Een winterwandeling

Advertentie
  • Als eersten van deze dag lopen we het Hengstdal in. In de verte staan de paarden ons op te wachten.

    De combinatie van natuur en de stad tekent Nijmegen. Op de voorgrond het Hengstdal, op de achtergrond een toren in de stad.

    Sommige straten zijn geruimd, andere nog mooi wit. Maar wel glad...

    Sommige paden zijn mooi wit, andere zijn geruimd. Maar wel glad...

    Soms liggen de mooie witte en de geruimde paden naast elkaar. En kun je kiezen...

    Onze kat Cis heeft het wel gehad met de sneeuw. Hij vindt het mooi... geweest!

    Ondanks het winterse weer bloeit in de Vlist de kornoelje al volop. Foto: Piet Frie.

    Het sneeuwt in Zandvoort. Foto: Gerard Boukes.

    Sneeuwpret in Limburg, in dit geval in Heerlen. Foto: Math Gossens.

    Sneeuwpret in Wijk bij Duurstede. Foto: Alexandra Smink.

    De brandweer blust een brand in het Gelderse Rozendaal. De sneeuw helpt niet echt mee. Foto: Martin de Jongh.

    Ook aan de Cote d'Azur begon het te sneeuwen, in Bandelieu. Foto; Rene Houben.

  • Een winterwandeling
    31.01.2010 13:20

    Ik moet vandaag werken, maar er ligt sneeuw. En de zon gaat straks schijnen. Dus zit er niets anders op dan wat eerder uit bed te gaan om een sneeuwwandeling te maken. Het begint net te schemeren als we de gordijnen voor de ramen weg schuiven. Hoewel het in de nacht een beetje gedooid heeft, ik heb dat zelf geconstateerd toen ik rond half twee even naar de wc moest, ligt de sneeuw er gewoon. Het is redelijk helder geworden. De thermometer wijst een geruststellende -1,5 graden aan. Na het ontbijt gaan we dan ook met goede moed op pad.

    • Advertentie



    Eigenlijk is er niets zo mooi als vers gevallen sneeuw, bedenk ik me als we ons hoofd buiten de deur steken. Hoewel de strooiploegen overduidelijk hun werk hebben gedaan, ziet de weg voor ons huis er nog redelijk wit uit. De stoepen zijn zelfs helemaal wit, de meeste auto’s weer dicht besneeuwd. Als kind al had ik een voorliefde voor besneeuwde grasvelden waar nog niemand op gelopen had. Wat een genoegen was het om er dan als eerste een dik spoor doorheen te trekken. Hoe dikker de sneeuwlaag daarbij was, hoe groter het plezier…

    We lopen door een nog stil, zondags Nijmegen en volgen de lange Van ’t Santstraat, dwars door Nijmegen-Oost. Deze straat gaat langzaam omhoog. Overal zien we hetzelfde onversneden winterse beeld. Sneeuw op de daken, sneeuw in het gras, witte stoepen en besneeuwde auto’s. In de negen jaar die ik nu in Nijmegen woon, waren dit soort beelden tot nu toe een zeldzaamheid. Het sneeuwde wel eens, maar altijd op een warme ondergrond. En bijna steeds voorafgaand aan dooi. Je moest dan snel zijn om nog iets van het schouwspel te kunnen meepikken.

    Alles is anders
    Dit jaar is alles anders. Niet alleen sneeuwt het om de haverklap, de sneeuw blijft ook elke keer weer liggen. Vanaf 17 december, de dag waarop het voor de eerste keer wit werd, heb ik dan ook iedere dag wel sneeuw gezien. Soms heel veel, een andere keer alleen resten. Toen we in december naar Engeland gingen – net de dag voordat op de 20ste in grote delen van Nederland een echt dikke laag sneeuw viel – dachten we de echte pret nog mis te lopen. Aangekomen aan de andere kant van de Noordzee, in de Yorkshire Dales, bleek de winter echter ook daar anders te zijn. En maakten de uiteindelijk 20 tot 30 centimeter sneeuw waarin wij terechtkwamen, het missen van de ‘echte’ sneeuw in Nederland meer dan goed. Het was prachtig!

    Passie voor winters
    Winters hebben altijd een voorname rol gespeeld in mijn ‘weerleven’. Toen ik, nu 34 jaar geleden (ik was toen 7 jaar) door mijn fascinatie voor het weer werd gegrepen, was de zware storm die van 3 op 4 januari 1976 Nederland teisterde daarvoor de directe aanleiding. Op de achtergrond was het echter de passie voor de winter en alles wat daarbij hoort die de hobby een grote vlucht deed nemen. Het zag er toen nog overzichtelijk uit. Weerberichten zag je op tv, hoorde je op de radio en las je in de krant. Daarbij waren, behalve het KNMI, Jan Pelleboer en Hans de Jong actief. En gelukkig keken zij voor ons niet verder dan tot ‘overmorgen’. Zelf keek ik nergens naar. Ik beleefde het weer. Genoot van de sneeuw en het ijs als het zover was. Was teleurgesteld als aangekondigde sneeuw niet kwam. En leerde veel over het weer, steeds meer.

    Toen ik, na veel omzwervingen, in augustus 1998 bij Meteo Consult mijn droombaan kreeg, veranderde ook de hobby. Was het voor die tijd vooral drijven op wat anderen voor mij uitvonden, nu had ik zelf toegang tot de bron. Ik verheugde me op de eerste ‘winter’ die ik als professional zou meemaken – die van 1997 was nog maar kort geleden. En had er geen idee van dat ik hierop nog 11 of 12 jaar zou moeten wachten. In de tussentijd nam Internet zijn vlucht en kreeg geleidelijk aan iedereen die dat wilde toegang tot de gegevens, waar vroeger eigenlijk alleen meteorologen naar keken. Wie nu weerliefhebber is, en dat ben ik zelf ook nog altijd, heeft bijkans een dagtaak aan het bijhouden van de weerkaarten, die elke 6 uur ‘realtime’ binnenrollen. Niet alleen van de bronnen van toen – het Europese model, het Engelse model, het Amerikaanse model of De Duitsers – maar ook van een hele trits aan andere verstrekkers. Daarbij kijken we niet meer alleen naar morgen en overmorgen, maar zo ver mogelijk vooruit.

    Virtuele winterbeleving
    Veel meer dan reëel, zoals toen ik begon, is de beleving van weer virtueel geworden. Als het er eenmaal om gaat, en dat is in de winter eigenlijk bijna altijd zo, bekijken we elke zes uur weer alle kaarten, analyseren ons suf, rekenen ons rijk als ze koud zijn tot in het einde der tijden en zien geen perspectieven als het een warme optie is die de boventoon voert. Totdat het laat is in de avond en we met brandplekken op de ogen naar bed gaan, voor de sessies van de nieuwe dag. Want dan is het ‘nieuwe ronde, nieuwe kansen’. We kijken en we kijken, lopen rond in die mooie virtuele wereld van schuivende hogen, laagjes boven de Noordzee, warmte-advectie en verbindingen die net wel of net niet tot stand komen. Om aan het einde van weer een ronde te concluderen dat een warme berekening een uitbijter is en de koude berekening waar.

    We hebben de Van ’t Santstraat achter ons gelaten en lopen het Hengstdal in. Nijmegen is een prachtige stad, vooral ook omdat de stad zo mooi in de natuur er omheen ligt ingepakt. De heuvelrug waar Berg en Dal op ligt, is daar een mooi voorbeeld van. We benaderen Berg en Dal via het door bos omgeven Hengstdal. Een gebiedje dat precies is wat de naam ervan beoogt te zeggen. Een langgerekt dal, belegd met weilandjes waarin paarden lopen. Op dit vroege uur is het er druk met vogels en vogeltjes. Hun gefluit is niet van de lucht. In de nieuwe sneeuw zien we konijnensporen, veel konijnensporen zelfs. Hier en daar hebben de dieren in de sneeuw gewroet, op andere plaatsen kwamen ze schijnbaar even bij elkaar om daarna weer te verdwijnen. We horen het geroffel van een specht. Nog niemand heeft de sneeuw geraakt, we zijn de eersten die er onze sporen trekken. Nog altijd voelt dat goed. Feitelijk net zo goed als toen…

    Denken aan vorst
    Terwijl we het Hengstdal verlaten en door het bos aan de rand van Berg en Dal weer richting Nijmegen gaan, denk ik aan de vorst die voor de komende week wordt berekend. De ensembles laten die allemaal nog goed zien. Wel vervelend dat de operationele berekeningen van het Engelse en ook het Europese model al een tijdje niet meer meedoen aan die winterse aspiraties. Maar die kunnen het ook mis hebben. Toch geeft het me een onrustig gevoel.

    Het is deze winter nog steeds fout gegaan als oostelijke stromingen op het toneel verschenen. Steeds weer moesten ze op dezelfde ingewikkelde manier beginnen, met warmte-advectie aan de achterzijde van een over Nederland en de Noordzee wegtrekkend laagje, waarna het hogedrukgebied dat in de buurt van Noordwest-Spanje al aanwezig is, via de Britse eilanden verbinding zou moeten krijgen met een ander hogedrukgebied boven het Noordwesten van Rusland. Daarna, als dat allemaal goed is gegaan, ontstaat uit die twee peilers een heel groot hogedrukgebied, met als basis die warmte in de bovenlucht die dan helemaal boven het noorden van Europa terechtkomt. En als dat er dan eenmaal is, gaat de wind uit het oosten waaien en komt koude lucht die in het oosten van Europa al die tijd al klaar ligt, eindelijk naar ons toe. En zijn we vertrokken voor een vorstperiode van twee weken. En komt er een Elfstedentocht.

    Pfff... Echt waar! Het zit al dagen in de kaarten. Natuurlijk, het is allemaal nog ver weg, maar bijna alle lijntjes laten toch hetzelfde zien. En als ze hetzelfde laten zien, zijn ze ineens veel betrouwbaarder dan op het moment dat ze elk hun eigen kant opgaan? Toch? Veel sterker ook dan die veel geavanceerdere hoofdberekening, die van geen winter wil weten. En die al 3 of 4 keer consequent voor de zachte optie heeft gekozen. En de Amerikanen zijn ook koud!

    Het duizelt me
    Het duizelt me als we door de buitenwijken van Nijmegen weer richting huis lopen. Voor de vierde keer horen we de roffel van een specht, zelfs binnen de stadsgrenzen! Jammer eigenlijk dat de sneeuw overal eigenlijk alweer meteen geruimd wordt. Witte stoepen zijn veel mooier dan geveegde stoepen, hetzelfde geldt voor de weg. Maar die niet geveegde stukken zijn natuurlijk wel veel gladder! En die gladheid levert nu eenmaal aantoonbaar gevaar op.

    Eenmaal thuis, pak ik snel de auto en rijd naar het werk. Het is nog glad, op een rotonde raak ik bijna in een spin. Gelukkig rijd ik niet hard en kan de glijpartij gemakkelijk corrigeren. Een half uurtje later leg ik in Wageningen aan. De hoofdmeteoroloog vertelt me wat het weer gaat doen. De nieuwe operationele berekening van het Europese model laat het koude weer, na nog heel wat gekwakkel de komende week, rond het nieuwe weekeinde andermaal eindigen. De rest van de pluim en de Amerikanen zijn nu ook ‘om’. Toch fijn dat ik net nog een sneeuwwandeling heb gemaakt. Een collega belt om te vertellen dat hij de afgelopen nacht, op weg naar huis, tijdens hevige sneeuwval van de weg is gegleden en tegen een boom is geklapt. Hij stuurt een foto mee. Zijn auto is total loss. Het plaatje is indrukwekkend. Ik ben blij dat hij het er ongeschonden vanaf heeft gebracht, maar besef me meer dan ooit en scherp dat het nu echt winter is…

    Bron: Meteo Consult

    Door: Reinout van den Born.
    Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie.
Volg MeteoConsult op Twitter