Nazomerweer in aantocht, op naar de heide!

Advertentie
  • De heide in het Drentse Exloo augustus 2011.

    Zo stond de heide er op de Ginkelse hei in Ede op 27 augustus 2008 bij.

    Een burlend edelhert op de hei van de Hoge Veluwe, 11 september vorig jaar.

    De heide is nu op zijn mooist. 'Spelen met licht' op de Posbank.

    De Hoge Veluwe eind augustus dit jaar. Moeder en kind tussen de heidestruiken.

    Het eerste 'burlen' van de herten is op de Hoge Veluwe inmiddels af en toe te horen.

  • Nazomerweer in aantocht, op naar de heide!
    01.09.2011 11:36

    De heide bloeit dit jaar erg mooi, in tegenstelling tot de afgelopen paar jaar. Er zijn intense paarse kleuren te zien, zoals op de Veluwe en in het Drentse Exloo. De bloei duurt nog tot circa half september. Het mooiste paars krijg je als er kort voor de bloei begin augustus veel regenwater valt. En dat was dit jaar aan de orde.

    Heidehaantje
    De afgelopen paar jaren was de hei echter veel minder mooi tot zelfs bruin zoals in 2009 en ook vorig jaar. Het heidehaantje was toen de boosdoener. Om de gemiddeld vijf jaar slaat het bladkevertje namelijk plaatselijk flink toe en dan komt de struikheide nauwelijks tot bloei. Maar dit jaar liet het heidehaantje het echter grotendeels afweten, vanwege onder andere de vrij koude winter. Want de stand van het bladkevertje neemt na wat strenge winterdagen snel af. Het heidehaantje is dus een bladkevertje van 5 tot 7 millimeter groot, waarvan de larven de blaadjes van de heidestruik leegzuigen. De kevertjes hebben een voorkeur voor oude struikhei. Een deel wordt gezien als schadelijk, zoals het blauw wilgenhaantje, elzenhaantje, groen zuringhaantje, sneeuwbalhaantje en tweekleurig zuringhaantje. De coloradokever, bekend van zijn voorliefde voor aardappels, is ook familie. Door het gevreet van de larven kunnen planten geen water meer opnemen, sterven af en kleuren vervolgens bruin. De larven verpoppen zich in de grond en daarna komen ze er in het voorjaar weer uit. Gemiddeld zo eenmaal per vier tot zes jaar bouwt de populatie zich op en wordt dan een echte plaag, waardoor de heide over flinke oppervlaktes wordt aangetast en daarna vaak afsterft. Op die aangetaste heide komt struikhei nauwelijks tot niet in bloei.

    Overigens is het heidehaantje inheems en hoort dus niet in ons land thuis. Het haantje gedijt het beste in dicht opeenstaande heide. Juist de vrij eenvormige heide is gevoelig. In gevarieerde heide is voldoende kale grond en plek voor jonge planten en daar houdt het heidehaantje niet zo van. Juist in die gevarieerde heide vinden we de typische heidevlinders. Daarom valt de invloed van heidehaantjesplagen op deze vlindersoorten waarschijnlijk wel mee. De heivlinder heeft wel veel bloeiende heide nodig, maar komt vooral voor in gevarieerde heidestukken waar ook open zand, hier en daar wat gras en een boom of een struik staat. De losstaande pollen struikheide hier hebben veel minder van het haantje te lijden en die stonden vorig jaar en in 2009 dan ook volop te bloeien.

    • Advertentie



    Stikstofopstapeling
    Het heidehaantje alleen is niet verantwoordelijk voor bruine heide. Volgens ecoloog Arnold van den Burg van de Radboud Universiteit en Stichting Bargerveen is er een achterliggende oorzaak: stikstofopstapeling. Arnold van den Burg onderzoekt de micronutriëntenproductie en -opname van heideplanten en hoe insecten daar gebruik van maken. Micronutriënten zijn voedingsstoffen waarvan dieren slechts kleine hoeveelheden nodig hebben en die ze niet zelf kunnen produceren, zoals enkele aminozuren, mineralen en vitaminen. Van den Burg wijst op de veranderde voedselsamenstelling van de hei: ‘Heideplanten bevatten veel meer stikstof dan ongeveer dertig jaar geleden, door de extra stikstof die op de heide terecht komt vanuit de landbouw, industrie en verkeer (ondanks schonere auto’s en een strenger mestbeleid van de laatste jaren is het stikstofniveau nog steeds te hoog). Een deel van de stikstof wordt in de heideplanten niet meer opgeslagen als eiwit, maar in een andere vorm die we nog niet precies kennen. Het heidehaantje weet hier waarschijnlijk toch goed gebruik van te maken. De volwassen heidehaantjes eten van de jonge blaadjes, terwijl de larven de wortels afgrazen. Hierdoor kunnen de heideplanten onvoldoende water opnemen, waardoor de blaadjes bruin kleuren en langzaam afsterven. De plant gaat dus dood.'

    Hei afbranden...
    Dode hei is niet erg. Arnold van den Burg: ‘Heide hoort bij het Nederlandse cultuurhistorisch landschap. Maar het is niet stabiel, je moet het onderhouden, anders verdwijnt het. Er resteert nog maar een fractie van wat we ooit hadden en daar moeten we goed voor zorgen. Bovendien biedt heide voedsel voor tal van insectensoorten en is daarom belangrijk voor de biodiversiteit.' Volgens Van den Burg is de beste remedie tegen stervende heide: de hei afbranden. Hierdoor verdwijnen veel voedingsstoffen, waaronder een groot deel van de stikstof, uit de heide in de lucht. Het bevordert het teruggroeien van heide en de kans dat het heidevlak vergrast is minder. Hei afbranden gebeurt echter nauwelijks meer. Gemeenten en de brandweer moeten daarvoor toestemming geven en die zijn bang voor ongecontroleerde bos- en heidebranden. De beste tijd om te branden zou dan de winter moeten zijn, wanneer de natuur in diepe rust is. Larven van de bladkever zitten in de humuslaag. Dit is een laag waarin blad en strooisel op de bodem onder de planten ligt. In die organische laag overwinteren de larven van de bladkever. Door dat plantachtige materiaal te verbranden, gaat de larve dood. In het voorjaar kan de heide zich vervolgens dan weer gaan herstellen.

    Alle foto's zijn gemaakt door Karin Broekhuijsen, waarvoor onze hartelijke dank!

    Bron: Natuurmonumenten, natuurbericht.nl, Meteo Consult.

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter