-
Een ijskoude Ooijpolder bij Nijmegen op zaterdagochtend. Laaghangende mistslierten boven het land verraden dat het ijzig koud is. Het vriest vast wel een graad of 20.
Wat een uitzicht. Zulke beelden zie je niet vaak in ons zachte landje.
Koud, koud, koud... En wat een rust.
Dikke rijp op de bomen, mist bij de voet van de boom.
Hoe winters wil je het hebben?
Als je zegt dat je in Lapland bent, geloof je het ook.
Op het hek is goed te zien hoeveel rijp zich in een nacht heeft gevormd
Het bordje staat er nog steeds, maar inmiddels is deze plas tot een van de grote Nijmeegse ijsbanen uitgegroeid.
Dikke rijp, sneeuw en kou... Op de achtergrond misschien wel een van de redenen waarom we dit minder vaak zien. De elektriciteitscentrale van Nijmegen.
Dikke rijp tegen de achtergrond van een diepblauwe lucht.
Wat een plaatje. Ook al is het koud, het is een genot om hierlangs te lopen.
Meer rijp paste er echt niet op..!
Wat een winterperiode! Het kerkje van Ooij.
-
Waarom is Lelystad zo koud?07.02.2012 16:43
We beleven een ongelooflijke vorstperiode. Na 6 dagen staat de februarimaand in De Bilt op een gemiddelde van -7,9 graden, achter februari 1917, maar nog ver voor de illustere februarimaand van het jaar 1956, die met een eindtemperatuur van -6,5 graden nog altijd als de koudste maand ooit in Nederland door het leven gaat. Misschien stevenen we zelfs wel af op de 16e Elfstedentocht sinds 1909. Dat zou wat zijn…
Er is al veel gebeurd sinds het begin van de vorstperiode, ruim een week geleden. Van een vorstperiode is al lang sprake, zondag is daar het predikaat koudegolf bij gekomen. Verder heeft het harder gevroren dan in 27 jaar het geval is geweest, hebben we poolsneeuw gezien, Arctische zeerook, is het warmteoverschot dat nog resteerde van de warme januarimaand inmiddels helemaal weggewerkt, vinden we ijs op bijna alle waterwegen en zijn de rayonhoofden van de Elfstedenvereniging voor het eerst in 15 jaar bijeen geweest om over De Tocht na te denken..-
Advertentie
Ongeacht hoe de winter afloopt, bijzonder was en is ie; we schreven daarover gisteren al op deze site. De Hellmannsom in De Bilt is inmiddels tot 55 opgelopen en vandaag gaan we de regionen van de 60 binnen. Daarmee is het koudegetal van de winter van 2009, de eerste sinds 1997 die Nederland massaal op de schaats bracht en de winter ook waarmee de bijzondere serie van 4 waar we nu in zitten aftrapte, al gepasseerd. En er komt nog meer vorst aan.
Door: Reinout van den Born.
Kou in de polder
Opvallend van de winters van de afgelopen jaren en dit jaar is het gemak waarmee temperaturen van rond -20 graden worden aangetekend. Zaterdagochtend waren er meerdere stations in Nederland waarop een minimumtemperatuur van meer dan 20 graden onder nul werd geregistreerd. Na een spannende strijd kwam Lelystad met -22,9 graden als koudste uit de bus, gevolgd door Marknesse, waar het kwik een tiende graad hoger bleef. De nacht was, gemiddeld over de vijf hoofdstations met een temperatuur van -16,1 graden, zelfs de op twee na koudste sinds het begin van de waarnemingen in 1901. Zaterdagavond daalde het kwik in Lelystad opnieuw tot -21 graden. En vanochtend was het wederom het weerstation bij Lelystad dat op een tiende van een graad na een minimumtemperatuur van -20 graden registreerde.
In waarnemingenland zijn de stations van bij voorbeeld Lelystad en Marknesse relatieve nieuwkomers. Vroeger werden kouderecords gevestigd op stations met welklinkende namen als Eelde, Deelen, Volkel en Winterswijk. Tegenwoordig moeten we voor lage temperaturen in Lelystad en Marknesse en af en toe ook in Ell (Limburg) zijn. Er is dus wel wat veranderd. Maar wat precies?
Waarom Lelystad zo koud?
Vrijdag zaten we hier in de weerkamer hier in Wageningen ook te stoeien met de minimumtemperatuur voor de nacht daarna. Een gekende techniek is dan uit te zoeken waar de lucht vandaan komt waarin de minimumtemperatuur zich zal voordoen. Vrijdagmiddag leek het om lucht te gaan, afkomstig uit Denemarken en van de Oostzee.
Belangrijk bij het afkoelen van lucht is dat het weer helder is, dat er weinig wind is, dat er een maximale uitstraling is en dat er tijdens het afkoelen van de lucht geen mist ontstaat. Gebeurt dat wel dan gaat water van z’n gasfase over in de vloeibare fase en daarbij komt warmte vrij. Warmte die weer ten koste gaat van de afkoeling. Verder zorgt een zich vormende mistlaag ervoor dat de uitstraling stopt. En ook daardoor komt de afkoeling tot staan. Een belangrijke rol bij de bepaling van het moment waar vanaf er mist kan ontstaan, is het dauwpunt van de lucht. Simpel gezegd is dat de temperatuur waarbij waterdamp in de lucht begint te condenseren.
Helder zou het zijn, in de nacht naar zaterdag. De uitstraling zou maximaal zijn in de gebieden waar de meeste sneeuw gevallen was en wind werd niet of nauwelijks verwacht. Omdat de aangevoerde lucht niet heel bijzonder droog was, lag wel het gevaar van mistvorming op de loer. Een kort rekensommetje leverde zo een verwacht minimum van -18 graden op. Met in het achterhoofd dat er vast in Nederland ook wel een plek zou zijn waar de temperatuur tot -20 graden zou kunnen dalen. Zo werd het tijdens de weerberichten ook gecommuniceerd.
Lelystad wint
De nacht is alweer lang en breed voorbij als ik tijdens een wandeling in de Ooijpolder onder Nijmegen, waar het winterlandschap betoverend mooi is, een ‘appje’ krijg dat Lelystad gewonnen heeft met een temperatuur van -22,9 graden. Drie graden kouder dus dan in onze stoutste dromen voor mogelijk was gehouden.
Dat het een station in de polder is, lijkt me logisch. Daar is de meeste sneeuw gevallen en kan koude lucht tussen de dijken in een relatief laag gelegen gebied mooi ‘gevangen’ blijven liggen. Zeker in een nacht waarin er geen wind is, zoals de nacht waarin het gebeurde.
Wat ik niet snap, is dat er op het moment van de waarneming geen mist hangt om de afkoeling tegen te houden.. Urenlang dwaal ik door een ijskoude en zwaar berijpte Ooijpolder, waar het aan het begin van mijn wandeling misschien ook wel 20 graden vriest. Laag over het land zijn dunne mistflarden zichtbaar, maar tot echte mist lijkt het hier ook niet gekomen te zijn. Of het moet natuurlijk eerder in de nacht zijn gebeurd. Maar daar was ik zelf natuurlijk niet bij.
Gesprek van de dag
Twee dagen later, inmiddels weer terug op het werk, zijn de lage temperaturen van de zaterdag ervoor het gesprek van de dag. Ergens in m’n grijze hersenmassa zingt nog het verhaal rond dat er, als er te weinig wind is, geen mist ontstaat. Het vocht dat dan condenseert of verrijpt slaat op de grond neer, bomen en struiken of op andere objecten. Maar dan komt er geen mist. En hoeveel rijp had ik wel niet gezien tijdens mijn wandeling eerder door de Ooijpolder?
Ik stuur een mailtje rond en opper mijn theorie. Een collega antwoordt snel: er is wel mist ontstaan. Weg theorie. Of toch niet? Want ook hem was het opgevallen dat de mist later in de nacht weer was verdwenen. En pas daarna daalde de temperatuur verder en viel het minimum. We hebben het over de enorme ladingen rijp die zaterdagochtend in met name poldergebieden te zien waren. En dan valt toch het kwartje. Terwijl de mist ontstond, is het vocht in hoog tempo gaan verrijpen. Waardoor de luchtvochtigheid daalde en de mist weer oploste.
De stille getuigen van de extreme kou in de nacht daarvoor waren dus die geweldige rijpformaties. Rijpformaties waarin de mist was verdwenen, ook omdat er zo weinig wind was. En het verdwijnen van de mist had de uitstraling weer op gang gebracht. Daardoor kon de temperatuur uiteindelijk toch nog verder dalen dan we een dag eerder voor mogelijk hielden.
Bron: Meteo Consult.
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
