Tuinvogels voeren verandert populaties

Maar liefst 196 miljoen vogels kunnen voor voedsel terecht in Britse tuinen.

Vogelvoeren is populair. Vroeger werd aanbevolen om alleen in de winter bij te voeren, inmiddels is het alweer jaren gangbaar om de vogels ook in voorjaar en zomer te ondersteunen met bijvoorbeeld zaad, vetbollen of gerijgde pinda’s. Het voeren van tuinvogels biedt heel veel voordelen. Niet alleen zie je daardoor zelf gemakkelijk allerlei vogels van dichtbij, je helpt de gevederde vrienden ook gemakkelijker door hun zware broedseizoen en een koude winterperiode heen. Afgelopen voorjaar verscheen een interessant onderzoek op Nature.com. Daarin wordt vastgesteld dat er in Groot-Brittannië niet alleen veel meer vogels gevoerd worden dan vroeger, maar ook dat de manier van voeren en het voedselaanbod grote impact heeft op hoe de vogelgemeenschap eruit ziet.

In het Verenigd Koninkrijk blijken huizenbezitters dermate veel voedsel in hun tuin beschikbaar te stellen, dat daarmee ongeveer 196 miljoen vogels gevoed kunnen worden. Dit getal is veel groter dan de totale populatie veel voorkomende tuinvogels. Deze tussenkomst van de mens moet gevolgen hebben voor het voorkomen van bepaalde vogelsoorten. Vandaar deze studie.

Voeren van vogels vroeger en nu
Het onderzoek kon gebruikmaken van een zeer omvangrijke database. Al vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw wordt bijgehouden hoeveel voer tuinvogels krijgen aangeboden in de winterperiode, wat ze ervan eten en wie er zoal op afkomen. Welke vogelsoorten en in welke aantallen zijn deze in welke tuinen gezien? Het is allemaal genoteerd. Deze Garden Bird Feeding Survey (GBFS) voorzag de onderzoekers van een unieke informatiebron.

Het voeren van vogels begon ooit door pioniers die een vrij simpele groep vogels naar hun tuinen lokten. Denk aan mussen, merels en mezen. Deze pioniers gebruikten eenvoudig voer en simpele voedersystemen, meestal gewoon een plank en een pindasilo. Tegenwoordig gaat dat anders. De bediende vogelgroep is veel gevarieerder en er wordt een veel diverser pakket aan voedsel aangeboden. Het leidt ertoe dat bepaalde vogelsoorten extra worden aangetrokken. Onderwijl reageren andere soorten juist weer op de toestroom van die vogelsoorten.

Om nog eens extra de populariteit van het vogelvoeren aan te geven: in Groot-Brittannië bestaat ongeveer een kwart van al het stedelijke land uit tuinen en ongeveer de helft van alle huizenbezitters doen aan vogelvoeren.  

40 jaar data
Het onderzoek stelt dat er in de winters vanaf 1973 tot en met 2013 er maar liefst 133 vogelsoorten in tuinen zijn geweest voor voer. Dat komt overeen met iets meer dan de helft van alle vogelsoorten die er leven in Groot-Brittannië.  Gedurende de afgelopen 4 decennia is het aantal vogelsoorten sterk toegenomen. In de jaren 70 van de vorige eeuw behoorde de helft van alle vogelsoorten die tuinvoedselplekken gebruikten tot slechts 2 soorten. In de jaren 10 van de nieuwe eeuw was dat meer dan verdrievoudigd. Na uitsluiting van andere oorzaken bleek hieruit dat tegenwoordig meer wintervogels in tuinen te vinden zijn. Oftewel, mensen die tuinvogels voeren, lijken verantwoordelijk te zijn voor het aantrekken van meer vogels van meerdere vogelsoorten.

Tegenwoordig zijn er vele voedselsystemen beschikbaar, zoals voedertafels, hangtafels, voedersilo’s, verschillende grootte van silo’s. Met beschermingskorf, zonder korf. Ook is het aanbod aan voertypen zeer veel groter geworden. Ging het vroeger om wat graan, brood, pinda’s en appels, tegenwoordig is een scala aan gespecialiseerd vogelvoer beschikbaar. Vetbollen zijn er in alle kleuren en smaken, er zijn vele verschillende soorten zaad en ook meelwormen (al dan niet levend) kun je tegenwoordig gewoon bestellen.  

Door meerdere typen en aantallen voedersystemen en meerdere voedseltypes kun je een heel groot scala aan vogels aantrekken.

Breder aanbod, meer vogelsoorten
Veranderingen in de tuinvogelpopulatie worden deels toegewezen aan klimaatveranderingen, verstedelijking en het algehele veranderende gebruik van het landschap. Ook zie je dat de hoeveelheid vogels en de vogelsoorten die naar een tuin komen, afhangt van hoe koud de winter uitpakt.

Toch, al dat uitsluitende, heeft men gevonden dat het aantal voedselplekken in tuinen een grotere invloed heeft op de soortenrijkdom en diversiteit dan wintertemperatuur of lokale habitat. Het lijkt erop dat de grootschalige populatie-veranderingen door de tijd, het resultaat zijn van de opgetelde veranderingen in voedselvoorziening in heel veel tuinen. Soorten die normaal niet in tuinen kwamen (in het begin van de Garden Food Survey), komen daar nu wel. In de loop van de tijd zijn er dus meer vogelsoorten die gebruik van al het voedsel dat wordt aangeboden, omdat er meer aanbod is.

Een vogelsoort zonder monopolie
Wie een vogelvoederplek heeft in de tuin, weet dat er hiërarchie heerst onder de vogels. Soorten die verschillen in grootte en sterkte, moeten vechten om bij het voedsel te komen. De ene soort is daarbij fanatieker of overheersender dan de andere. Niet zelden vanwege het formaat. Zo zullen kauwen of gaaien eigenlijk altijd de musjes en meesjes wegjagen. Uit het onderzoek blijkt dat door het aantal voedselplekken in tuinen te vergroten, een monopolie voor één soort wordt voorkomen. De toename van voedselvariatie en de manier van aanbieden lijken ook te hebben geleid tot grotere kansen voor soorten die veel specifiekere eisen stellen aan voer. Aldus is gebleken dat alle veranderingen in het aanbieden van voedsel significant hebben bijgedragen aan de veranderende samenstelling van vogelgemeenschappen.

Wat zie je nu eigenlijk?
Het lijkt alsof de samenstelling van vogelgemeenschappen die tuinvoer tot zich nemen, zich ontwikkelt parallel aan voedselaanbod-veranderingen. Maar er zijn natuurlijk meerdere facetten, zoals klimaat, veranderingen in habitat, schuilplekken, broedplekken, ziektes, concurrentie, predatie. Is het misschien zo dat een toename in gebruik van tuinvoer slechts de waarneming vormt van vogelsoorten die -door andere invloeden- in aantal zijn toegenomen. Dus, zijn de toegenomen vogelpopulaties in tuinen de bron of slechts de plek waar je de toename waarneemt?

Om dat uit te zoeken zijn diverse variabelen onderzocht, zijn modellen gedraaid en allerlei vergelijkingen opgesteld. Na uitgebreid uitzoekwerk heeft men geconcludeerd dat het lijkt te zijn dat het aantal vogelsoorten en de aantallen vogels toch echt toenemen doordat er meer gevoerd wordt. En dat terwijl het een hele kleinschalige activiteit is. Alleen wel een activiteit die op heel veel plekken tegelijk wordt uitgevoerd.

Positieve en negatieve effecten van bijvoeren van vogels
Het voeren van vogels is populair en groeiend over de hele wereld. Daarbij stappen veel mensen van traditioneel, alleen in de winter voederen, over naar jaarrond voeren. Als die voedselvoorziening blijft toenemen, zal dit de hier waargenomen effecten waarschijnlijk versterken. Een grotere voedseldiversiteit, innovatie, variatie in voedselkwaliteit en gedragsaanpassing door vogels kunnen allemaal van invloed zijn op de frequentie van het voedergebruik.

De positieve invloed van het voedergebruik op de populatieomvang die hier wordt gerapporteerd, is waarschijnlijk het resultaat van: verhoogde overlevingskansen, betere fysiologische conditie en meer nakomelingen. Er is echter op grote schaal melding gemaakt van negatieve effecten van bijvoedering, met name als het gaat om overdracht van ziekten bij veevoederbedrijven en de lage voedingswaarde die in een aantal voedselbronnen zit. Ook zullen niet alle vogelsoorten profiteren van het aangeboden voedsel. De vogelpopulaties van soorten die tuinvoer tot zich nemen groeien aldus, maar de niet bijgevoerde soorten blijven gelijk. Ook dat is een trend die men in dit onderzoek duidelijk heeft kunnen staven.

Bron: MeteoGroup, Nature.com: Composition of British bird communities is associated with long-term garden bird feeding.