Atmosfeer werkt langzaam naar zijn wintersetting

Morgen brengen we de eerste contouren van de winterverwachting. Vandaag geven we alvast een overzicht van de dingen waarop we moeten gaan letten bij het maken ervan.

Record weinig zeeijs in het Noordpoolgebied, extreem warm zeewater in het noordelijke deel van de Stille Oceaan en een El Niño in het zeegebied langs de evenaar tussen Peru en Indonesië die min of meer is afgelopen; de atmosfeer boven het Noordelijk Halfrond groeit geleidelijk toe naar zijn wintersetting. En ondervindt daarbij sterk van elkaar afwijkende invloeden van allerlei factoren die bij de uiteindelijke uitkomst straks een rol spelen. Samen zullen ze bepalen of we een volgende zachte winter tegemoet kunnen zien, of misschien ook weer eens een koudere.

Bij het maken van seizoensverwachtingen weten we tegenwoordig steeds beter welke factoren je in het oog moet houden om een min of meer gefundeerde uitspraak te kunnen doen over de trend van het weer gedurende een langere periode vooruit. Wordt het bij voorbeeld droog en koud of juist nat en zacht? Heel gedetailleerd zijn dergelijke uitspraken niet, maar ze geven wel informatie. Omdat het maken van seizoensverwachtingen nog duidelijk in ontwikkeling is, zie je het beeld dat wetenschappers van deze materie hebben nog volop schuift. En ook al gaat het nog steeds ook vaak fout, toch worden geleidelijk betere resultaten geboekt met het ver vooruitkijken.

De afgelopen zomer
Een voorbeeld was de afgelopen zomer. Al redelijk snel in het voorjaar leek het duidelijk dat het een warme en relatief droge zomer zou worden. Het warme deel van die verwachting kwam uit. Kijk je naar Nederland, dan was het droge deel alleen op het oosten van toepassing, maar in een breder verband - met heel Centraal-Europa erbij -  sloeg de verwachting ook in dit verband de spijker op zijn kop. Kijk je echter nog wat dieper, naar het verwachte mechanisme achter deze warmte en droogte, dan was het geschetste beeld verre van correct. De in het voorjaar voor de zomer verwachte drukverdeling kwam er niet. Maar ook al liep het anders, het verwachte resultaat kwam er wel.

De herfst tot nu toe
Af en toe zijn er meerdere wegen die naar Rome leiden. Toen we halverwege augustus naar de huidige herfst vooruitkeken, was het beeld dat van een relatief rustig en vaak droog weerbeeld, samenhangend met hogedrukgebieden in onze omgeving. Tot nu toe klopt daar weinig van. Niet alleen is het tot nu toe vooral nat geweest en dan met name in het westen en noorden van het land, ook is het verwachte achterliggende patroon heel anders. Zowel tijdens de zomer als in deze herfst werd een overwegend positieve NAO-index verwacht, wijzend op overwegend lage luchtdruk in de buurt van IJsland en relatief hoge luchtdruk in de buurt van de Azoren.

De werkelijkheid is tot nu toe weerbarstig. Gedurende de zomermaanden was de NAO-index vrijwel steeds negatief, met relatief hoge barometerstanden in de buurt van IJsland en juist relatief lage barometerstanden in de omgeving van de Azoren. En ook al werd voor de herfst hernieuwd een omslag naar een positieve NAO-periode verwacht, nog steeds is de NAO-index negatief. En er zijn geen aanwijzingen dat hierin op korte en middellange termijn iets verandert.

Schijnbare westcirculatie

Het gevolg voor het weer bij ons is dat het tot nu toe in de herfst vaak nat is met redelijk normale temperaturen. Daarbij lijkt het negatieve NAO-regime van deze herfst qua uitwerking heel erg veel op een negatief NAO-patroon zoals we dat in de zomer geregeld hebben. Met een bovenluchttrog (een langgerekt lagedrukgebied in de bovenlucht) voor de Europese westkust en in onze omgeving vaak zuidelijke winden. Hogedrukgebieden boven het Europese continent zijn daarbij niet sterk genoeg om onze omgeving de storingen van het lijf te houden. Het grappige is dat het weerbeeld af en toe zelfs aanvoelt als dat horend bij een westcirculatie, maar dat het achterliggende patroon er in werkelijkheid heel anders uitziet. Weer die schijnbare tegenstelling dus.

NAO-index slaat maar niet om

De eerst vanaf het voorjaar en later ook weer vanaf augustus verwachte omslag in de NAO-index van negatief naar positief is er dus nog steeds niet gekomen. Sterker nog, op de korte en de middellange termijn wordt zo’n omslag vooralsnog ook niet verwacht. Dus ook al lijkt er steeds veel te zijn dat wijst op zo’n omslag, in werkelijkheid is er toch iets wat dat tegenhoudt. Kennelijk zijn er factoren in het spel die veel sterker zijn dan tot nu toe gedacht en ook sterk genoeg zijn om alle andere factoren die wel op een omslag naar een positieve NAO-index wijzen tot nu toe in toom te houden.

Waardoor komt het?

Als je her en der rondleest bij alle meteorologen die zich met verwachtingen voor de lange termijn bezighouden, dan wordt in dit verband vooral gewezen op de fase van de zonnevlekkencyclus waarin we ons op dit moment bevinden. Het minimum nadert en speelt zich waarschijnlijk volgend jaar af. Daarbij lijken we, net als de vorige keer, opnieuw met een langdurig zonnevlekkenminimum geconfronteerd te zullen worden. Met name wat verderop in zo’n minimum lijkt de drukverdeling op het Noordelijk Halfrond gemakkelijker geblokkeerd te raken, leidend tot langere fases met een negatieve NAO-index. Daarbij profileert een negatieve NAO-index zich in de winter duidelijk anders dan in de zomer, omdat alle druksystemen dan zuidelijker komen te liggen. Hogedrukgebieden in het zeegebied tussen IJsland en Groenland kunnen zo hun invloedsfeer een stuk verder zuidelijk uitstrekken en lagedrukgebieden in het zuiden, horend bij zo’n negatieve NAO-index, komen ook een stukje zuidelijker uit. In dat geval maken oostelijke of noordoostelijke stromingen meer kans.

Morgen eerste contouren winterverwachting

Morgen komen we op deze site terug op de eerste contouren van de verwachting voor de komende winter. In dit verhaal kunnen we al wel vast een paar factoren noemen die waarschijnlijk hun invloed gaan krijgen. Te noemen zijn dan de record lage ijsbedekking van de Noordelijke IJszee op dit moment, het erg warme zeewater van vooral het noordelijke deel van de Stille Oceaan, de QBO-index die zijn negatieve fase nadert, de verdere ontwikkelingen in het El Niño-gebied en dus het naderende zonnevlekkenminimum. Hoe ze, samen met andere factoren, het krachtenveld vormen waarbinnen de drukverdeling in de winter zijn beslag moet krijgen, zien we morgen.

Bronnen: WCS, MeteoGroup.