-
In de buurt van Nijmegen is het een winterwonderland. In de bossen zit de sneeuw nog bijna ongeschonden op de bomen. Het ziet er prachtig uit.
Sommige takken kunnen de last van de sneeuw nauwelijks aan. Als je goed luistert, hoor je in de verte ook af en toe een tak onder de sneeuwlast breken. Toch ziet het er vooral mooi uit!
Elke tak z'n eigen laagje sneeuw. Samen vertegenwoordigt het een groot gewicht. Dat is aan deze takken ook wel te zien. De bomen staan aan weerszijden van het Hengstdal. Op het gras in het dal zelf zak je tot aan het midden van je onderbenen weg in de sneeuw.
Een blik naar de hoogste zijde van het Hengstdal. Plaatjes zoals deze zie je bijna nooit in Nederland. Of de sneeuw dooit alweer snel weg of het waait te hard om de sneeuw op de takken te laten liggen. Nu lukt het wel en het levert een fantastisch aanzicht op.
Op plaatsen waar wind de voorgaande dagen wel vrij spel had, zoals aan de rand van de stuwwal waar de harde noordooster van over de Ooijpolder kwam aanwaaien, hebben zich sneeuwduintjes gevormd.
Een blik vanaf de Nijmeegse stuwwal over de belendende Ooijpolder. Oneindige sneeuwvlakten... Op de achtergrond de dijk die de Waal moet tegenhouden.
Hoezeer de winter van december 2010 een copie is van het winterweer dat we dit jaar in januari en in februari hebben gehad, bewijst deze foto van de ijsbergen bij Gaast, die opnieuw de kop hebben opgestoken. Gedurende de voorbije februarimaand zag het er daar ook al zo uit. Karin Broekhuijsen trok de stoute schoenen aan en liep samen met haar man Bart (ze waren de enigen op het ijs) de drie kilometer die de ijsbergen van de vaste wal scheidden. Het was gaaf, aldus Karin. De ijsbergen zijn nog niet zo hoog als in februari, maar mensen die de foto's van toen kennen zullen de gelijkenis herkennen! Foto: Karin Broekhuijsen.
Ook kruiend ijs, zoals nu in de buurt van Den Oever, kan allerlei kleuren hebben. Foto: Karin Broekhuijsen.
De ijsbergen bij Gaast van dichtbij. Omdat het ijs er, net als in februari, golft, heeft zich aan de voet van de ijsbergen een meertje gevormd. Het open water was er overigens zo dichtbij dat Karin en Bart niet al te ver bij hen vandaan een boot voorbij zagen varen. Ook in februari lag het open water dichtbij de ijsbergen. Foto: Karin Broekhuijsen.
Een wak dat nog maar net is dichtgevroren. Het ziet er prachtig uit. Dit soort ijs is de droom van iedere schaatser. Toch moet je er nu niet overheen gaan. Dikke kans dat je er doorheen zakt. Nu is dat overigens niet gevaarlijk, aldus Karin. Het ijs was zo helder dat je de bodem van het water er doorheen kon zien. Heel ver kon je niet zinken, zegt ze. Foto: Karin Broekhuijsen.
-
2010 bijzonder winters jaar26.12.2010 11:47
Grote delen van Nederland beleefden dit weekend de mooiste kerst in vele tientallen jaren, waarschijnlijk zelfs sinds 1938. Want die is bijna niet te overtreffen. Ik weet dat van mijn oma. Ze leeft niet meer, maar had het vaak over de kerst van 1938. Mijn vader stond op het punt om geboren te worden (31-12-1938) en mijn oma telde de dagen af. Ze zag met kerst de zon schijnen op dik besneeuwde bomen. Het vroor matig tot streng. Een sprookje.
-
Advertentie
Een sprookje tref ik ook aan als ik eerste kerstdag 2010 door het heuvelachtige bosgebied rond Nijmegen wandel. In de stad al ligt een indrukwekkende laag sneeuw, bijeengesprokkeld tijdens de zes sneeuwsituaties vanaf donderdag 16 december. Sinds die donderdagavond vriest het onafgebroken en is de sneeuwlaag laagje voor laagje dikker geworden. Op auto’s, die de hele periode niet in beweging zijn geweest, is dat mooi te zien. De oudste sneeuw zit onderin, de nieuwe bovenop. Je krijgt dan een pakket dat normaal alleen in de Alpen terug te vinden is. Daar bestuderen ze die laagjes ook. De manier waarop ze met elkaar contact maken is erg bepalend voor de kans op lawines, als het weer tegenzit. Daar hebben wij geen last van.
Zijn veel van de bomen in de stad afgelopen donderdag en vrijdag nog schoon gewaaid, toen de sneeuwval ook een fikse noordooster met zich meebracht, in het bos even buiten de stad zit de sneeuw een stuk beter op de takken. Ik loop een sprookjeswereld binnen. En ben niet alleen. Heel veel mensen blijken voor een wandeling te hebben gekozen. Ook al is het nog geen 24 uur geleden dat de sneeuw is gevallen, er ligt alweer een hele padenstructuur in het bos. Grappig om te zien is dat de dennenbomen in Nederland duidelijk niet gewend zijn aan een zware sneeuwlast, zoals vergelijkbare bomen in de Alpen dat wel zijn. De takken van de meeste dennen hangen diep door. Hier en daar zijn er afgebroken. De stammen van de loofbomen brengen het er een stuk beter af. Af en toe hoor ik in de verte een tak bezwijken onder de sneeuwlast.
Bijzonder winters jaar
Het jaar 2010 is met recht een bijzonder winters jaar geworden. Als je het jaar als geheel bekijkt, dus met het winterweer van januari, februari en ook deze decembermaand erbij, dan levert dat een aantal bijzondere statistieken op. Met vandaag erbij staat het aantal vorstdagen in De Bilt al op 85, goed voor een gedeelde 16e plaats op de ranglijst van jaren met de meeste vorstdagen sinds 1901. Maximaal dit jaar is een 11e plaats met 90 vorstdagen haalbaar, als de rest van de dagen deze maand ook op enig moment vorst zou opleveren. En die kans is er.Met 28 dagen matige vorst staan we nu op een 12e plaats sinds 1901, het aantal dagen met strenge vorst in De Bilt valt met 4 wat tegen. Hiermee komen we niet hoger dan een 34e plaats. Indrukwekkender wordt het als we naar het aantal ijsdagen tot nu toe kijken. Met de 29 behaalde ijsdagen staat 2010 al op een 5e plaats sinds 1901, voor illustere jaren als 1956, 1985, 1929, 1979 en 1996. Ook 1986 en 1987 behaalden lang niet zoveel ijsdagen als het jaar 2010. Voor 2010 staan (en blijven staan) de jaren 1947, 1940, 1963 en de topper 1942. In het jaar 1942 werden maarliefst 45 ijsdagen behaald. Daar komen we natuurlijk niet meer aan toe.
Vier vorstperiodes!
Dan is er nog een aardige uitkomst. De huidige vorstperiode, die nog steeds loopt, is de 4e van dit jaar. Met 4 vorstperiodes in totaal staat het jaar 2010 op een 3e plek in de ranglijst van de jaren sinds 1901. Met alleen 1940 en 1963 voor zich. Beide jaren kwamen tot 5 vorstperiodes. Dan kun je natuurlijk altijd zeggen dat een vorstperiode net zo makkelijk 50 dagen kan duren. Dat is indrukwekkender dan 4 kortere vorstperiodes. Uiteraard is dat waar. Toch laat de statistiek aan ijsdagen zien dat 2010 op dit gebied wel degelijk goed heeft gepresteerd.Het in totaal dit jaar behaalde Hellmanngetal (het koudegetal of de vorstpunten die je verkrijgt door voor alle dagen met een negatief etmaalgemiddelde dat gemiddelde met weglating van het minteken bij elkaar op te tellen) levert in De Bilt tot en met gisteren een totaal van 134,1 vorstpunten op. Goed voor een 15e plaats op de ranglijst van koudegetallen.
Andere stations
In Eelde zijn dit jaar al bijna 199 (198.9) Hellmannpunten gehaald, verdeeld over 5 vorstperiodes (een record!) en 107 vorstdagen (3e plek). Daar gaan ze vandaag door de 200 heen. Goed trouwens voor een 11e plaats op de vorstranglijst daar. Met vandaag erbij gaat Eelde naar de 10e plek. De voormalige vliegbasis Twenthe heeft dit jaar al 209.5 vorstpunten behaald, verdeeld over 5 vorstperiodes (gedeeld record met 1963) en 105 vorstdagen (3e plaats). Dit puntenaantal in Twenthe is goed voor een 6e plaats op de Hellmannranglijst daar. Maar in Twenthe wordt pas sinds 1955 gemeten, dus is de vergelijking met de andere stations niet helemaal eerlijk.Als we naar de ijsdagen in Eelde en in Twenthe kijken, wordt daar ook behoorlijk gescoord. Eelde komt met 42 ijsdagen op een 6e plaats, Twenthe met 43 ijsdagen zelfs op een 2e plaats in een ranglijst waarin een aantal grote winters missen. Hoewel de statistieken voor Maastricht in het algemeen net iets lager zijn (79 vorstdagen (11), 34 ijsdagen (4), 155.7 vorstpunten (11)), komen vergelijkbare klasseringen op de verschillende lijsten uit de bus. Den Helder staat met 19 ijsdagen op een 3e plaats, het vorstgetal levert er met 93 punten een 15e plaats op en de 3 vorstperiodes een 9e plaats. Vlissingen scoort 57 vorstdagen (10e plaats), 12 ijsdagen (19e plaats) en 1 vorstperiode (gedeelde 14e plek). Daar is het allemaal net iets minder geweest.
Het jaar 2010 als geheel staat in De Bilt tot en met gisteren op een gemiddelde temperatuur van 9.3 graden (normaal 9.8 graden!), goed voor een gedeelde 42e plek. Hier is er nog een uitloop tot een 31e plaats, mocht het jaar 2010 op een gemiddelde van 9.1 graden uitkomen. Dit lijkt allemaal minder bijzonder, maar is het toch eigenlijk wel. Het is namelijk voor de eerste keer dat de gemiddelde jaartemperatuur in de 21e eeuw beneden 10 graden blijft en voor het eerst sinds 1996 dat de jaartemperatuur (dik) beneden normaal blijft. Dat is dus lang geleden.
Gemiste kansen?
Een bijzonder jaar dus, in weerwil van mensen die roepen dat het ook het jaar van de gemiste kansen is. In andere jaren werden ook kansen gemist! Verder is er natuurlijk het verschil tussen de gebieden aan zee en die in het binnenland. Ook dat was vroeger niet anders. Wat dit betreft, spreken de statistieken voor zich. En natuurlijk helemaal die voor de maand december. Met een gemiddelde temperatuur die nu op -1.5 graden staat, zijn we op weg naar een derde en misschien wel tweede plaats op de ranglijst van koudste decembermaanden. En de witte kerst, die we dit jaar hebben beleefd, zal in grote delen van het land nog lang worden herinnerd.Ik loop verder door een winterwonderland. Zie sneeuwduinen, sta tot halverwege mijn onderbenen in de sneeuw en kijk uit over een dikbesneeuwde Ooijpolder. Onderweg zie ik vele wandelaars die net als ik genieten van het landschap om hen heen. Het is de moeite waard. Een waardig afscheid van een bijzonder weerjaar. Een weerjaar dat de winter terug op de kaart heeft gezet en dat uiteindelijk ook in de diverse statistieken voort zal leven!
Bronnen: Meteo Consult, Mscha.org, Weerwoord.be.
Door: Reinout van den Born.
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
