Sluipende droogte

Advertentie
  • De neerslag die tot en met de 23e deze maand is gevallen. Vooral in de zuidoosthoek van het land is het kurkdroog met lokaal nog geen 5 mm. Bron: KNMI.

    Juni telde tot dusver al een flink aantal zeer zonnige dagen. Het gemiddelde totaal voor de hele maand zijn we, met nog een weekje te gaan, al gepasseerd. Bron: KNMI.

    Een watersproei installatie in de schemering. Foto: Ton Koijen.

    Het potentiële neerslagoverschot tot dusver. Overal is sprake van een flink tekort. De tekst hiernaast geeft een nadere uitleg. Bron KNMI.

    Het doorlopend neerslagtekort tijdens het groeiseizoen van dit jaar. Zie de tekst hiernaast voor nadere uitleg. Bron: KNMI.

    Het doorlopend neerslagtekort in 2003. Bron KNMI.

    Vogels zijn soms heel vernuftig in het zoeken naar water tijdens droge omstandigheden, zoals deze pimpelmees.

    De huidige weersomstandigheden zijn ideaal voor het drogen van gras. Foto: Willy Steenkamp.

    Veel andere gewassen moeten echter besproeid worden. In dit tuincentrum gaat dat zo efficiënter dan met de hand met een gieter. Foto: Gieny Boersma.

    Ook volgens de laatste pluim van de 0u run van het ECMWF is er een aanzienlijke kans dat het nog een tijdje droog blijft. Volgens de operationele run valt er zelfs vrijwel geen druppel (de rode lijn). Bron: KNMI.

    De sproei-installaties zullen dus nog wel een tijdje op volle toeren blijven draaien. Foto: Donker.

  • Sluipende droogte
    24.06.2010 11:08

    Tot dusver beleven we een opvallende maand. Tot en met de 23e was de etmaaltemperatuur gemiddeld in De Bilt (volgens de nieuwe norm die we vanaf volgend jaar gaan hanteren zou het zelfs aan de koele kant zijn), maar was het tegelijkertijd droog en knal zonnig, want met nog een volle week te gaan, is het gemiddeld aantal zonne-uren voor heel juni al gepasseerd.

    • Advertentie



    Hoewel menigeen van het zomerweer geniet, zijn er ook al geluiden hoorbaar dat het toch nu al behoorlijk droog aan het worden is. Op die droogte gaan we ons nu verder concentreren. Is het inderdaad zo droog? Wanneer spreken we eigenlijk van een droogteperiode? Het is niet zo simpel om daar antwoord op te geven. Wel kunnen we de huidige droogte al in een historisch perspectief plaatsen.

    De droogte tot nu toe.

    Feit is dat 2010 tot nu toe de hemelsluizen aardig gesloten wist te houden. Uiteraard zijn er lokale verschillen. Zo deponeerde een stil hangende bui vorige week in Purmerend 74 mm, méér neerslag dan er gemiddeld in een hele maand valt. Op het neerslagkaartje dat hiernaast is weergegeven, is deze neerslaguitspatting trouwens niet te zien. In termen van droogte is het vooral belangrijk hoeveel neerslag er in het groeiseizoen valt, dat globaal gesproken, loopt van april tot en met september. In januari tot en met maart is doorgaans de temperatuur de beperkende factor en verkeert de vegetatie in winterslaap, hoewel het ‘ontwaken’ van de natuur in een zachte winter soms al in februari begint!

    In de wintermaanden en de vroege lente is de verdamping hier te lande nihil of gering en zal er in het algemeen meer neerslag vallen dan er verdampt. In het voorjaar slaat dat beeld echter snel om. De temperatuur loopt op, de zon schijnt langduriger en ook de lucht wordt droger. Daarbij zijn februari en april ook nog eens de droogste maanden van het jaar en is de lente sowieso het droogste seizoen van het jaar. En dat in een periode dat de ontluikende natuur het vocht juist zo goed kan gebruiken! Uiteraard kan er geteerd worden op het water dat in de bodem is opgeslagen.

    Zodra de zomer is aangebroken, wordt het ook weer natter. In tegenstelling tot de winter valt het hemelwater nu vaker in de vorm van korter durende, maar ook heviger buien. De verdamping loopt echter verder op en kan op droge, zonovergoten en warme zomerdagen wel het equivalent van 6 mm per etmaal bedragen. Uiteraard gebeurt dat alleen als er voldoende vocht aanwezig is. Uit een kurkdroge grond kan immers niet nóg meer water worden geperst.

    Kijken we naar De Bilt, dan zien we dat er dit jaar afgerond 288 mm is gevallen, sinds begin maart 170 mm en sinds begin april 115 mm. Dat is duidelijk minder dan de norm en gezien de verwachtingen is het niet erg waarschijnlijk dat daar de komende twee weken nog een significante hoeveelheid bijkomt, al is een bui op een enkele dag wel mogelijk. In het algemeen blijft het de komende periode volop zomers en daarmee zal het effect van het droge weer steeds duidelijker zichtbaar worden.

    Een sluipmoordenaar…

    Droogte gedraagt zich als het ware als een sluipmoordenaar. Je kunt niet zeggen dat het gisteren nog niet droog was, maar vandaag wel. Het is normaal in ons land dat er tijdens het groeiseizoen in ons land minder neerslag valt dan er verdampt, maar daar heeft de vegetatie zich aardig op ingesteld. Het is een samenspel van heel wat factoren, waarvan de hoeveelheid neerslag die er daadwerkelijk valt, er maar één is. Stel, we vergelijken twee zomermaanden. In maand ‘A’ valt er 40 mm, in maand ‘B’ 70 mm. Aan het eind van welke maand is er sprake van droogte? Je zou geneigd zijn om te kiezen voor maand ‘A’,  maar als we er nu bij vertellen dat die maand tamelijk bewolkt en koel verliep, waarbij er op vier dagen 5 mm viel en op nog eens tien andere dagen 2 mm en dat de twee maanden daarvoor tamelijk nat waren, dan slaat de twijfel toe. Stel eens dat het in maand ‘B’ zeer zonnig en warm tot heet was met een hele batterij zomerse dagen en een aantal tropische dagen? Bijna alle dagen verliepen droog, maar op drie dagen kwam het tot hevig onweer, waarbij een wolkbreuk 45 mm opleverde en nog twee maal viel er 15 mm. De twee maanden daarvoor verliepen zonnig en droog. Voor de natuur is het wenselijk dat de neerslag gelijkmatig valt over minstens een aantal uren. De neerslag krijgt dan de tijd om goed in de grond dringen. Bij een wolkbreuk van bijvoorbeeld 45 mm in een half uur, zal zeer veel hemelwater weglopen en niet de kans krijgen in de bodem te trekken. Veel van deze regen blijft dus onbenut.

    Om een inzicht te krijgen óf en in welke mate droogte zich ontwikkelt, houdt het KNMI dagelijks bij hoe het staat met het neerslagtekort tijdens het groeiseizoen in ons land. Een kaartje en een grafiek staan hiernaast weergegeven. Er wordt gesproken over een ‘potentieel’ neerslagtekort. Dit slaat vooral op de verdamping. We zeiden al dat er uit een droge grond nog maar weinig vocht kan verdampen en natuurlijk is de verdamping van een groepje bomen anders dan van een maisveld van dezelfde afmeting, wat ook weer anders is dan van een grasveldje of een braak liggend stuk land. Als standaard wordt de hoeveelheid verdamping genomen van een grasveld, dat, van voldoende water is voorzien. Bij de hoeveelheid water die zo wordt onttrokken (maximaal ongeveer 6 mm per dag) wordt dan de hoeveelheid gevallen neerslag opgeteld. Op dit moment is er in het hele land sprake van een neerslagtekort, dat varieert van iets minder dan 75 mm lokaal in Drenthe, tot meer dan 150 mm in delen van Walcheren.

    De droogte historisch bekeken.

    In de grafiek hiernaast zien we de ontwikkeling van het neerslagtekort in ons land, sinds 1 april ( de zwarte lijn). Hiervoor is het gemiddelde van 13 stations genomen. De drie gekleurde lijnen geven achtereenvolgens het verloop aan tijdens het droogste groeiseizoen (1976; rode lijn), het verloop dat tijdens één op iedere twintig jaar wordt bereikt of overschreden (groene lijn) en het verloop dat in de helft van het aantal jaren wordt bereikt of overschreden (blauwe lijn). Te zien is dat het huidige groeiseizoen inmiddels al als tamelijk droog bestempeld mag worden, we zitten halverwege tussen de groene en de blauwe lijn. Dat is nog niet verontrustend, maar de stippellijn geeft het verwachtte verloop voor de komende twee weken aan, waarbij het lichtgrijze gebied de spreiding in de berekeningen weergeeft. Volgens de droogste visie, maar ook volgens het gemiddelde, komen we aan het eind van de eerste juliweek al aardig dicht bij die groene lijn uit.

    Wat het effect is van een langdurige droogte, hebben we in 2003 nog goed kunnen ervaren. De grafiek hiernaast laat zien dat toen eind mei nog nauwelijks sprake was van een neerslagtekort, maar dat we eind augustus tipten aan de groene lijn. Er was toen écht sprake van een watertekort. Getracht werd toen zelfs om water uit het IJsselmeer tegen de stroomrichting in naar de Randstad te pompen en een uitgedroogde veendijk bij Wilnis bezweek, waardoor de bewoners achter deze dijk de paradox ervoeren door te maken te krijgen met een overstroming, ten gevolg van de droogte! Droogte grijpt tegenwoordig eerder en ingrijpender in, vergeleken met vroeger, omdat de watervraag aanzienlijk hoger is komen te liggen.

    Het is duidelijk dat de droogte in 1976 nog veel intenser was. We beleefden toen de op één na droogste lente van de hele 20e eeuw, met slechts 66,2 mm in De Bilt. Alleen de lente van 1996 verliep met 60,8 mm nog droger. De zomer die daarop volgde, was de op zes na droogste met 112,6 mm, wat in combinatie met de droge lente, desastreus was. De allerdroogste zomer was echter die van 2003, met slechts 73,6 mm in De Bilt. Veel betekenend in dat kader is dat de in dat jaar gevallen neerslag tot en met eind augustus met 278,4 mm nog lager lag dan het totaal dat we dit jaar tot op heden al hebben overschreden!

    We hebben vorige eeuw echter een nóg droger jaar gehad en dat was 1921. Dat jaar leverde de op één na droogste zomer op, met 85,4 mm. Ook de lente verliep toen erg droog met 80,5 mm. Destijds verliep alleen januari natter dan het toen geldende gemiddelde, alle andere maanden waren (veel) droger, waardoor de jaarsom op 387,3 mm bleef steken, een extreem lage waarde. Zouden we deze hoeveelheid namelijk verdubbelen, dan zou het jaar nog steeds gemakkelijk bij de droogste helft van het totaal aantal jaren vertoeven!

    De droogte bleef dat jaar, net als in 1976 trouwens, niet beperkt tot ons eigen land. Grote delen van Europa zuchtten toen onder de droogte, die in 1921 in Rusland leidde tot een hongersnood. Wat dat betreft is het beeld dit jaar wel anders. In Spanje heeft men een kletsnatte winter en lente achter de rug en zijn de waterbekkens tot de nok gevuld. Zware overstromingen in de Provence in Frankrijk zijn nog maar net achter de rug en ook grote delen van Polen zijn nog maar net aan het opdrogen. In potentie kan er dus in de gebieden om ons heen nog heel wat vocht verdampen en dat geeft voeding aan de hoop dat de huidige droogte niet tot een nijpende gaat uitgroeien. Maar de komende weken zullen de sproei-installaties nog wel op volle toeren blijven draaien.

    Bronnen: Meteo Consult, KNMI, eigen archief. Foto voorpagina: Willy Steenkamp.

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter