Seizoensverwachtingen: nu op naar de zomer!

Advertentie
  • De winter van 2010 begon rond 17 december 2009 met de eerste sneeuw. Deze foto is op 18 december genomen in de buurt van Gorredijk, de woonplaats van de van vroeger bekende weerman Hans de Jong, door Wendy Betlehem.

    De WinterEfteling ontving rond 21 december een dik pak sneeuw. Foto: Randy Consemulder.

    Zo zag Emst eruit op 4 januari. Karin Broekhuijsen kwam er langs en maakte deze foto.

    Mistbanken kleurden een winters Silvolde in de vroege ochtend van 6 januari. Stan Bouman was op pad en pakte het beeld.

    Stuifsneeuw jaagt over het besneeuwde land. Het is 9 januari en Ria Luttikhold maakt de foto.

    Schaatsen in de buurt van Veere. Op deze foto van Jaap den Hollander is ook te zien dat een plas dichtbij niet eens was dichtgevroren. Het is een foto van 10 januari.

    Het bevroren IJsselmeer, gefotografeerd door Karin Broekhuijsen.

    IJszeilen op de Gouwzee, op 13 februari. Foto: Jaap de Vries.

    En dan een paar plaatjes van de laatste zomer. Illustratief voor de komende? Deze foto met ochtendmist is vorig jaar op 10 augustus gemaakt door Marius Visser, ergens in Drenthe.

    Het maaien van het graan in de buurt van Oldebroek. Een foto van Andre ter Velde, genomen vorig jaar op 16 augustus.

    De 19e augustus was vorig een onvervalste stranddag. Gerard Boukes was er in Zandvoort bij en stuurde deze foto.

    Een mooie regenboog, gefotografeerd in de avond van de roemruchte 20ste augustus, door de toen 11-jarige Rune Sassen in de buurt van het Gelderse Hierden.

    De laatste dag van de zomer bracht nog dit fraaie plaatje met ochtendmist, gemaakt in de buurt van Silvolde door Stan Bouman.

  • Seizoensverwachtingen: nu op naar de zomer!
    08.04.2010 11:02

    Het maken van seizoensverwachtingen is een specialiteit waar de afgelopen 15 tot 20 jaar steeds meer ervaring mee is opgedaan. Voor tropische gebieden, waar de variabelen die van invloed zijn op het weersverloop van jaar tot jaar, tegenwoordig heel goed bekend zijn, zijn ze al behoorlijk betrouwbaar. We weten bij voorbeeld goed wat de uitwerking is van een periode met een El Nino of een La Nina op het weer in de tropen en ook waar. Als je daar je seizoensverwachting op baseert, kun je heden ten dage al heel behoorlijk scoren.

    • Advertentie



    Kijk je naar het weer in onze eigen omgeving, dan is het een stuk lastiger. Bij ons zijn de natuurlijke grillen van het weer al dusdanig groot, dat het lastig is om daar de invloed van een fenomeen als El Nino doorheen te weven. In hoeverre slaagt zo’n fenomeen erin een uitwerking te hebben op het weer bij ons die zo groot is dat ie boven de gebruikelijke grillen uitstijgt. Meestal niet. En lukt dat niet, dan is het maken van een seizoensverwachting ook lastig.

    Zo begon de winterverwachting van Meteo Consult, zoals die begin oktober vorig jaar werd opgesteld aan de hand van de analyse van het Amerikaanse Word Climate Service, een bedrijf waarin Metegroup – het moederbedrijf van Meteo Consult – participeert, en in de weerlijn (0900-9725) werd ingesproken. De rest van de verwachting van toen, die de eropvolgende winter van 2010 uiteindelijk behoorlijk goed bleek te beschrijven, staat hieronder.

    Als we naar de winter kijken in onze omgeving, dan zijn wel een paar parameters aan te wijzen die van invloed op het winterweer bij ons. Een daarvan is de zeewatertemperatuur van de zeeën, op het moment dat het winterhalfjaar begint. Een ander is de overheersende drukverdeling tijdens de wintermaanden. Hoe lastig het ook lijkt om daar grip op te krijgen, iedereen die het weer een beetje volgt en een zwak heeft voor koud winterweer – omdat het maar zo weinig voorkomt – zal kunnen beamen dat drukpatronen tijdens een seizoen niet zelden de neiging hebben stroperig te zijn en – ook al denk je dat het gedaan is – toch steeds weer de kop op te steken.

    Denk maar aan de afgelopen zomer, met zijn golven van warmte, afgewisseld door ongeveer even lange perioden van koelte. Die golven gingen maandenlang door, alleen de basis kwam steeds hoger te liggen. En daarom was van meet af aan eigenlijk al duidelijk dat augustus uiteindelijk de mooiste zomermaand moest worden, wat ook zo bleek te zijn.\

    NAO-index
    Zeewatertemperaturen kun je meten en dan weet je al het een en ander. Het voorzien van drukpatronen tijdens een seizoen is in onze contreien een stuk lastiger, wederom omdat de natuurlijke variabiliteit in de luchtdruk op de gematigde breedten van het noordelijke halfrond al zo groot is. Toch is er een indicator, de zogenoemde Noord Atlantische Schommeling (de NAO) die ontstaat als je de luchtdruk bij IJsland (waar gemiddeld gesproken een lagedrukgebied ligt) en de Azoren (waar zich gemiddeld gesproken een hogedrukgebied ophoudt) met elkaar vergelijkt. Bij een positieve index is dat verschil groot. Het lagedrukgebied bij IJsland is sterk, het Azorenhogedrukgebied eveneens. Bij ons overheersen in de winter dan zuidwestelijke winden die zacht en wisselvallig weer opleveren. Vaak tot in Scandinavië aan toe. De winter stelt dan weinig voor, al kan het patroon voor kortere tijd wel even onderbroken worden. Het keert echter weer terug. De winters van 2007 en 2008 pasten perfect in een winter met een positieve NAO.

    Is de NAO negatief, dan is het luchtdrukverschil tussen IJsland en de Azoren veel kleiner. Het IJslandlaag is in dat geval zwak of helemaal afwezig en datzelfde geldt voor het Azorenhoog. Omdat een westcirculatie onder dergelijke omstandigheden zwak is, kan zich in een winter met een negatieve NAO index boven het noorden en noordoosten van Europa veel makkelijker een koudebastion opbouwen. Draait de wind dan even naar het noorden of noordoosten, en ook daar is de kans bij een zwakke westcirculatie veel groter op, dan zit je ook meteen in de winter. Veel koude winters gaan dan ook samen met perioden met een negatieve NAO-index.

    Verwachtingsmethode
    Daarmee is de stap naar wat nodig is voor een koude winter in onze omgeving wel gemaakt. Blijft over de vraag hoe je zoiets kunt verwachten. World Climate Service denkt hiervoor een methode te hebben gevonden. Voor elk jaar in de periode 1950 tot 2008 is gekeken naar de temperatuurafwijkingen ten opzichte van de normaal in de gebieden tussen 60 graden en 80 graden noorderbreedte, in de maanden juni en juli. Voor die gebieden is gekozen omdat recente studies erop wijzen dat er een relatie is tussen die zomertemperaturen op noordelijke breedten en de NAO index, zoals die optreedt in de winter daarna. Door het temperatuurprofiel voor elk van die jaren te vergelijken met alle andere jaren uit de periode 1950-2008, en voor elk jaar zo een top vijf samen te stellen van andere jaren uit de periode waarvan het temperatuurprofiel het meeste leek op dat in het onderzochte jaar, kon een soort ensemble worden gemaakt voor de op te treden NAO-index, in elk van de onderzochte winters. In ongeveer 73 procent van de gevallen kon zo een accurate verwachting worden gemaakt voor de NAO-index in de volgende winter. Wezen alle leden van het ensemble dezelfde kant op, dan steeg de slagingskans naar 90 procent.

    De winterverwachting voor 2010
    Voor de komende winter wijst het gehele ensemble op een negatieve NAO-index. We kunnen dus van een sterk signaal spreken, waarbij World Climate Service zelf van een slagingskans van 90 procent spreekt. Bij vergelijkbare jaren uit de reeks hoorden illustere jaren als 1962 (gevolgd door de winter van 1963 – nog altijd de koudste uit de Nederlandse meetreeks), 1978 (gevolgd door de nog altijd roemruchte winter van 1979) en vorig jaar. Ook de afgelopen winter was een aardige en in elk geval koude met redelijk wat hogedrukweer. World Climate Service verwacht voor onze omgeving dan ook een koude, relatief droge winter met koude episoden in alle drie de wintermaanden. Eigenlijk geldt deze verwachting voor ruwweg de hele noordelijke helft van Europa. Warmer dan normaal en ook natter weer wordt verwacht voor de zuidelijke helft van Europa. Bij een negatieve NAO index hoort namelijk dat lagedrukgebieden vaak, door de aanwezigheid van hogedrukgebieden boven het noorden van Europa, naar het zuiden worden gedrongen. Ze brengen hun regen en zachte weer dan in het Middellandse Zeegebied.

    De verwachting van WCS is in duidelijke tegenspraak met die van de Engelse weerdienst en ook die van het Europese centrum voor middellange termijn verwachtingen, die beide voor grote delen van Europa een zachte en natte winter voorzien, een winter passend in een patroon waarin van een sterk positieve NAO-index sprake is. WCS deelt die mening dus niet. Stelt dat de kans op een negatieve NAO-index de komende winter minstens 70 procent is en verwacht voor onze omgeving daarom een koudere dan normale en ook relatief droge winter met veel winterweer.

    Verwachting kwam uit
    Inmiddels weten we hoe het is afgelopen. De slagingskans van 90 procent, zoals die door WCS in oktober aan de verwachting werd meegegeven, is uiteindelijk waargemaakt. Opmerkelijk genoeg eigenlijk, omdat Europese instituten als de Metoffice in het Verenigd Koninkrijk en het ECMWF de koude winter niet in de smiezen hadden. In Engeland, waar ze een winter om nooit te vergeten meemaakten, leidde dat nog tot een openlijk dispuut tussen de BBC en de directeur van de Metoffice. Feitelijk werd de Metoffice, de huisleverancier sinds jaar en dag van de BBC, min of meer de wacht aangezegd.

    Toch staan seizoensverwachtingen nog maar in de kinderschoenen, zegt ook oprichter Harry Otten van Meteo Consult. ‘Samen met een van de meest begaafde professoren in de meteorologie in Amerika, John Dutton, proberen we de laatste jaren wel verder te komen’, legt hij uit. ‘Door het combineren van computerverwachtingen en lange termijn trends in indices die aangeven of we met meridionale of zonale stromingen te maken hebben, maken we vorderingen. In september werd het duidelijk dat in de winter van 2009-2010 de Noord Atlantische Oscillatie (NAO) waarschijnlijk negatief zou zijn en dat daarmee de kans op een kouder dan normale winter heel groot zou zijn. En nu weten dat dit uitkwam.’

    ‘Naast de NAO gebruiken we ook de AO, de Arctic Oscillation’, gaat Harry Otten verder. ‘Deze geeft het gemiddelde verschil aan tussen luchtdruk in het poolgebied en op 40 graden noord op alle lengtegraden. In december en in februari was deze AO sterker negatief dan sinds we die voor het eerst in 1950 konden bepalen. De circulatie op het noordelijk halfrond had daarmee in de afgelopen 50 jaar geen precedent. Een gevolg was ook dat er in de afgelopen 44 jaar maar één jaar was (1978) waarin de sneeuwbedekking op het noordelijk halfrond (een klein beetje) groter was dan in de afgelopen winter. In week 7 werd zelfs een absoluut record gevestigd sinds het begin van de meetreeks in 1967...’ 

    Harry Otten ziet met het oog op de toekomst zeker nieuwe mogelijkheden. ‘Lange termijn verwachtingen richten zich nu nog vooral op de invloed van temperaturen in de Stille Oceaan op de klimaatsystemen wereldwijd. Zo zal een El Niño, hoge temperaturen voor de kust van Zuid-Amerika, heel andere gevolgen hebben dan een La Niña waarbij de temperaturen juist beneden normaal zijn. Het lijkt er echter steeds meer op dat de persistentie van NAO en AO ook een belangrijke rol spelen’.

    Inmiddels is de nieuwe zomerverwachting van WCS uit. Vanwege het succes van de winterverwachting, hebben we besloten ook hiervan een verhaal te maken dat inmiddels via de weerlijn te beluisteren is. Mensen die nieuwsgierig zijn naar de uitkomst ervan, kunnen hem beluisteren door 0900-9725 te bellen (55ct. per min.) en dan voor optie 8 te kiezen.

    Bron: Meteo Consult, WCS. 

    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter