Koelte versus het broeikaseffect

Advertentie
  • Een paar nachten met een beetje lichte vorst in oktober is kennelijk al genoeg om bij sommige mensen het idee te doen postvatten dat het met de versterkte opwarming van de Aarde nu wel losloopt...

    Ja, in ons land en in grote delen van West-Europa verliep september inderdaad iets te koel, maar in ernorme gebieden elders op onze planeet was deze maand iets tot veel te warm. Oranje is meer dan 1 graad, rood is meer dan 2 graden en donkerrood meer dan 4 graden te warm!

    In Antarctica is het de laatste jaren tot een versterkte sneeuwsmelt gekomen in de kustgebieden. Hoe feller de blauwgroene kleur, des te sterker was de afsmelt. Vooral aan de landzijde van de Ross Ice Shelf was deze afsmelting enorm!

    Op Groenland trad het afgelopen zomerseizoen een record grote afsmelt op, die ook nog eens recordlang aanhield, in het donkerrode gebied zelfs 25 tot 30 dagen langer dan het gemiddelde sinds 1988.

  • Koelte versus het broeikaseffect
    26.10.2007 11:53

    Het is bijna verbijsterend om te constateren dat sommige mensen, na een paar maanden dat het een tikje – en niets meer – kouder is dan de norm, en na een paar ochtenden in oktober dat ze al de ijskrabber moesten hanteren, meteen constateren dat het met broeikaseffect en de opwarming van de Aarde, wel meevalt. De meteorologen en de meeste weergeïnteresseerden hoeven zich niet aangesproken te voelen, zij weten immers wel beter! Toch hebben wij als reactie op de verhalen die wij dagelijks op onze site zetten een aantal opmerkingen in die trant kunnen lezen. Hoog tijd dus om de feiten te laten spreken en een paar hardnekkige misverstanden uit de weg te ruimen.

    • Advertentie



    Om met dat laatste te beginnen, leken horen alleen maar verhalen over een al dan niet sterke opwarming die inmiddels zijn beslag heeft gekregen en wellicht de komende jaren nog verder doorzet. De grote fout die daarbij wordt gemaakt is, dat gedacht wordt dat als het warmer wordt, het niet meer koud zou kunnen worden. Die gedachte is volstrekt onjuist! Bij een opwarmend klimaat kan het best nog wel eens flink kouder zijn dan de norm, alleen de kans daarop neemt af. Met andere woorden: zeer koude dagen zullen minder vaak voorkomen en ook kleiner qua aantal blijven. Ook gedurende een wat langere periode kan het dan best een tijdje koel of koud zijn.

    Voor een voorbeeld hoeven we niet ver in het verleden te kijken. Vorig jaar was het warmste jaar sinds tenminste 1706, toen in ons land met regelmatige weermetingen werd begonnen. Toch leverde dat jaar een drietal duidelijk te koude maanden op, namelijk januari, maart en augustus. Sterker nog, de eerste elf weken van dat jaar verliepen zó koud, dat het tot in de derde week van juni duurde, alvorens dit warmtetekort geheel was weggewerkt. Er brak toen echter een uitzonderlijk warm tijdvak aan, dat tot in juni van dit jaar bleef voortduren.

    Nadien is het inderdaad aan de koele kant in ons land, maar niet meer dan dat. Vanaf 1 juli tot en met gisteren hebben we ten opzichte van de norm ruim 35 graaddagen ingeleverd, oftewel maar 0.3 graden per dag. In de ranglijst van warmste jaren sinds 1706, staat 2007 nog steeds royaal op de tweede plaats, nipt achter 2006. Als de laatste oktoberdagen, november en december een volstrekt gemiddelde temperatuur opleveren, dan zal 2007 minder dan één-tiende graad koeler zijn verlopen dan het recordwarme jaar 2006.

    In het kader van de algehele opwarming van de Aarde is het daarom onjuist om je alleen te fixeren op je eigen omgeving, hoe logisch dat ook lijkt te zijn. Laten we als voorbeeld eens naar de voorbije maand kijken, september dus. Inderdaad, in ons land, en ook om ons heen, is september dit jaar tamelijk koel verlopen. Op de afbeelding hiernaast is echter te zien dat de koelte boven West- en Midden-Europa slechts een koel eilandje was in een grote poel van warmte. Was de afwijking bij ons kleiner dan een graad, de hele Noordelijke IJszee, rondom de Kaspische Zee, in grote delen van Siberië, maar ook in Australië, Zuid-Amerika en Zuid-Afrika lag het kwik meer dan één, tot zelfs meer dan vier graden in de plus. Op wereldschaal bezien was september dus geenszins een koele maand, hij schaarde zich moeiteloos tussen de toppers in het klassement van warmste maanden.

    Op het kaartje is tevens te zien dat delen van het binnenland van Antarctica koeler zijn verlopen dat de norm, maar dat juist in vrij veel kuststreken abnormaal hoge temperaturen zijn gemeten, aan het eind van de winter aldaar. Ook daar is het de laatste jaren soms ongebruikelijk warm geweest. Wat verder van de kust af zijn temperaturen van boven het vriespunt op dit continent zeer zeldzaam, en komt effectief bezien, sneeuwsmelt niet voor. Uit satellietmetingen is echter gebleken dat in 2005 significante sneeuwsmelt plaatsvond tot zo’n 800 km uit de kust en tot op een hoogte van ruim 1900 m. In de metingen vanaf 1987 was dit een absoluut record.

    Uitzonderlijk zacht weer in de kustgebieden van Antarctica, zal de ijskap in het binnenland weinig kwaad doen. Uiteraard smelt er in de kustgebieden meer ijs af en zullen er soms grote ijsbergen van de gletsjers afbreken, maar netto gezien zal de hoeveelheid ijs op Antarctica alleen maar toenemen, omdat er bij een stijging van temperatuur in het ijskoude binnenland alleen maar méér sneeuw gaat vallen. Sterker nog, ondanks de hoge septembertemperaturen langs de kusten, bleek het ijs rondom Antarctica zich het verst te hebben uitgebreid sinds het begin van satellietwaarnemingen uit 1979.

    Nee, wat dat betreft moeten we ons meer zorgen maken over wat er op de noordkant van de Aardbol gebeurd en heeft plaatsgevonden dit jaar en de afgelopen jaren. Afgelopen zomer werden we geconfronteerd met een voor een groot deel ijsvrij geworden IJszee, in gebieden waar het poolijs zich gewoonlijk de hele zomer weet te handhaven. In feite zagen we hiermee de laatste stap van een proces dat al jarenlang aan de gang was. Wist het ijs zich voorheen nog grotendeels te handhaven tijdens de korte poolzomer, het ijs werd wél ieder jaar dunner en dunner, tot er niets meer over was, en dat punt werd dus deze zomer bereikt. Voor de zeespiegel maakte dit trouwens niets uit, het ijs dreef al in het water en netto bezien zal al deze smelt dus geen stijging van het water teweeg brengen.

    Ernstiger is de situatie op Groenland. Dit jaar zijn daar records gebroken voor wat betreft de hoeveelheid smelt die daar is opgetreden, juist op de wat hoger gelegen delen (zie afbeelding). In vergelijk met de gemiddelde afsmelt gedurende de jaren 1988-2006 (die ook al niet gering was), was deze dit jaar ruim twee maal zo groot. Vooral de lang aanhoudende smelt op grotere hoogte was verontrustend, deze hield daar zo’n 25 tot 30 dagen langer aan dan gemiddeld gedurende de 19 jaar hiervoor. Ook voor de stralingsbalans heeft dat grote gevolgen. Ontdooide en weer bevroren sneeuw kan namelijk to vier maal meer energie opnemen in vergelijk met verse sneeuw die bevroren is gebleven.  De hoeveelheid straling die vanaf dit deels gedooide en weer bevroren oppervlak de ruimte in wordt teruggekaatst, wordt navenant kleiner. In de lager gelegen gebieden lag de afsmelt dit jaar zo’n 30% boven het gemiddelde, en daarmee kwam 2007 op de vijfde plaats uit, achter de jaren 2005, 2002, 1998 en 2004. De grotere smelt leidt tot het sneller stromen van de gletsjers, die zo hun ijslast vlugger in de zee deponeren. Dít smeltwater zal wél een zeespiegelstijging veroorzaken en dat is een reden tot zorg. De ijskap op Groenland zal heus niet binnen een paar jaar, of zelfs in tientallen jaren of eeuwen grotendeels afsmelten, maar de hoeveelheid bevroren water die daar ligt opgeslagen zou in theorie een wereldwijde zeespiegelstijging van zes meter kunnen veroorzaken. Als slechts een tiende van die hoeveelheid ijs zal smelten – en dat kan wel binnen afzienbare tijd gebeuren – dan stijgen de oceanen met 60 cm en dat is al genoeg om sommige laag gelegen gebieden in de problemen te brengen.

    De conclusie moet zijn dat het een feit is dat de aarde flink is opgewarmd, dit in vergelijk met bijvoorbeeld 50 jaar geleden. Zelfs als het de komende winter hard en lang zou gaan vriezen in ons land en in Europa in het algemeen, wordt aan dit feit niets afgedaan. Hoewel de oorzaak van deze opwarming nog niet eenduidig vastligt, zal het toch vooral de invloed van de zon zijn, gecombineerd met menselijke activiteiten, waardoor de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer drastisch is toegenomen en dagelijks verder toeneemt. Wie hier blind voor is en beweert dat er weinig aan de hand is, draagt oogkleppen.

    Veel van de processen die bij elkaar ons klimaat bepalen, zijn onbegrepen. Het eventueel corrigerend handelen van de mens is desalniettemin hard nodig, hoeveel moeite en kosten dat dan ook met zich mee zal brengen. Het doel in deze moet niet zijn om te proberen het klimaat te corrigeren, maar wel moet de steeds maar verdere roofbouw op Moeder Aarde stoppen en moet de verregaande vervuiling van lucht, grond en water een halt worden toegeroepen en daarna worden teruggedrongen tot op een aanvaardbaar niveau.  Alleen op deze manier kunnen we onze achterkleinkinderen en de generaties daarna een prettige en leefbare wereld aanbieden.

    Bronnen: Meteo Consult, NASA, ScienceDaily.

    Foto’s: Jan Gort (voorpagina); Marius Visser, NASA.

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter