moeilijk om de oneffenheden op de pistes te zien. Toch stopt het vallen. We krijgen eindelijk het gevoel weer terug.

    In de middag breekt de zon door en krijgen we het lek definitief boven. Het grote genieten kan eindelijk beginnen. De natuur blijkt prachtig. Het skigebied wordt doorsneden door een aantal karakteristieke gletsjerdalen. Het ijs is er al lang gesmolten, maar de zo herkenbare ronde vormen op de plaats waar het ijs ooit heeft gelegen zijn nog goed te zien en lenen zich uitstekend voor het aanleggen van de skipistes, waar wij overheen suizen. Hier en daar komen we bevroren meertjes tegen waar de pistes soms overheen gaan. Met de steeds blauwer wordende lucht erboven ziet het geheel er prachtig uit. Daarbij heeft de sneeuw van de voorgaande dag ervoor gezorgd, dat de pistes er nu een stuk beter bij liggen.

    Prachtige tochten
    Omdat Skiarlberg uit verschillende skigebieden bestaat, die aan elkaar gekoppeld zijn, kun je er prachtige tochten maken. De liften zijn er in het algemeen modern en snel, al zit er weleens een kleinere, tragere en ook oudere tussen. Daarbij zijn er maar een paar plekken waar je ‘omhoog’ moet skiën. Voor off-piste skiërs biedt het gebied vele mogelijkheden, waarbij de echte uitdagingen vooral in het deel van St.-Anton liggen. Helikopters vliegen dan ook af en aan om de echte ‘diehards’ op de onmogelijkste plekken af te zetten. Bij Zürs en Lech is het allemaal net wat lieflijker en vlakker. Een groep Nederlanders die we tegenkomen, en die voor de uitdaging gaat, spreekt in het geval van Zürs en Lech zelfs van een biljartlaken. Maar dan wel van een bijzonder fraai biljartlaken. In de zon is het er goed toeven.

    De laatste drie dagen van ons verblijf laten we het drukke St-Anton liggen en blijven we in het gebied bij Zürs en Lech, waar de toevloed aan skiërs wat beter over de vele pistes wordt verspreid. Nadat we, na veel rondvragen, eindelijk een restaurant hebben gevonden waar ze pizza’s serveren (net als vorig jaar in Serfaus ook nu op een van de hoogste toppen) skiën we weer langzaam naar beneden, naar de auto terug. Via Warth (deze weg is ongebruikelijkerwijs open omdat er zo weinig sneeuw is) rijden we door het fraaie Lechtal naar Reutte, waarna een voorspoedige thuisreis volgt. In Nederland blijkt de sneeuw inmiddels gesmolten.

    Bron: Meteo Consult.

    Door: Reinout van den Born en Klaas Dros
    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter