-
Een nogal surrealistische weergave van ijs en ijsbergen in het Noordpoolgebied. Als de huidige temperatuurtrend zich de komende jaren doorzet, mogen we blij zijn als we over een tijd überhaupt nog ijs zien in dit gebied aan het eind van de poolzomer.
De opgetreden gemiddelde maandtemperatuur in augustus 2007 op het noordelijk halfrond (links) en daarnaast de afwijkingen ten opzichte van de norm gedurende 1971 tot en met 2000.
Idem, maar nu voor september 2007. Zie de tekst hiernaast voor een verdere uitleg.
De gemiddelde 'ice-extent' over de jaren 1979-2000, vergeleken met het record ijsarme jaar 2005 (groen gestippelde lijn) en 2007 (blauwe lijn).
De verspreiding van het zeeijs in het Noordpoolgebied op 1 november van dit jaar.
Temperatuurkaartjes van het noordelijk halfrond van oktober 2007 (links) en daarnaast de afwijkingen ten oipzichte van de norm.
Idem, maar nu op het 850 hPa-vlak. Zie de tekst voor een verdere verklaring.
-
Temperaturen Noordpoolgebied recordhoog06.11.2007 12:22
Stel: het volgende weerpraatje zou u horen op de radio. “Het was vandaag uitzonderlijk zacht voor de eerste novemberweek. Na een nacht, waarin de temperatuur hier en daar niet eens onder de 15 graden kwam, steeg het kwik vandaag vrijwel overal tot ruim boven de 20 graden. In het Limburgse Ell werd zelfs 25 graden bereikt. Naar verwachting zal het morgen zelfs nog iets warmer worden…” Schut u nu meewarig het hoofd en denkt u ‘dat is net zo’n onzinverhaal als die superstorm waar de media gisteren en vandaag bol van staat…’
-
Advertentie
Maar het gaat nog verder. Stel dat de meteoroloog begin december u het volgende vertelt: “De afgelopen november is in ons land nog nooit zo zacht verlopen. Normaal is november een echte herfstmaand, met soms zelfs al wat winterse plaagstootjes, vooral gedurende de tweede helft van de maand. Maar dit jaar, niets van dat alles. In De Bilt kwam het kwik op maar liefst 21 dagen boven de 20 graden uit en zelfs werden er vier zomerse dagen opgetekend. De gemiddelde maximumtemperatuur kwam daarmee uit op ruim 21 graden, wat vrijwel normaal is voor een doorsnee julimaand. In het zuidoosten van het land kwam Ell zelfs op negen zomerse dagen en op de warmste dag (6 november) werd het daar 28.6 graden. De warmte beperkte zich niet tot overdag alleen. Ook de nachten verliepen uitzonderlijk zacht. In De Bilt bleef het kwik in vijftien nachten boven de 15 graden en slechts in twee nachten kwam het kwik onder de tien graden. Hierdoor is de gemiddelde maandtemperatuur uitgekomen op 18.2 graden, precies twaalf graden boven het langjarige gemiddelde en daarmee was november warmer dan een doorsnee zomermaand…”
‘Wat is dit voor een belachelijk verhaal’, hoor ik u denken. ‘Ik dacht dat Meteo Consult een serieus weerbureau was?’ Inderdaad, dat zijn wij, en met deze inleiding willen wij u ook niet in de maling nemen. We zijn namelijk bloedserieus. Het bovenstaande voorbeeld is aangehaald om bij u te laten doordringen wat het betekent als de temperatuur meer dan tien graden boven de norm uitkomt. Dat mag in Nederland dan niet mogelijk zijn, maar het onthutsende van dit verhaal is dat dit scenario weliswaar niet in ons eigen landje werkelijkheid is geworden, maar dat het wél de realiteit was in grote delen van de IJszee rondom de Noordpool, gedurende de afgelopen oktobermaand.
In een enorm gebied op en rondom de Noordpool zijn in oktober temperaturen gemeten die zonder te overdrijven als belachelijk hoog omschreven kunnen worden, het kaartje hiernaast geeft daarvan een beeld. In een gebied zo groot als geheel West-Europa lagen de gemiddelde maandtemperaturen meer dan acht graden boven het langjarige gemiddelde, maar dichter bij het hart van dit gebied waren de afwijkingen naar boven véél groter, orde grootte tien tot vijftien graden. Op het allerwarmste plekje was de afwijking naar boven nog iets meer dan zestien graden. Daar lag de gemiddelde oktobertemperatuur rond -2 graden, terwijl dat ‘normaal’ nog iets kouder dan -18 graden is. Daar waar de meest pessimistische klimaatmodellen de opwarming de komende jaren laten oplopen tot een graad of zes in het Arctische gebied lijkt dat in oktober 2007 al een lang gepasseerd station te zijn, gezien deze ongelofelijke afwijkingen die daar de voorbije maand zijn gemeten. Deze enorme warmte beperkte zich trouwens niet tot het zee (ijs) oppervlak. Ook op rond 1500 meter hoogte, op het 850 hPa-vlak was oktober om het zo eens te zeggen ‘idioot zacht’, normale woorden schieten tekort om te beschrijven hoe uitzonderlijk de opgetreden afwijking naar boven is (zie kaartjes).
Wat is nu de oorzaak van dit alles? Dat is redelijk aan te geven. In de media heeft het afgelopen zomer duidelijk gespeeld dat het ijs rondom de Noordpool dit jaar verreweg zijn kleinste uitbreiding verkreeg sinds het begin van de regelmatige waarnemingen, zo ongeveer rondom het midden van de vorige eeuw. Vooral aan de Aziatische kant van de IJszee bleek het ijs in de loop van de poolzomer vrijwel helemaal te verdwijnen! Het bleek zelfs mogelijk voor schepen om ‘om de noord’ van de ‘oude’ naar de ‘nieuwe’ wereld te varen, een route die tot dit jaar altijd door het ijs geblokkeerd werd, ook in de zomer.
Het gevolg van het smelten van het zeeijs in de Arctische wateren heeft immense gevolgen gehad. IJs, dat uiteraard ook deels bedekt is door sneeuw, weerkaatst een belangrijk deel van het zonlicht. Zeewater echter, weet veel van de zonnestralen te absorberen en warmt daarbij op, waarbij geleidelijk ook diepere waterlagen opwarmen. En die warmte raak je niet een, twee, drie kwijt. In augustus van dit jaar, aan het eind van de poolzomer, was te zien dat de gemiddelde temperatuur in het poolgebied niet eens zo erg veel afweek van het langjarige gemiddelde, met uitzondering van de Oostsiberische Zee waar zich een groot warmte-eiland had gevormd, met afwijkingen van 3 tot 8 graden boven de norm. Deze plek kwam precies overeen met de locatie alwaar in de weken daarvoor het zeeijs volledig gesmolten was.
De gevolgen lieten zich raden. September brak aan, de maand waarin de zon steeds lager komt te staan, om uiteindelijk, aan het begin van de astronomische herfst op de Noordpool definitief onder te gaan. Met het invallen van de poolnacht gaan de temperaturen omlaag, maar boven het vloeibaar geworden zeeoppervlak (met een temperatuur van iets lager dan -2 graden, het smeltpunt van zout water) wilde dat minder vlot lukken. Een uiteraard had dat ook invloed op de omringende gebieden, waar het ijs zich nog wél had weten te handhaven. In september breidde het relatief warme gebied zich dan ook over de hele noordelijke IJszee uit en het gebied met écht grote afwijkingen naar boven, werd ook veel groter dan in augustus het geval was. Boven vrijwel de gehele Oostsiberische Zee, maar ook boven de westelijke delen van de Beaufortzee, aan de noordkant van Alaska, werden nu afwijkingen van zes tot ruim acht graden gemeten.
Inmiddels is oktober voorbij en heerst in het hele gebied de poolwinter. Normaal in deze tijd van het jaar vriest het in dat hele gebied zeer streng, waarbij temperaturen tussen -10 en -25 graden gemeengoed zijn. Uiteraard breidt het zeeijs zich dan weer uit, en dat gebeurde ook dit jaar. Het ijsvrije gebied had echter in de late poolzomer zoveel warmte opgeslagen, dat deze in oktober nog niet geheel was afgegeven. Lucht die over het nog onbevroren zeeoppervlak streek, met een temperatuur van rond -2 graden, warmde daarbij ook de omgeving drastisch op, net zoals dat bij ons gebeurt als in de winter de wind van zee komt. Daalt de temperatuur normaal boven een bevroren zee in de loop van oktober naar -20 of nog lager, nu bleef de temperatuur daar dus zeer ver boven.
Hoe alarmerend de situatie is, is te zien aan de afbeeldingen hiernaast. Aan de grafiek is te zien dat de ‘ice extent’ (de zeeoppervlakte die met minstens 15% ijs is bedekt) half oktober nog maar net boven het niveau lag van de allerlaagste waarde die in het meest ijsarme jaar (2005) was opgetreden. Het verschil met de gemiddelde ijsbedekking gedurende de jaren 1979 tot en met 2000 is enorm. Dit jaar is de ijsbedekking nu ongeveer de helft van dit langjarige gemiddelde. Sterker nog, te zien is dat op 1 november heel Spitsbergen en Nova Zembla nog ijsvrij waren en dat dit ook nog gold voor grote delen van de Oostsiberische Zee en delen van de Beaufortzee. In feite was op 1 november de hoeveelheid ijsbedekking nog duidelijk kleiner dan het gemiddelde minimum gedurende de zomers van 1979 tot en met 2000.
Maar het meest onthutsend is toch het temperatuurkaartje van oktober, dat we hierboven al hebben besproken. Om een indruk te geven wat het betekent dat de temperatuur zo ver boven het gemiddelde ligt, hebben we aan het begin van dit verhaal een hypothetisch beeld geschetst van wat voor temperaturen we in Nederland in november zouden krijgen als de maand twaalf graden warmer zou verlopen dan de norm. En dan hebben we dus niet eens de meest extreme afwijking als voorbeeld genomen zoals die in oktober boven de noordelijke IJszee is opgetreden. Dan zouden we in dat gefantaseerde maandoverzicht zelfs over tropische dagen hebben moeten spreken die dan in november in Nederland zouden zijn voorgekomen!
De moraal van dit verhaal moge duidelijk zijn. De temperatuur aan de bovenkant van onze aardbol heeft dit jaar zeer verontrustige ontwikkelingen doorgemaakt en wat dat betreft moeten alle alarmbellen nu op ‘rood’ staan. Wie nu nog beweert dat er weinig aan de hand is, gedraagt zich wereldvreemd. De tijd zal leren of er in de huidige poolwinter een zeker herstel zal optreden en, belangrijker nog, in hoeverre die enorme relatieve warmte in het Noordpoolgebied zijn invloed zal doen gelden in de grote landmassa’s die daar omheen liggen; Siberië, Alaska, Canada, Noord-Europa en wellicht ook onze streken.
Bronnen: Meteo Consult, KNMI, STCC (State of The Canadian Cryosphere); NSDC (National Snow & Ice Data Center), temperatuurkaarten NCEP/NCAR (verkregen via www.nlweer.com de site van Alwin Haklander).
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
