-
In de koplampen doemen geen restjes van een sneeuwdek op, maar wel het zout dat voor de zekerheid is gestrooid...
Waalwijk toonde vanochtend een verlaten en trieste aanblik. Hoe anders zou het zijn geweest met een dun wit laagje sneeuw!
Verder naar het noorden en oosten begon de dag met een prachtig morgenrood.
In de berggebieden kwamen de sneeuwliefhebbers de afgelopen dagen, maar ook vanochtend nog volledig aan hun trekken, zoals hier in het Oostenrijkse Saalbach.
Een andere foto nabij dezelfde plek. Onze collega Amara meldde dat het zondagochtend nog -12 graden was, maar vanochtend een stuk zachter.
-
Over droge-, natte- en dakraamsneeuw.19.11.2007 12:28
Vandaag wordt een koudere fase in deze nog steeds iets te zachte novembermaand, afgesloten. Het binnendringen van de zachtere lucht op vooral enige hoogte ging gepaard met een beetje regen en vooral landinwaarts werden er kort voor het ochtendkrieken ook een paar natte sneeuwvlokken gezien. Wanneer is er sprake van sneeuw? Die vraag is in ons land, met zijn kwakkelweer, minder gemakkelijk te beantwoorden dan het lijkt. Hieronder zullen we uitleggen wat ‘droge sneeuw’, ‘natte sneeuw’, ‘kletsnatte sneeuw’ en ‘dakraamsneeuw’ eigenlijk betekent en hoe het er uitziet.
-
Advertentie
Wanneer is er sprake van een sneeuwdag? De omschrijving lijkt zo simpel. ‘Er is sprake van een sneeuwdag, wanneer er minimaal één sneeuwvlok wordt waargenomen.’ Makkelijk nietwaar? Maar stel nu eens dat het vriest, ook op wat grotere hoogte. De lucht is grijs, en als er neerslag gaat vallen, dan is dat zeker sneeuw. Plots zie je één wit dingetje vallen en daar blijft het bij. Is een sneeuwdag nu een feit? Nee dus, want dat witte dingetje zou ook een pluisje geweest kunnen zijn, of zoiets.
Toch vormen deze sneeuwdagen voor de waarnemers meestal geen probleem. Zodra er één sneeuwvlok valt, volgen er meestal meer. Het probleem zit hem meestal aan de andere kant, als de temperaturen zo hoog liggen dat de sneeuw transformeert tot regen. En die neerslagvorm die aarzelt tussen regen en sneeuw, komt in ons land maar al te vaak voor. Zelfs als we alle sowieso ‘moeilijke’ neerslagvormen zoals motsneeuw, korrelsneeuw, korrelhagel en ijsregen buiten beschouwing laten (bij de laatste twee is er geen sprake van sneeuw, bij de eerste twee neerslagvormen wel) is het soms nog lastig genoeg.
Vriest het aan de grond, maar ook in de hele luchtkolom boven ons hoofd, dan is er geen probleem, het sneeuwt gewoon. Niemand zal dan twijfelen en deze sneeuw wordt ook wel ‘droge sneeuw’ genoemd. In feite is dat een vreemde kreet, want ook een sneeuwvlok bestaat voor vrijwel 100% uit water, dat dan wel bevroren is. ‘Droog’ is een sneeuwvlok dus allerminst!
Zodra de temperatuur oploopt tot aan het vriespunt of zelfs iets daarboven, is er nog weinig aan de hand. Een sneeuwvlok heeft namelijk enige tijd nodig om te smelten. Belangrijk is in dat geval hoe droog of vochtig de omringende lucht is. Bij droge lucht zal een sneeuwvlok niet zozeer smelten, maar meer sublimeren; het ijs gaat rechtstreeks in waterdamp over. Vooral in het voorjaar kan het zo bij verrassend hoge temperaturen nog tot sneeuw komen. Uw schrijver heeft in april wel eens een ‘droge’ sneeuwbui gezien bij een zeer koude bovenlucht, die begon bij een luchttemperatuur van +8 graden! Maar dat zijn wel uitzonderingen.
In ieder geval volgt er nu een traject waarbij de sneeuwvlokken die vallen, in meer of mindere mate beginnen te smelten. Voor het oog lijkt het dan nog gewoon te sneeuwen, maar als je door zo een natte sneeuwbui loopt, merk je dat je behoorlijk nat kunt worden, terwijl je ‘droge’ sneeuw nog gewoon van je jas kunt kloppen, voor deze begint te smelten. Afhankelijk van de precieze temperatuur, ook van de grond, kan er tijdens natte sneeuwval ook een sneeuwtapijt worden gevormd en het meest beruchte voorbeeld is wel 25 november 2005. Dat een dergelijk sneeuwtapijt al veel vloeibaar water bevat, is duidelijk te zien zodra je in deze maagdelijk lijkende witheid rondstapt. Er blijven dan vieze zwarte voetstappen in achter.
Zodra een sneeuwvlok voor pakweg de helft is gesmolten, gaat de mix van vlokken en druppels duidelijk sneller vallen en vaker valt er dan een mengelmoes van regen en sneeuwvlokken, want dat smeltproces verloopt natuurlijk niet even snel bij iedere vlok, nog afgezien van het feit dat de vlokken ook niet even groot zijn. Deze ‘kletsnatte sneeuw’ zal in ieder geval niet blijven liggen. Nu wordt snel het punt bereikt dat de leek die naar buiten kijkt, zal constateren dat het regent, in plaats van sneeuwt. Als de regendruppels nog pakweg 10 tot 20% ijskristallen bevat, is er een speciale waarnemingstechniek nodig om te zien dat er naast regendruppels, ook nog een aantal bijna geheel gesmolten sneeuwvlokken vallen. Op een dakraam is dat heel duidelijk te zien. Zo’n sneeuwvlok veroorzaakt dan een ovaal van ijskristalletjes, die bij flink doorvallende neerslag al gauw een oppervlakte van een paar vierkante centimeter heeft. Na ongeveer één seconde zijn die ijskristalletjes gesmolten, dus het is goed opletten geblazen. Omdat er in dat geval vaak veel geheel vloeibare druppels tussen zitten, kan men het best zijn blik op één punt op het glas gefixeerd houden. Als er sprake is van deze zogenaamde ‘dakraamsneeuw’ krijgt men deze bijna gesmolten sneeuwvlokken vanzelf te zien. Soms wordt ‘dakraamsneeuw’ verward met bijna gesmolten hagelkorrels, maar in dat laatste geval zijn de ijsdeeltjes toch nog wat compacter en vallen meer als een ‘streep’ op het glas. Goed beschouwd kan er tussen beide neerslagvormen vrijwel geen verwarring bestaan.
Rest nog de vraag of men een dag met ‘dakraamsneeuw’ wel een sneeuwdag mag noemen. Is een voor 80 tot bijna 100% gesmolten sneeuwvlok nog wel een ‘sneeuwvlok’ te noemen? Is dat niet meer een regendruppel met nog een paar ijsdeeltjes? Uw auteur is geneigd de definitie wat strenger te maken en aldus te beweren dat een sneeuwvlok er pas een is, als hij zonder een bijzondere waarnemingstechniek is te zien. In de praktijk zal dat er op neerkomen dat een sneeuwvlok die voor niet meer dan de helft gesmolten is, als ‘sneeuw’ aangemerkt kan worden. Maar ook dan zullen er altijd grensgevallen blijven…
Duidelijk is in ieder geval dat die grensgevallen zich de komende dagen niet (meer) zullen voordoen. De temperaturen gaan namelijk omhoog. Gedurende de tweede helft van deze week komt de maximumtemperatuur op diverse plaatsen in de dubbele cijfers terecht en lokaal is zelfs 13 graden haalbaar. Ook de nachten zullen zachter gaan verlopen met kwikstanden van ruim in de plus. De sneeuwliefhebbers zullen dus nog even geduld moeten hebben. Voor de weersontwikkelingen de komende dagen kunt u de Meteo Consult weerlijn raadplegen onder nummer 0900-9725. U kunt kiezen voor een verwachting tot vijf dagen vooruit of meer globaal tot dag ‘10’ en zelfs zijn er verwachtingen te beluisteren tot vier weken vooruit en de komende maanden.
Bronnen: Meteo Consult, eigen archief.
Foto’s: Willy Steenkamp (voorpagina); Amara Onwuka; Karin Broekhuijsen; Martha Kivits en Marius Visser.
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
