-
De winter van 2010 begon rond 17 december 2009 met regionaal veel sneeuw. Dit meisje in Zundert genoot ervan en bouwde meteen een grote sneeuwpop. Foto: Matt Herrijgers.
Drie dagen later, op 20 december, viel in heel het land een dikke laag sneeuw. Deze trein reed nog wel en paseerde Nootdorp op weg naar Utrecht. Foto: Siem van der Sman.
Tijdens de kerst viel de dooi in, het eerst in het westen van het land. Toch werd het officieel wel een witte kerst. De eerste sinds 1981. Foto: Theo Westra.
Tijdens de nieuwjaarsduik was het alweer mooi, maar wel koud. Foto: Gieny Westra.
Rond 8 januari van dit jaar was het alweer volop winter. Hier genieten mensen van het schaatsen in Wijk aan Zee. Foto: Riny van der Schoot.
Het was niet alleen winter. Rond 22 januari was de sneeuw ook in het noorden voor het grootste deel weggedooid. Jannes Wiersema zag een zwaan met jongen.
Ook februari was een koude maand. Rond de 13e was de Gouwzee gevuld met schaatsers. Het bood een oer-Hollandse aanblik. Foto: Henk Groenewoud.
Een dag later hadden we deze prachtige foto op de site, gemaakt door Karin Broekhuijsen in de buurt van Gaast. Daar hadden zich in het ijs op het IJsselmeer indrukwekkende ijsberegen gevormd die tot een toeristische attractie van jewelste uitgroeiden.
Tegen het einde van de februarimaand was het dan toch gedaan met de winter. Ook in het noorden van het land dooide de sneeuw weg. Krijgen we dit jaar een herhaling van het type winter, dat we het afgelopen jaar hebben gehad? Er zijn aanwijzingen dat dit mogelijk is. Maar de aanwijzingen zijn minder sterk dan voorafgaande aan de winter van vorig jaar. Foto: Jannes Wiersema.
-
Weten we wat van de komende winter?16.11.2010 10:36
De kans op een herhaling van de barre winter van 2010 is de komende maanden 75 procent, zegt Meteo Consult. Het was gisteravond te zien tijdens de uitzending van Editie NL op RTL4. Hoe kun je dat weten, is de vraag die veel media zich vandaag stellen. Kun je dat sowieso wel weten, mag je jezelf zelfs afvragen. Hieronder het verhaal nogmaals, maar dan voorzien van enige omlijsting.
-
Advertentie
Het maken van seizoensverwachtingen is een specialiteit die de laatste tijd steeds meer in de belangstelling is komen te staan. Kan voor tropische gebieden, waar de invloeden van buitenaf op het verder redelijk stabiele klimaatsysteem in die omgeving, tegenwoordig behoorlijk goed beschreven worden hoe externe verstoringen – zoals het optreden van zeestromingen als El Niño en La Niña – invloed hebben op het weer aldaar, in ons veel grilligere klimaat is dat een stuk lastiger.
Meestal is de natuurlijke veranderlijkheid van het weer bij ons zo groot dat eventuele invloeden van buitenaf op het proces geheel in die veranderlijkheid ten onder gaan. Wetenschappelijke onderzoeken laten dan ook keer op keer zien dat de meeste seizoensverwachtingen voor de gematigde breedten, waaronder ook ons deel van Europa valt, statistisch gezien nauwelijks voorspellende waarde hebben. En toch wordt er volop mee geëxperimenteerd. En zijn de verwachtingen wel degelijk van tijd tot tijd succesvol.
De verwachting van WCS
Zo was daar vorig jaar ineens de winterverwachting van het aan Meteo Consult gelieerde weerbureau Word Climate Service (WCS), gepubliceerd in oktober 2009, die de spijker voor de winter van 2009/2010 op zijn kop sloeg. Die rapporten van WCS zijn overigens een knap stukje werk. Anders dan de meeste andere instituten, die zich met seizoensverwachtingen bezighouden, bekijken de mensen van WCS het hele pakket. Dus niet alleen hun eigen producten, maar eigenlijk alles wat er in de wereld van de seizoensverwachtingen verkrijgbaar is. Dus ook de seizoensverwachtingen zoals die steeds weer beschikbaar komen van het ECMWF (het gerenommeerde Europese Centrum voor Middellange Termijn Verwachtingen in het Britse Reading), de Britse weerdienst (UKMO) en de Amerikaanse weerdienst (NCEP). In een diepgaande analyse wordt vervolgens naar een verwachting toegewerkt, een verwachting die het voorafgaand aan de winter van 2010 helemaal bij het rechte eind bleek te hebben.Als we winters in onze omgeving bekijken, zijn er een paar parameters aan te wijzen die van invloed zijn. Een daarvan is de watertemperatuur van de zeeën, op het moment dat het winterhalfjaar begint. Een ander is de overheersende drukverdeling tijdens de wintermaanden. Af en toe lijken daar patronen in te zitten.
Denk maar aan die afgelopen winter. Bijna voortdurend zaten er winterse signalen in de verwachting, vooral omdat de luchtdruk in de omgeving van IJsland/Groenland elke keer weer hoog was, de straalstroom vrijwel voortdurend erg zuidelijk lag – in februari zelfs recordzuidelijk – en Nederland hierdoor vrijwel voortdurend aan de koude zijde ervan bivakkeerde. Het enige dat eigenlijk ontbrak was een langere fase met een stabiel hogedrukgebied boven Scandinavië. Langere vorstperioden met droog en helder weer ontbraken daardoor. Veel vaker was het wisselvallig, viel er sneeuw en kwam het toch steeds ook weer tot fasen met temperaturen boven het vriespunt.
NAO-index en AO-index
Grote beïnvloeders van het weer gedurende de winter van 2010 waren de Noord-Atlantische Oscillatie (NAO-index) en de sterk daaraan gelinkte Atlantische Oscillatie (AO-index), die het verschil aangeven tussen de luchtdruk in het gebied van IJsland en Groenland aan de ene kant en het zeegebied rond de Azoren aan de andere kant, of in het geval van de AO-index het verschil in druk tussen het gebied globaal rond 60ste breedtegraad en het gebied rond de 40ste breedtegraad. Beide waarden waren gedurende de afgelopen winter sterk negatief, wat wil zeggen dat de luchtdruk in het noorden hoog was, in het zuiden relatief laag. Een klassieke westcirculatie, met in onze omgeving vooral wisselvallig en zacht winterweer, maakte hierdoor nauwelijks kans. Veel vaker was deze geblokkeerd en domineerden koude winden uit richtingen tussen noord en oost het weerbeeld in onze omgeving. Bij een omgekeerde situatie, met wel veel ruimte voor de zachte westcirculatie, zouden beide indices juist positieve waarden aanwijzen.Het bijzondere is dat sinds de afgelopen winter in die situatie van negatieve NAO- en AO-indices nauwelijks iets veranderd is. Al vele maanden op een rij zijn beide negatief en dat is inmiddels recordlang. Volgens WCS is vooral het verlengde zonnevlekkenminimum, dat eigenlijk pas net achter de rug is, hier debet aan. Met het oog op de komende winter is het interessant om te zien of deze lange fase met negatieve NAO- en AO-indices ook de komende maanden aanhoudt.
Hoe werkt het?
World Climate Service denkt een methode te hebben gevonden om dit te kunnen bepalen. Er lijkt een relatie te zijn tussen het profiel van de temperaturen, zoals die gedurende de zomermaanden optreden in de gebieden tussen 60 graden en 80 graden noorderbreedte in de zomer, en de NAO- en AO-index, zoals die optreedt in de winter daarna.De komende winter
Voor de komende wintermaanden verwacht WCS, als resultaat van de eerderbeschreven diepgravende analyse van alles wat in het land van seizoensverwachtingen tegenwoordig beschikbaar is, in alle drie de wintermaanden een voortduren van de lage NAO- en AO-indices. Omdat – in tegenstelling tot het voorgaande jaar – het onderliggende patroon van aanwijzingen niet eenduidig is, zakt de slagingskans van deze verwachting van rond 90 procent vorig jaar, naar rond 70 procent dit jaar, denkt WCS. Maar ook dat lijkt nog een behoorlijke kans.Een andere reden dat ten opzichte van de verwachting voor de winter van het afgelopen jaar een groter voorbehoud wordt gemaakt zit ‘m in de bijna recordhoge zeewatertemperaturen die de afgelopen maanden in het zeegebied bij IJsland en Groenland zijn gemeten. Was het optreden van koud weer in de voorbije winter op Europese schaal gezien bijna algemeen, in jaren waarin de nu waargenomen grote afwijking van de zeewatertemperaturen in het gebied bij IJsland en Groenland optreedt, blijken zich boven het westen van de Britse eilanden en Scandinavië in de late herfst juist gebieden met sterk boven normale temperaturen te ontwikkelen.
Voor een exacte uitwerking van deze verwachting voor Europa, maar ook andere delen van de wereld kunt u via deze link een abonnement nemen op de verwachtingen van WCS.
Conclusie
Binnen alle (wetenschappelijk gemakkelijk aan te tonen) mitsen en maren die het grillige weer in onze omgeving nu eenmaal met zich meebrengt, staat in de winterverwachting van Meteo Consult inderdaad dat er een kans van rond 70 procent dat zich de komende wintermaanden een herhaling voordoet van het type winter dat we ook in 2010 hebben gehad. Met vaak hogedrukinvloeden in het noorden en lagedrukgebieden ten zuiden van ons. Een type winter dus waarin de wind geregeld uit richtingen tussen noord en oost kan waaien. Over hoe koud het dan wordt, zegt dit weinig. Evenmin weten we hoe vaak, hoeveel en wanneer precies het zal sneeuwen. Wel weten we dat het signaal minder sterk is dan vorig jaar. En dat het uiteindelijk het weer zelf is dat zal beslissen wat het lot van deze verwachting aan het einde van de rit zal zijn.Bron: Meteo Consult, WCS.
Door: Reinout van den Born.
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
