-
Ook in de radioweerberichten worden regelmatig meteorologische termen genoemd en benoemd. Hier ziet u Jordi Bloem voor de radiomicrofoon een weerpraatje doen in een van de twee radiostudio's van Meteo Consult.
De overdracht van de nachtdienst naar de mediameteorologen van Meteo Consult. Iedere ochtend om 6 uur stipt!
Grieta Spannenburg in de andere radiostudio aan het werk. En dat laat Reinier van den Berg weer zien in een promofilmpje dat hij in onze tv-studio heeft opgenomen.
Amara Onwuka tijdens een presentatie voor TV Drenthe.
Het weerbericht zoals dat in de Volkskrant staat.
Lichte regen?
Een lagedrukgebied, wat is dat eigenlijk precies?
-
Weet u wat we bedoelen met...?06.07.2007 08:22
Over weertermen en wat het publiek er van denkt.
-
Advertentie
In hoeverre zijn de luisteraars en kijkers van onze weerberichten op de hoogte van meteorologische termen en, welke termen zijn taboe? Ter nadere kennismaking met ‘de klant in de straat’ heeft weervrouw Grieta Spannenburg van Meteo Consult, bekend van onder andere Radio 2, enkele jaren terug een enquête gehouden over een aantal kreten die in de weerkamer, maar vaak ook in de weerberichten worden gebruikt. Zijn deze termen wel duidelijk of zaaien sommige vooral verwarring? Dat was de belangrijkste vraag waarmee Grieta de boer op was gegaan. De vragenlijst bevatte 12 weerwoorden en werd ingevuld door 20 personen. Deze variëren tussen 28 en 67 jaar en de man-vrouw verhouding is fiftyfifty. De vragen waren voor de meesten behoorlijk lastig.
De vragenlijst startte al moeilijk met de kreet koufront. Blijkbaar missen de uitgebreide weerpresentaties op tv hun uitwerking niet, want de meesten zaten vrij goed in de richting. De niet-winterliefhebbers voegden daarbij opmerkingen toe als ‘dikke jas uit de kast’ of ‘lekker binnen blijven’. Een koufront kan echter het hele jaar overtrekken en betekent in de zomer zeker niet dat de winterjas van stal moet. Over het weer dat met een koufront gepaard gaat wordt door vrijwel niemand iets vermeld.
Vervolgens de constructie half tot zwaar bewolkt. De geënquêteerden hadden flink wat woorden nodig om onder woorden te brengen wat hier bedoeld wordt. Over het algemeen vrezen de meesten een nagenoeg bewolkte hemel en een enkeling verwacht bij deze term ook nog eens regen in aantocht. Woorden als ‘grijs’, ‘grauw’ en ‘donker’ werden genoteerd. Ongeveer 20% van de respondenten geeft bij dit weertype aan nog geregeld blauwe lucht te zien.
De bij weerkundigen bekende term valse warme sector leverde bij de ondervraagden wisselende uitkomsten op. Hier kon het spel van gokken en fantaseren beginnen. Daar waar de een het had over ‘een gemeen gebied dat niet zo warm was als je zou denken’, vermoedde iemand anders dat ‘de warme lucht plotsklaps van koers veranderde’. Een van de geënquêteerden voelde zich bij voorbaat al misleid. Deze meldde: ‘Word je mooi genept, denk je dat het lekker weer wordt, nou mooi niet dus!’ Toen het in maart een keer 2 graden werd en Grieta haar buurman (een van de respondenten) buiten in een T-shirtje tegenkwam en daar verbaasd over was, riep hij: ‘Ja, maar ik bevind me in de valse warme sector!’ Het heeft de gemoederen toch flink bezig gehouden.
En wat wordt bedoeld met winterse bui? Bij deze term legt nagenoeg iedereen woorden als ‘sneeuw’, ‘hagel’ en ‘kou’ in de mond. Een enkeling meldt ijzel of vindt wind van belang. Toch een goed resultaat.
Van te voren was Grieta ervan overtuigd dat matige regen voor het publiek een totaal ander beeld zou opwekken dan de officiële omschrijving in de weerboeken. En dit is inderdaad het geval. Bij nagenoeg alle deelnemers leidde het woordje ‘matig’ tot het idee dat dit slechts kleine beetjes neerslag zou opleveren, terwijl het juist aardig doorplenst als het matig regent. Men had het over paraplu’s die meegenomen dienden te worden, maar slechts af en toe nodig waren, over kleine hoeveelheden, iets meer dan miezerregen, af en toe regen, zachte regen en druilerige omstandigheden. Een paar mensen kwamen dichter in de buurt met ‘geen motregen of stortregen, maar meer er tussenin’ en: ‘je hebt een paraplu nodig, maar de goten in de straten lopen nog niet over’.
Geen verwarring was er, hoewel onder andere Grieta er zelf van gruwelt, bij de term buiige regen. De respondenten hadden het over ‘lichte regen afgewisseld met zwaardere regen op onregelmatige intervallen’, ‘afwisselend droog/regen’, ‘niet continu regen, maar in buien’ en: ‘veel regen, maar in buien, dus ook af en toe droog!’. Ja, dit zijn allemaal goede omschrijvingen en is voor het publiek dus een duidelijkere uitdrukking dan Grieta aanvankelijk had gedacht.
Bij zware en zeer zware windstoten was het voor eenieder lastig om de juiste windsnelheden die worden bedoeld in getallen te omschrijven. De algemene gevolgen van dergelijke rukwinden waren echter wel vrij duidelijk. Zo snapte iemand perfect dat het bij zeer zware windstoten uitermate gevaarlijk is om met de caravan op pad te gaan en had een bijzondere tip: ‘caravan met beton vaststorten, liever niet de weg op’. En daar waar een geënquêteerde aangaf dat het bij zware windstoten moeilijk is om met een paraplu op te lopen, schreef diezelfde persoon dat het bij zeer zware windstoten moeilijk is om zonder paraplu te lopen.
Wind was in de vragenlijst nog in drie andere kreten vertegenwoordigd en deze gaven meer problemen. De krimpende wind, de ruimende wind en de luwende wind. De eerste twee zijn eigenlijk een beetje verouderde kreten, die vroeger vooral in de scheepvaart werden gebruikt. De meeste zeilers weten nu al lang niet meer wat ze betekenen. En de meeste geënquêteerden trouwens ook niet. Veertien van de 20 ondervraagden hebben totaal wat anders dan de meteorologen voor ogen. Veelal wordt onder ruimende en krimpende wind een respectievelijk aanwakkerende en afnemende wind verstaan. Een respondent denkt bij een krimpende wind aan een koude wind, weer een ander vindt de term krimpend erg veel doen denken aan ‘kleiner worden’ en heeft verder geen idee. De ruimende wind geeft een enkele geënquêteerde de hoop dat deze wind de regen opruimt en mogelijk ook eventueel aanwezige stofdeeltjes, vervuilde lucht of zwerfvuil!
Een luwende wind is een stuk makkelijker dan de andere twee windtermen. Vrijwel alle ingevulde formulieren geven een afnemende wind aan. In drie enquêtes is dat niet het geval en komt men op de proppen met: ‘zachte, koude wind’, ‘warme wind’ en ‘geen idee’.
Als afsluiter werd opnieuw naar getallen gevraagd bij strenge vorst. Dit ging in ruim twee derde van de gevallen goed. Een mooi resultaat dus. Wel wekte het wisselende emoties op. Daar waar de een schreef ‘op z’n minst 10 graden onder nul, binnen blijven!’ of ‘+10 graden is ook al te koud!’, hoopte een ander juist op meer: ‘Als het doorzet kun je lekker schaatsen!’ Een aantal invullers dacht al bij -5 graden op strenge vorst te zitten….
De conclusies die uit dit alles kunnen worden getrokken zijn legio. In ieder geval lijken drie zeer twijfelachtige termen naar boven gekomen te zijn: ruimende wind, krimpende wind, en matige regen. Misschien dat wij weerpresentatoren deze termen dan ook niet meer moeten gebruiken in de media….?
De juiste antwoorden van de ondervraging:
Koufront: De overgangszone die aan relatief koudere lucht vooraf gaat. De passage van een koufront levert meestal neerslag op.
Half tot zwaar bewolkt: Bedekkinggraad van de wolken ten opzichte van de blauwe lucht variërend van 4/8 tot 7/8 (0/8 is onbewolkt, 8/8 geheel bewolkt).
Valse warme sector: Een koufront passeert en terwijl je verwacht dat er koudere lucht binnenstroomt, wordt de passage gevolgd door instroom van (relatief) warmere lucht. De koudere lucht bevindt zich alleen op grotere hoogte. Gevolg hiervan is een sterke onstabiele luchtopbouw en veel wind boven land.
Winterse bui: Bui met hagel of (natte) sneeuw.
Buiige regen: Regen met sterk wisselende intensiteit.
Ruimende wind: Winddraaiing met de wijzers van de klok mee. Bijvoorbeeld van west naar noordwest.
Krimpende wind: Winddraaiing tegen de wijzers van de klok in: Bijvoorbeeld van west naar zuidwest.
Luwende wind: afnemende wind.
Zware windstoten: Windvlagen die snelheden groter dan 75 km/uur bereiken.
Zeer zware windstoten: Windvlagen die snelheden groter dan 100 km/u bereiken.
Matige regen: Regenintensiteit bij continue regenval van zo’n 1 tot 5 millimeter per uur, bij onderbroken regenval moet er 2,5 tot 10 millimeter per uur vallen. Je kunt er dus behoorlijk nat van worden! Verder heb je nog de termen lichte regen en zware regen.
Strenge vorst: Vorst met temperaturen van -10 graden en lager. Overigens vriest het zeer streng als het -15 graden of kouder is.
En we hebben meteen een nieuwe opgave voor u. Van de onderstaande zes a zeven termen willen we ook graag weten wat ze, volgens u, nou betekenen! In een ander artikel komen we hier dan over enige tijd op terug. Het is overigens niet de bedoeling dat u op internet gaat rondneuzen. Dit is namelijk geen quiz en er zijn dus geen prijzen te winnen. Er geldt: Wat is het eerste wat bij u opkomt als u onderstaande weertermen ziet, leest of hoort...
De reacties kunnen anoniem worden behandeld, dus dat betekent dat er in dat geval geen namen zullen worden genoemd. Wilt u dat dan wel nadrukkelijk aangeven in de e-mail? We gaan er natuurlijk wel van uit dat we uw antwoorden mogen publiceren. Veel succes en alvast bedankt voor het invullen!
Uw antwoorden kunt u kwijt door hieronder op 'beoordeel dit verhaal en/of geef een reactie' te klikken. In het scherm dat vervolgens verschijnt voert u dan onder opmerking(en) de antwoorden in. We zijn reuze benieuwd!Wat bedoelen we met:
1) wisselend bewolkt
2) koudeput
3) trog
4) meest droog
5) opvullend lagedrukgebied/depressie
6) losse bui
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
