-
De afwijkingen van de gemiddelde temperaturen ten opzichte van normaal in de voorbije decembermaand. Duidelijk is te zien hoe het in delen van Europa, Azie en Noord-Amerika kouder was dan normaal. Op de rest van de aarbol overheerste de warmte. Bron: NASA (GISS).
De afwijkingen van de temperaturen per breedtegraad in december. Mooi is te zien hoe het noordpoolgebied het qua warmte wint. In onze omgeving was het juist wat kouder dan normaal. Bron: NASA (GISS).
De afwijkingen ten opzichte van normaal van de gemiddelde temperaturen, wereldwijd in de voorbije januarimaand. Europa en Azie blijven (deels) koud. Canada en de VS zijn flink warmer geworden. Verder is het op andere plaatsen opnieuw de warmte die overheerst. Bron: NASA (GISS).
De afwijkingen voor januari per breedtegraad. Nergens, zelfs niet op onze breedtegraad, is het gemiddeld kouder dan normaal.
De gemiddelde temperaturen dit jaar tot nu toe in het noordpoolgebied, binnen de tachtigste breedtegraad. We zien sterke schommelingen. Bron: DMI.
De sneeuw- en ijsbedekking op het noordelijk halfrond van gisteren. Wit is sneeuw, blauw is ijs. Wie goed kijkt, ziet dat ook het ijs van het IJsselmeer wordt meegenomen. Bron: NOAA.
De oppervlakte van het zeegebied rond de Noordpool dat voor minimaal 15 procent met zeeijs is bedekt. De lijntjes laten de ontwikkeling gedurende de laatste 9 jaar zien. Rood is de lijn van dit jaar. Die ligt tamelijk onderin. Bron: IARC-JAXA.
De oppervlakte van het zeeijs op het noordelijk halfrond, als je al het beschikbare zeeijs in elkaar zou schuiven. Er is een duidelijk tekort ten opzichte van normaal. Bron: University of Illinois.
De ontwikkeling van de nieuwe zonnevlekkencyclus. Na jaren van rust zit er sinds december weer een duidelijke stijging in, die ook nu nog doorzet (al is de huidige periode nog niet in de grafiek meegenomen). Bron: NASA.
-
Winter bij ons koud, maar elders?23.02.2010 12:36
Nu de meteorologische winter in Nederland zijn einde nadert, kunnen we ook eens over de grens kijken. Grote delen van Europa mogen dan een koude winter achter de rug hebben, is het op het noordelijk halfrond overal koud geweest?
-
Advertentie
Als we naar de temperatuurkaartjes van de NASA naast dit verhaal kijken, gemaakt op basis van de waarnemingen van een groot aantal waarnemingsstations, dan zien we zowel in de voorbije decembermaand als in de afgelopen januarimaand dat het vooral in de noordelijke delen van Europa en Azië gemiddeld gesproken duidelijk kouder is geweest dan normaal. Deden de VS en Canada in december voor een belangrijk deel ook mee, in januari bleef in Noord-Amerika alleen het zuidoosten van de VS nog als een relatief koud gebied over. In Canada en in het westen van de VS was het toen juist een stuk warmer dan normaal.
Verder zien we op beide kaarten vooral hogere dan normale temperaturen, bijvoorbeeld in de zuidelijke helft van Azië (en dan in januari nog sterker dan in december). Heel Canada hoorde in januari bij het gebied waar het veel warmer was dan normaal, samen vrijwel het complete noordpoolgebied. In december waren de afwijkingen naar boven in vrijwel het gehele poolgebied enorm, in januari was het gebied ten noord(west)en van Canada duidelijk afgekoeld en troffen we de grootste afwijkingen naar boven in het deel ten noorden van Siberië aan.
Zuidpoolgebied warm
Op het zuidelijk halfrond viel op dat het zuidpoolgebied vooral in januari duidelijk warmer was dan normaal. Ook is hier duidelijk te zien dat op de Stille Oceaan in het zeegebied tussen Indonesië en Peru nog steeds een El Niño aan de gang is, een periodiek optredende warme zeestroom langs de evenaar die ook grote invloed heeft op de luchttemperaturen daarboven. Daarnaast beleefde het zuiden van Australië een zomer die warmer was dan normaal.Gooi je alles op een grote hoop, dan blijkt dat de wereldtemperatuur in december 0,59 graden hoger was dan normaal (in dit geval het gemiddelde in de periode 1951 tot en met 1980), goed voor een top vijf positie in de lijst van warmste decembermaanden. Januari was 0,71 graden warmer dan normaal, goed voor een tweede plaats in de top van warmste januarimaanden. Opvallende cijfers, zeker als je bedenkt dat we toch ook grote gebieden kunnen aanwijzen waar het kouder dan normaal was. Het geeft maar eens aan hoe warm het op andere plaatsen is geweest. De cijfers van februari worden in de loop van maart bekend.
Schommelingen
Als we iets verder inzoomen op het noordpoolgebied, dan zien we in het vijfde plaatje in grafiekvorm (in graden Kelvin) een schatting van de gemiddelde temperatuur in het gebied binnen de tachtigste breedtegraad. Die blijkt de bijna voorbij twee maanden aan sterke schommelingen onderhevig te zijn geweest. Januari begon warm, tegen het einde volgde een koude periode, waarna het in februari opnieuw lang warm was. Inmiddels lijken de temperaturen dichterbij de normaal voor deze tijd van het jaar (rond -30 graden) te liggen.De hoeveelheid zeeijs, die zich op de poolzeeën heeft gevormd, is altijd een redelijke indicator voor de kracht van het winterweer aldaar. Als we kijken naar de grootte van het gebied, waar minimaal 15 procent van het water met zeeijs is bedekt, dan kwamen we gisteren op bijna 14 miljoen vierkante kilometer uit, ongeveer een miljoen vierkante kilometer minder dan normaal. Schuif je al dat ijs nu in elkaar, dan blijft nog een ijsplaat over die voldoende groot is om een gebied met een oppervlakte van 13,3 miljoen vierkante kilometer met ijs te bedekken. Hier zien we een tekort van 684 duizend vierkante kilometer ten opzichte van normaal.
Tekorten vinden we vooral in het zeegebied tussen Nova Zembla en Scandinavië aan de ene kant en het zeegebied tussen Canada en Groenland aan de andere kant. Beide tekorten kun je koppelen aan het veel warmere dan normale weer, dat we op die plaatsen de afgelopen maanden hebben gezien. Wat dit betekent voor de afname van het ijs tijdens het komende smeltseizoen, is moeilijk te zeggen. Heel veel hangt af van de wind die tijdens de zomer in het poolgebied waait en van de hoeveelheid zonneschijn, die ze er in de zomermaanden krijgen.
Veel sneeuw
Was de winter op de ene plaats op het noordelijk halfrond koud, op de andere plaats juist erg warm, veel sneeuw heeft er de bijna voorbije wintermaanden hoe dan ook gelegen. Met een gemiddelde sneeuwbedekking van bijna 46 miljoen vierkante kilometer was december de maand met de op een na grootste sneeuwbedekking in december sinds het begin van de satellietwaarnemingen in 1967. Januari schopte het met een gemiddelde van ruim 48 miljoen vierkante kilometer tot een zesde plaats. In februari werd in week 7 met iets meer dan 52 miljoen vierkante kilometer een record gevestigd voor die specifieke periode.Alles was uiteindelijk terug te voeren op de lage NAO- en AO-index, die we de laatste drie maanden boven de Atlantische Oceaan hebben gemeten. De lage waarde van beide indices liet zien dat de luchtdruk aan de noordkant van de oceaan, en dan vooral in de omgeving van IJsland en Groenland, structureel hoog is geweest, terwijl langs de 40ste breedtegraad juist een structureel lagere dan normale luchtdruk optrad. Een van de gevolgen hiervan was een erg zuidelijk gelegen straalstroom, in het noorden van Europa en in Rusland en Siberië resulterend in een vaak sterke noordoostelijke wind die de temperaturen daar relatief laag hield. Feitelijk hoorde ook ons deel van Europa bij dit stuk, maar waren de effecten ervan bij ons wat minder sterk.
Zuid-Europa veel regen
Lagedrukgebieden volgden een erg zuidelijke koers en brachten vooral op de Canarische eilanden, in het noorden van Afrika en in het zuiden van Europa meer regen dan normaal. De beelden van een overstroomd Madeira van de afgelopen dagen lieten nog maar eens zien wat dit betekende. In Canada en verder naar het noorden in het noordpoolgebied zorgden sterkere dan normale winden uit richtingen tussen zuid en west juist voor de aanvoer van lucht die warmer was dan normaal. Vandaar in die gebieden de grote afwijkingen van de gemiddelde temperaturen naar boven. Deze afwijkingen bleken gedurende de winter erg standvastig.Een laatste verhaal dat in de aanloop naar deze winter nog koppen maakte, was dat van de vorig jaar zo inactieve zon. De start van het nieuwe zonnevlekkenmaximum bleef zo lang uit, dat hier en daar al geloofd werd dat dit maximum weleens helemaal overgeslagen zou kunnen worden. Inmiddels kunnen die speculaties de prullenbak in, want sinds afgelopen december is het aantal vlekken aan het oppervlak van de zon duidelijk toegenomen en zendt de zon geleidelijk ook weer meer straling uit. Heel spectaculair is het allemaal nog niet, zoals de grafiek naast dit verhaal laat zien, maar het is een begin. En het volgende maximum is er ook pas over enkele jaren.
Bronnen: Meteo Consult, NASA, Rutgers' University, DMI, University of Illinois, NOAA, IARC-JAXA. Uitsnede foto voorkant: Reinier van Assen.
Beoordeel dit verhaal en/of stuur een reactie. -
