De Keltische seizoenen deel II

Advertentie
  • Het jaarwiel. Een belangrijke stand van de zon wordt aan het eind van iedere spaak weergegeven. De rechte spaken markeren de grens van de Keltische seizoensindeling, de schuine spaken daar tussenin onze traditionele seizoensindeling.

    Samhein valt op 31 oktober en luidt de donkerste tijd van het jaar in, op het noordelijk halfrond. Het is het feest van de doden, maar ook van bezinning en reiniging.

    Dit laatste valt ook af te lezen van de tekst op deze ansichtkaart, die luidt: ‘mark the way to all who gone and all will come to the land of Eternal Youth’ (markeer de weg voor allen die zijn heengegaan en allen zullen naar het land van de eeuwige jeugd gaan).

    Het oude gebruik om tijdens Samhein rapen uit te hollen, van gezichten te voorzien en daar lichtjes in te branden, zien we terug in het hedendaagse Halloween.

    Ook het Sint Maarten feest, waarbij kinderen met lampions zingend langs de huizen gaan om zo snoep te vergaren, valt terug te herleiden naar Samhein.

    Tijdens Imbolc wordt de terugkeer van het licht gevierd en de belofte van nieuw leven.

    Op deze 'happy Imbolc' ansichtkaart staan weliswaar volwassen schapen in het berijpte veld, maar de link naar de lente en naar de lammetjes wordt tussen de regels door duidelijk gegeven!

    Het feest wat tijdens Beltane wordt gevierd, toont overeenkomsten met Samhain. In sommige Schotse steden wordt Beltane ook nu nog gevierd.

    Sommige horloges zijn ontworpen om de natuurlijke kringlopen weer te geven. Men kan hierop naast de tijd, ook de maanstand en de tijden van op- en ondergang van zowel de zon als de maan aflezen. Ook geven deze horloges feilloos het tijdstip van de zonnestanden op het jaarwiel weer, op deze foto van Beltane.

    Het dansen om de meiboom, een gebruik dat onder andere in Duitsland nog wordt gedaan en wat te herleiden is naar Beltane.

    Ostara markeert de lente equinox en is gekoppeld aan Pasen. Op deze afbeelding ontbreken ook de eieren en de paashaas niet!

  • De Keltische seizoenen deel II
    24.08.2010 10:50

    Afgelopen zaterdag hebben we op deze site het eerste deel geplaatst over de Keltische seizoenen. We lazen daarin dat oude volken lang niet altijd onze seizoensindeling volgden, maar meer de daglengte of de hoeveelheid licht bepalend lieten zijn voor het begin van een seizoen. Op basis van deze indeling begint de herfst niet op 1 september (zoals volgens de meteorologen) of op 23 september (volgens de astronomie), maar al op 6 augustus!

    • Advertentie



    Over deze alternatieve herfst, die ‘Lughnasadh’ of ‘Lammas’ wordt genoemd, hebben we zaterdag geschreven. Belangstellenden kunnen dit verhaal hier inzien. In het verhaal van vandaag bespreken we de overige drie ‘licht’-seizoenen, die, hoewel de namen voor veel lezers onbekend zullen klinken, toch wel degelijk in onze streken worden gevierd!

    Hoe zit het ook alweer?

    Omdat de as van de Aarde scheef staat en de Aarde om de zon draait, wijst deze as beurtelings deels naar de zon toe (tijdens midzomer op het noordelijke halfrond), er juist van af (tijdens midwinter), of neemt ten opzichte van de zon een neutrale positie in (tijdens de equinox of nachtevening in de lente of herfst). Relatief beweegt de zon dus in een voortdurende kringloop steeds tussen de Steenboks- en Kreeftskeerkring heen en weer en doet precies één jaar over een rondje. Vooral de gematigde streken kennen zo heel duidelijke seizoenen. In de zomer staat de zon lang en hoog aan de hemel en is het warm. In de winter is het koud en staat de zon kortstondig en laag aan de hemel. Omdat de opwarming in de lente en de afkoeling in de herfst geleidelijk verloopt, loopt het winter- of zomerweer duidelijk uit fase met de werkelijke zonnestand. Zo is het gemiddeld bezien in onze streken het warmst gedurende de laatste juliweek en de eerste week van augustus, als het tijdstip van de hoogste zonnestand al ruim een maand achter ons ligt. Hetzelfde beeld, maar dan omgekeerd, zien we in de winter. Niet voor niets luidt een weerspreuk: ‘Als de dagen lengen, gaat de winter strengen!’

    Toch is er ook heel wat voor te zeggen om de hoeveelheid licht bepalend te laten zijn voor de seizoensindeling. In de traditionele seizoensindeling lengen de dagen in de lente, maar gaan deze al korten zodra de zomer is aangebroken. Juist in deze tijd van het jaar, is dat zeer goed te merken. Bij diverse oude volken was een seizoensindeling volgens de hoeveelheid licht veel belangrijker dan tegenwoordig.

    Uiteraard was men in de oudheid ook gecharmeerd van enige regelmaat en deelde men het jaar in even lange periodes in, steeds met een duur van anderhalve maand. Aangezien het lengen en korten der dagen niet lineair verloopt maar meer volgens een sinuscurve, kunnen we daarom rond de zomerzonnewende wat langer dan drie maanden van ‘veel licht’ profiteren. De keerzijde van de medaille is dat het rondom de winterzonnewende ook langer dan drie maanden ‘donker’ is. Juist rondom de lente- en herfstequinox lengen en korten de dagen het snelst, dus deze periodes van het meest gelijkmatige licht duren relatief het kortst en in die tijdvakken verandert de lichtval ook nog eens aanzienlijk!

    Het jaarwiel.

    Onder andere de Kelten gaven de afwisseling tussen de seizoenen en de beweging van de zon rondom de evenaar tussen de keerkringen op een zogenaamd ‘jaarwiel’ weer (zie linksboven). Tegenwoordig maken ook moderne heksen gebruik van het jaarwiel. Deze heksen zijn, in tegenstelling tot die, veelal oude dames van twijfelachtig allooi uit sprookjes, veeleer mensen die in harmonie met de natuur willen leven. Ze zijn alles behalve kwaadaardig.

    De spaken van het jaarwiel markeren de belangrijke posities van de zon op het wiel zelf in de loop van het jaar. Vier daarvan markeren de overgang tussen de seizoenen die we op onze kalenders aantreffen en waar iedereen zo vertrouwd mee is. De spaken daar precies tussenin markeren echter de posities waarbij de zon precies halverwege tussen de evenaar en de keerkringen is te vinden.

    Op 6 augustus bereikte de zon een dergelijke plek. Toen werd de periode van drie maanden met het meeste licht en de hoogste zonnestanden op het noordelijk halfrond afgesloten en begonnen de drie maanden met de meest gelijkmatige verdeling tussen dag en nacht, oftewel de ‘licht’-herfst, Lammas of Lughnasadh.

    Over een kleine maand, op 23 september, bereiken we de volgende spaak van het wiel, als de zon recht boven de evenaar is aangekomen terwijl hij verder naar het zuiden beweegt, de herfst equinox of dag-en-nachtevening. Dit tijdstip wordt ‘Mabon’ genoemd. Een zestal weken later bereiken we het volgende belangrijke punt op het wiel en dat noemen we…   

    Samhain.

    Begin november, zo rond de 6e, komt de zon halverwege tussen de evenaar en de Steenbokskeerkring te staan. Qua zonlicht sluiten we op het noordelijk halfrond dan de drie maanden met de meest gelijkmatige verdeling tussen licht en donker af en beginnen de drie donkerste maanden van het jaar. Met Samhain wordt het oogsten beëindigd en maakt men zich op voor de winter, van oudsher een barre tijd. Geen wonder dat de Kelten met Samhain hun jaar lieten eindigen (en het volgende lieten beginnen). Op het jaarwiel wordt het tijdstip van Samhain dan ook weergegeven aan het eind van de spaak die recht omhoog wijst (zie linksboven) en die eigenlijk al op 31 oktober valt. Het was het feest van de doden, maar tevens van bezinning en reiniging, waarbij vuren werden ontstoken en de botten van geslachte dieren in de vlammen werden geworpen. Daarbij liep men gemaskerd rond en in kostuums, in een poging de geesten gunstig te stemmen. Ook werden rapen uitgehold, die van gezichten en van lichtjes werden voorzien. Er is niet veel fantasie voor nodig om hier het verband te zien met Allerheiligen en -zielen, maar vooral ook van het hedendaagse Halloween en het feest van Sint Maarten. Ook wij vieren Samhain dus nog, ook al noemen we het tegenwoordig anders!

    Imbolc.

    Drie maanden later is de zon teruggekeerd op dezelfde positie, maar beweegt nu noordwaarts, in plaats van naar het zuiden. Uiteraard is dat een vreugdevol moment, want de donkere maanden worden afgesloten en het zonlicht krijgt geleidelijk opnieuw de overhand. Hoewel buiten de winter nog heerst, hangt de belofte van de lente, en dus van het nieuwe leven, al duidelijk in de lucht. In het Iers komt Imbolc van het oud Ierse ‘Ik mbolg’ wat ‘in de buik’ betekent. De eerste lammetjes worden dan ook geboren. Het is traditioneel de tijd van het jaar om (weers)voorspellingen te doen voor het komende groeiseizoen en ook kijkt men of dieren al hun holen gaan verlaten, die zo dan een bewijs vormen voor de aankomende lente.

    Wellicht is dit de voorloper van het Amerikaanse ‘Groundhog day’.  Een groundhog is een soort marmot. Als hij bij verlaten van zijn winterhol buiten zijn eigen schaduw ziet, dan duurt de winter nog zes weken, terwijl bij een bewolkt weerbeeld de winter wellicht sneller voorbij is. Er is een sterk verband met de Ierse heks Cailleach, die, als het met Imbolc zonnig weer is, haar huisje verlaat om hout te sprokkelen. Dat is nodig, want de winter duurt nog lang! Daarom hoopten de Ieren dat het met Imbolc slecht weer was, want dan bleef de heks slapen en zou de winter snel voorbij zijn!

    Beltane.

    Met Beltane, die rond 6 mei plaatsvindt, is de zon op dezelfde plek gearriveerd als op 6 augustus, namelijk halverwege tussen de evenaar en de Kreeftskeerkring. Op het noordelijk halfrond breekt nu de periode aan met de langste dagen en de hoogste zonnestanden. Het feest dat met Beltane gevierd wordt, toont veel overeenkomsten met Samhain. Een verschil is dat men naast zuivering vooral het geluk probeert af te smeken en hoopt op een goed groeiseizoen, uiteraard uitmondend in fraaie oogsten later in het jaar.

    Ook wordt dan het vruchtbaarheidsfeest gehouden. Vaak werden ramen en deuren van huizen versierd met takken van de meidoorn en de lijsterbes. Die takken werden ook versierd met linten, slingers en gebroken eierschalen. Enige overeenkomst in onze streken is nog te zien met het versieren van en het dansen rond de meiboom, iets wat vooral in Duitsland nog veel wordt gedaan.

    Ostara.

    Halverwege tussen Imbolc en Beltane, vindt de lente equinox plaats. De zon staat dan opnieuw boven de evenaar en beweegt noordwaarts. De mensen schenken elkaar dan eieren, als vruchtbaarheidssymbool. De link met Pasen is duidelijk, ook al wordt Pasen tegenwoordig gekoppeld aan de kruisiging van Christus, op de eerste zondag na de meeste volle maand in de astronomische lente. Het paasgebruik stamt echter van ver voor onze jaartelling en ook tegenwoordig zien de naam ‘Ostara’ nog duidelijk terug in zowel de Engelse, als de Duitse benaming voor Pasen, namelijk ‘Easter’ en ‘Ostern’. Het woord stamt van de Germaanse Godin Ostara, die tijdens de lente equinox werd vereerd en zich vaak toonde in de gedaante van een haas, ook een vruchtbaarheidssymbool. En daarmee is meteen verklaard waar onze paashaas vandaan komt!

    En met deze constatering hebben we ons rondje langs het jaarwiel voltooid en is de cirkel van de Keltische seizoenen rond.

    Bronnen: Meteo Consult, Wikipedia, Maria Cerridwen, diverse internetsites.

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter