-
Een heg, bedekt met sneeuw. Foto: G.A. Stronks.
Een hondje in de sneeuw. Foto; Anja Kruisselbrink.
Een lampje onder de sneeuw. Foto: Frans Sijmons.
Een mistbank boven de sneeuw. Foto: Karin Broekhuijsen.
Een molen in de sneeuw. Foto: Ria Luttikhold.
Schapen in de nevel boven de sneeuw. Foto: Karin Broekhuijsen.
Een schaap in de sneeuw. Foto: Ria Luttikhold.
Vallende sneeuw. Foto: Tinus Beckers.
Hazenpoten in de sneeuw. Foto: Frans Sijmons.
Zuid-Limburg in de sneeuw. Foto: Marij Bouwers.
-
De dans der modellen15.12.2010 12:09
Het is alweer een tijdje winter in Nederland en daarmee is voor de echte liefhebbers het seizoen van het op internet steeds weer opnieuw bekijken en volgen van de diverse modelberekeningen in volle gang. Gisteren schreven we op deze site hoe onzeker de weerssituatie is, zeker als we naar de iets langere termijn kijken. Wie de berekeningen van gisteravond en vanochtend een beetje heeft gevolgd, weet precies wat dit inhoudt.
-
Advertentie
Als je de mensen in de weerkamer van Meteo Consult aan een wat nauwkeuriger blik onderwerpt, kom je grofweg twee groepen tegen. De meteorologen voor wie het weer gewoon werk is, toch ruim de helft van de weerkamer, en een groep meteorologen voor wie het weer behalve hun werk (professionals zijn het allemaal!) ook een hobby is. De mensen die als het ware in het weer zijn geboren, zo wordt gekscherend ook wel eens gezegd. Dat zijn meteorologen die vooral in de mediahoek hun werk vinden. Zelf hoor ik bij die laatste groep.
Wie de discussies op een weerforum als Weerwoord de laatste dagen een beetje in de gaten heeft gehouden en zelf niet tot de mensen behoort die ‘in het weer geboren zijn’, zal de stemmingswisselingen onder de forumleden, met betrekking tot de steeds maar wisselende perspectieven op winterweer, mogelijk met enige verbazing hebben gadegeslagen. Toeschouwers die dat ‘gevoel’ voor het weer wel hebben meegekregen, begrijpen de overgangen van euforie naar teleurstelling en net zo makkelijk weer terug waarschijnlijk beter.
Zware storm
Bij mijzelf begon het ooit toen ik een jaar of 7 was, in 1976. We – mijn twee broertjes en ik – sliepen bij een van de oma’s in Nunspeet omdat onze ouders voor een weekend met collega’s van m’n vader in Cadzand waren neergestreken. Het was de nacht van 3 op 4 januari 1976. Een zeer zware storm trok over Nederland en liet niet alleen aan zee maar ook in het binnenland zijn sporen na. Ook in Nunspeet. Het ging er hard aan toe. Het oude huis waar mijn opa en oma woonden kon de enorme windstoten van dat moment maar net aan.Slapen was er niet bij. Mijn oma zat in het zachte schijnsel van een hoog aan het plafond hangende slaapkamerlamp midden tussen ons in en hield de stemming er in. Toch schrok ook zij toen rondom het huis een paar bomen omgingen. Een stuk van een boom werd over het huis heen getild, en kwam aan de andere kant weer op de grond terecht zonder schade aan te richten. Meerdere keren stond ze op om naar buiten te kijken. Ze is ongetwijfeld erg geschrokken, maar liet dat niet blijken. Wij zagen de troep de volgende dag pas. Zij had niets verteld.
Op zoek naar sneeuw
Daar moet het ergens zijn gebeurd. Vanaf dat moment begon ik naar het weer te kijken, weerberichten te lezen en kreeg ik mijn eerste (simpele) weerboekjes. Hoewel het een zware storm was die de belangstelling aanwakkerde, was het in die jaren vooral sneeuw die ik zocht. Als het weerbericht weer eens sneeuw aankondigde, kon ik me daar enorm op verheugen. En als die sneeuw dan echt viel, was ik het gelukkigste mannetje van het land. Bleef de sneeuw uit – ja ook toen al kwamen winterverwachtingen niet altijd uit – dan kon ik wel janken.Hobby’s komen en gaan, bij mij was dat niet anders, maar de fascinatie voor het weer bleef bestaan. De eerste jaren leek het wel een beetje op een verslaving, zeiden mijn ouders toen ook. De wereld leek voor mij een tijdje alleen uit het weer te bestaan. Later heb ik daar nog wel eens op teruggekeken in een poging te bedenken hoe dat allemaal zo kwam. Misschien wel omdat het op school niet allemaal crescendo ging. Ik snapte de omgang met klasgenootjes nog niet helemaal en werd geregeld gepest. Daar stond tegenover dat het in onze buurt wel ‘warm’ was.
Misschien was het ook wel dat het weer er altijd was. Compromisloos, dat wel, maar tegelijkertijd onvoorwaardelijk. En gaf het houvast in een tijd die er verder voor mij – vond ik –tamelijk ingewikkeld uitzag. Houvast ook omdat ik gevoelsmatig, doordat ik steeds meer van het weer te weten kwam, steeds meer grip leek te krijgen op hoe het zich allemaal ontwikkelde. Een beetje orde in de chaos dus, zonder dat het weer zich helemaal overgaf. Er bleven telkens weer verrassingen, die me danig uit m’n evenwicht konden brengen. Maar stukje bij beetje leerde ik ermee om te gaan. En – hoe gek ook – dat hielp me in de rest van mijn leven.
Vele winters passeerden
De jaren verstreken. Winters kwamen en gingen. Wat een feest was de winter van 1978/1979! Wat een chaos ook, ook daar waar het om de verwachtingen ging. Maar – en dan richt ik me louter op weerliefhebbers – wat een spektakel vooral! De winters van 1981 (december), van 1985, 1986 en 1987. Die van 1991, 1996 en 1997. En toen dat enorm lange wachten. M’n ouders zeiden dat de belangstelling voor het weer wel zou wegebben. Ze zeiden ook dat er geen geld in te verdienen was en dat ik me beter maar op andere zaken kon richten.Dat heb ik ook gedaan. Ik ben een tijdlang journalist geweest bij een regionale krant. Maar dat beviel toch niet. Nog maar een keer studeren dan, in Amsterdam: communicatiewetenschap. Nog een confrontatie met een zwak punt feitelijk: communicatie. Ik ben er veel over te weten gekomen. En dat hielp. Het plaatje werd langzaam toch compleet. Heel raar vond mijn omgeving het ook niet dat ik met een paar studiegenoten begon aan het opzetten van een communicatieadviesbureau. Zelfs bij de Kamer van Koophandel ben ik nog geweest, voor de inschrijving. Maar het werd toch iets anders, onverwacht en precies op tijd.
Het weer liet me nog steeds niet los. Tijdens een bezoekje aan het mooie Garderen, waar ik 24 jaar van mijn leven heb doorgebracht, vond ik in de papierbak een krant met daarin een advertentie van Meteo Consult. Ze zochten een communicatiemeteoroloog – zo heette dat hier toen nog – met journalistieke vaardigheden. Die functie was voor mij gecreëerd, zo leek het wel. Ik kon het niet laten op de functie te schrijven en werd vrijwel meteen aangenomen. En dus werd het toch het weer. Het grote avontuur kon op mijn 29ste dan eindelijk beginnen..!
Een ding verandert nooit
We zijn inmiddels ruim 12 jaar verder. Werken in het weer heeft me veel opgeleverd. Een enerverende baan, een stel prachtige collega’s en een lieve vriendin. Een gelukkig bestaan. En toch is een ding niet veranderd. Nog steeds zoek ik naar sneeuw, nog steeds ben ik teleurgesteld als weerkaarten met winterse perspectieven in een volgende modelberekening net zo makkelijk weer in een halfslachtig, Nederlands natte verwachting worden omgebogen. En nog steeds drentel ik door de kamer, van het ene raam naar het andere, om steeds weer te checken of het al sneeuwt, nog sneeuwt of dat eenmaal gevallen sneeuw er nog ligt. Of er nu bezoek is of niet.Hoe zeer je ook hoopt dat de perfecte run vervolgens een routekaartje zal blijken te zijn voor al dat fantastische winterweer dat er (virtueel) zit aan te komen, telkens ook weet je dat het in een volgende berekening allemaal weer weg kan zijn. En daarom volg je alles. Om zeker te weten dat het er nog is. En om de pijn te voelen die volgt als het er ineens (even) niet meer is.
Toch is weerliefhebber zijn zonder de teleurstellingen die horen bij verwachtingen die niet uitkomen, ongeveer hetzelfde als leven zonder te weten dat daar ooit een einde aan komt. Zou het allemaal, altijd kloppen, dan kon Meteo Consult de deuren sluiten. En zou ik mijn grote hobby kwijt zijn. Een verwachting die niet uitkomt, is dan ook een zegen voor ons vak. Als je dat weet, kun je zelfs van klapperende modelberekeningen genieten. Ze horen er nu eenmaal bij!
Bron: Meteo Consult.
Door: Reinout van den Born.
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
