De winterse spierballen van februari

In het noordoosten van ons land lijkt het wel of dit stopbord wilde zeggen: 'verboden voor dooi'. Ook in de eerste februariweek, toen het in het midden en zuiden van het land een aantal dagen lang +5 tot +8 graden werd, werd de winter in Groningen amper verdreven. Geen wonder dat er in Roodeschool dus nog steeds veel sneeuw ligt. Foto: Jannes Wiersema.

Ook afgelopen zaterdag toonde het landschap rondom Roodeschool nog een totaal winterse aanblik, dit in tegenstelling tot het grootste deel van het land. Foto: Jannes Wiersema.

Ook deze derde foto van Jannes laat zien dat de winter in het 'klein Siberië' van ons land eigenlijk niet weg is geweest.

Vorig jaar beleefden we qua temperatuur een gemiddelde februari. Na 1 februari is het echter opvallend dat de koudste dagen en nachten ook ditmaal in de tweede decade vielen. Dit temperatuurkaartje is, net als de navolgende, afkomstig van het KNMI.

In februari 2008 was het beeld nog veel markanter. De maand als geheel was duidelijk te zacht, maar juist in de tweede decade een stuk kouder.

Ook in februari 2003 vielen de koudste dagen in het midden van de naamd.

Februari 2002 was een zeer zachte wintermaand, maar u kunt wel raden in welke periode die vier koelere dagen vielen...

In 2004 verliep de temperatuur in februari geheel tegengesteld aan de trend die men zou verwachten. Die sprokkelmaand begon extreem zacht, maar naarmate februari vorderde, werd het alsmaar kouder. Hoewel in dit specifieke geval de derde decade kouder was dan de tweede, gold de geconstateerde wetmatigheid ook in deze maand, want ook nu was de eerste decade zachter dan de tweede.

De zachte februari van 2000 vertoonde een vrij vlak temperatuurbeeld, maar ook nu verliep de tweede decade kouder dan de eerste.
Tot dusver is de winter van 2002-2003 nog steeds de koudste van deze eeuw en staat de huidige winter op de tweede plaats. De positie van de nummer één wordt echter serieus aan het wankelen gebracht. Leverde de winter van 2003 in iedere wintermaand een periode met vorst op, ook de huidige winter verdeelt de optredende vorst keurig over december, januari en nu dus ook februari.
Na zeer de grote schommelingen in de prognoses vorige week van ‘koud’ naar ‘zacht’ en vervolgens weer ‘koud’, is die laatste winterse visie nu gerealiseerd. Hiermee houdt februari zich aan een bekende weerspreuk, die luidt: ‘Als de dagen lengen, gaan de nachten strengen!’ Hoewel veel mensen al beginnen te hunkeren naar de lente en ook steeds meer vogels beginnen te fluiten, gaat klimatologisch bezien, de koudste fase van de winter nu pas beginnen. We bekijken dat nader.
Winterse spierballen…
Het is een bekend verschijnsel dat de seizoenen qua temperatuur in de gematigde zone duidelijk na-ijlen ten opzichte van de daglengte. Rond 22 december bereikt de zon op het noordelijk halfrond haar laagste stand, maar met het klimmen van de zon en de toenemende daglengte in januari en februari, wordt het er buiten niet warmer op. Goed beschouwd is dat logisch. Het land, maar vooral de zeeën hebben flink wat tijd nodig om af te koelen. Daarbij duurt het ongeveer tot half februari alvorens er een evenwicht ontstaat tussen inkomende en uitgaande straling, althans zo ongeveer op onze breedtegraad. In Zuid-Europa wordt dat tijdstip eerder bereikt, in (Noord) Scandinavië later. Na dat tijdstip zal bij zonnig weer overdag en helder weer ’s nachts onder verder rustige omstandigheden, het kwik de neiging hebben om op te lopen, terwijl het voor die tijd langzaam afkoelt. Uiteraard is dat niet een kwestie van vandaag wel en gisteren nog niet, maar voltrekt die overgang zich zeer geleidelijk in een tijdsbestek van een paar weken.
Wat betreft winterweer, heeft de tweede decade van februari een reputatie op te houden. Vaak komt het voor dat Koning Winter dan nog even zijn spierballen laat rollen. Dat gebeurt zelfs zó vaak (zie de voorbeelden hiernaast uit alleen deze eeuw), dat dit ook duidelijk uit de langjarige gemiddelden naar voren komt. Kijken we naar de gemiddelde temperaturen van ieder etmaal zoals die zijn gemeten in De Bilt gedurende de periode 1971 tot en met 2000, dan zien we dat de tweede decade van februari de koudste is van de hele winter. De koudste winterdag en dus ook van het hele jaar, is 14 februari met een temperatuur gemiddeld over die dertig jaren van 1,7 graden. De 15e en de 17e februari komen met 2,0 graden op een gedeelde tweede plaats, samen met 1 februari en 18 januari. Op de voet worden deze dagen gevolgd door 16 februari met 2,1 graden, die deze positie deelt met Nieuwjaarsdag. Gemiddeld gesproken is de koudste dag uit december trouwens Oudejaarsdag, met een gemiddelde van 2,2 graden.
Een opvallend temperatuurbeeld.
Kijken we niet naar hele decades, maar naar groepjes van vijf dagen, dan is gemiddeld bezien de periode van 14 tot en met 18 februari verreweg het koudste groepje van de hele winter, met een gemiddelde temperatuur van 2,1 graden. Op de tweede plaats komt het groepje van 31 december tot en met 4 januari met 2,4 graden gemiddeld, en op de derde plaats het groepje van 30 januari tot en met 3 februari met 2,5 graden gemiddeld. Zou de temperatuur na 3 februari ongeveer gelijk blijven, dan zou de kou uit de tweede februaridecade niet zo opvallen, maar in werkelijkheid warmt het na 3 februari behoorlijk op. De vijf dagen hierna, die van 4 tot en met 8 februari dus, hebben een gemiddelde temperatuur van 3,5 graden, een volle graad hoger dus dan de vijf dagen daarvoor en zelfs bijna anderhalve graad hoger dan de kwikstanden van een week later. Dit is dus geen incident, maar, we benadrukken het nogmaals, het gemiddelde over een periode van dertig jaar! En bedenk daarbij dat dit verschijnsel ook vóór 1971 optrad, en tegenwoordig nog steeds.
Een oorzaak van dit verschijnsel, wat dit jaar dus ook weer min of meer lijkt op te treden en in recente jaren hiervoor geregeld voorkwam (zie hiernaast), is niet simpel te geven. Uiteraard verloopt de temperatuur in een maand wel eens totaal anders dan je gezien de ‘normale’ trend zou verwachten (zoals in februari 2004, zie hiernaast), dit verschijnsel is te markant om te negeren. Op de een of andere manier lijkt in zachte februarimaanden de zuidwestelijke circulatie halverwege de maand te luwen en weet er in koudere maanden een (nog) meer winterse configuratie op de weerkaarten te ontstaan. Misschien dat de sterk afgekoelde zeeën in combinatie met het feit dat het op lagere breedtes alweer begint op te warmen, een stabiliserende invloed heeft op het weer in op de hogere breedtes. Ook zou een niet onbelangrijke rol kunnen spelen dat tot rond half februari de netto stralingsbalans negatief blijft op onze breedte, zodat tot op dat tijdstip eventuele kou ten noorden en oosten van ons land ‘opgebouwd’ zou kunnen worden, die bij een gunstige windrichting naar ons land kan worden getransporteerd. Twee weken later in het seizoen wordt de snel toenemende daglengte in combinatie met de hogere zonnestand doorslaggevend en begint het kwik aan een langdurige en besliste stijging. We hoeven echter niet ver terug te gaan in het verleden, namelijk naar begin maart 2005 en 2006, om te zien dat ook dan Thialf nog een venijnige prik kan uitdelen.
Hoe het ook zij, ook dit jaar verloopt februari tot dusver zoals volgens deze klimatologie verwacht mag worden. Vooral in het midden en zuiden van het land verliep de eerste februariweek relatief zacht en het lijkt vrijwel zeker dat de tweede week flink wat vorst gaat opleveren. De kans is dan ook groot dat ook dit jaar de eerste februaridecade gemiddeld zachter zal zijn dan de tweede, zoals zoveel jaren in het verleden.
Bronnen: Meteo Consult, KNMI, eigen archief. Foto voorpagina: Karin Broekhuijsen.


