Wolken tot op je schoenen

Vorige week zagen we het in Zeeland en in de noordelijke provincies, morgen hebben we het waarschijnlijk in het midden van het land: hardnekkige mist. Soms betekent dat dubbel pech.

Het is een geniepig fenomeen: mist. Een op zich prima dag kan ineens flink tegenvallen, doordat je plotseling in een kleine grijze wereld terecht komt. Een eindje verderop kan het zicht prima zijn, en ook een paar meter boven je hoofd kan het er prachtig uit zien. Maar zit je in de mist, dan heb je vaak dubbel pech.

Want niet alleen het zicht of het aantal zonuren wordt beperkt, ook blijft de temperatuur in een mistveld vaak flink steken. Zeker als er ook nog een laagje bewolking hangt.

Mist is in feite niets anders dan een wolk, maar dan tot op je schoenen. Kleine waterdeeltjes, die door afkoeling gecondenseerd zijn en druppeltjes vormen. Wanneer het zicht daardoor minder dan een kilometer is, spreken we van mist. Als je door de waterdruppeltjes heen verder kan kijken dan een kilometer, spreken we van nevel.

Mistlampen
Dichte mist hebben we als de zichtwaarden minder dan 200 meter zijn. Rijd je dan in een auto, dan is het al tijd om de mistlamp voor aan te doen. Zeer dichte mist is het bij een zicht van minder dan 50 meter. Op de weg een erg gevaarlijke situatie. Hiervoor is het mistachterlicht.

Winter
De kans op mist is het grootst tussen oktober en januari, de late herfst en winter. Kou en vocht zijn de voordehandliggende boosdoeners. Ook midden in de zomer komt mist voor, alleen zien we daar vaak weinig van, omdat de zon dan al weer zijn werk heeft gedaan.

Mistdagen
In de winter is mist vaak hardnekkiger. De dagen zijn korter, de zon is minder sterk. De meeste mistdagen komen dan ook in de winter voor. We spreken van een mistdag als er op die dag in een uurvak een zicht van minder dan 1000 meter wordt waargenomen. Hoe lang het duurt, maakt niet uit. Het gemiddelde aantal mistdagen in december (gemiddelde tussen 1981 en 2010) loopt uiteen van 10 dagen in Deelen op de Veluwe tot 6 in Rotterdam, Vlissingen en in Maastricht.

Mist ontstaat bij voorkeur in de buurt van sloten of boven weilanden. Bij snelwegen is het zicht vaak wat beter dan daarbuiten, doordat de auto’s warmte en luchtbewegingen produceren die de mist een beetje doen oplossen. Wind is dan ook een van de grootste vijanden van mist.

Zondag mistdag
Dus: bewolking, weinig wind, vochtige lucht, en kou: alle ingrediënten voor een volgende mistdag zijn zondag aanwezig. Zaterdagavond zal die zich al verspreiden over het land. In de nacht naar zondag zakken de temperaturen op veel plaatsen weer enkele graden onder nul en daarin gedijt de mist goed. Ook hebben we met bewolking te maken. In het zuiden en in de kustprovincies zal de zon wellicht nog even doorbreken, en daar wordt een middagtemperatuur van 6 a 7 graden verwacht. In het midden en oosten van het land is die kans veel kleiner. Na een nacht waarin het -3 of -4 graden onder nul is geweest, en met een dag vol mist en bewolking, zal de temperatuur maar met moeite een graadje of 2 boven het vriespunt uitkomen. Hoe de dag verloopt, zal dus sterk afhankelijk zijn van de mist. Als het wel (plaatselijk) oplost, kan de dag ineens een stuk minder koud en minder grijs verlopen.

Meer mist
Ook in de nieuwe week zijn er nog kansen op mistige dagen of dagdelen. De combinatie van geregeld bewolking, frisse nachten, vochtige lucht en nauwelijks wind kan nog regelmatig voor mist zorgen. Weet jij je mistlamp blindelings te vinden?

 

Bron: MeteoGroup, KNMI