Natste plek met aanblik van woestijn; Grazalema

Een neerslaggetal in de context geplaatst.

“Ik ga een weekje naar een van de natste plekken van Spanje.”
“Oh jee, neem je je regenpak mee?”

Het natst, dat is dan klimatologisch gezien. Zoals ook de Veluwe de natste regio van Nederland is. Gemiddeld gesproken. Niet altijd dus en niet in alle maanden. Oftewel, getallen zonder uitleg, die zeggen maar weinig. Die natte plek in Spanje is vooral zonnig en warm. Maar soms… Dan komt het met bakken uit de lucht.

Witte huizen, blauwe luchten
De lucht is strakblauw als we eind september in Grazalema arriveren. Het wordt de vierde keer dat we dit Andalusische plaatsje aandoen. In alles is het Zuid-Spaans: witte huisjes, smalle straatjes en veel cafeetjes. Op het pleintje bij de kerk kun je je tegoed doen aan tapas, terwijl de platanen de zonnestralen filteren. Het is warm deze week. Elke dag wordt het 28 tot 30 graden en de zon is nog steeds even fel als ‘ie bij ons is in hartje zomer. De witte huizen van het dorp zijn deels tegen een bergwand aangemetseld en kijken daardoor pal het golvende dal in. Door de gortdroge weiden lopen groepjes schapen en geiten.

Daar zitten we dan, in onze korte broeken. Op wat bekendstaat als een van de natste plekken van Spanje. Eigenlijk is deze plek bijna even neerslagrijk als die Spaanse gebieden in het noordwesten. Het kustgebergte in Galicië, de eerste plek waar Atlantische fronten komen binnenzeilen en tegenaan drukken, is net een fractie natter, met gemiddeld 2500 millimeter neerslag. Maar hier, met onze voeten in het droge zand, valt jaarlijks ook gemiddeld 2100 millimeter. Ter vergelijking, in Nederland valt gemiddeld 850 millimeter.

Weerstation tegen de bergen
Het zomerse weer leidt ertoe dat we ons niet alleen tegoed doen aan hapjes en cola, maar vooral ook stukken willen wandelen. De omgeving is er uitermate geschikt voor. Je kunt wandelen tot je een ons weegt en de meeste routes gaan omhoog, naar topjes die fraaie vergezichten bieden. Het enige nadeel zijn de vliegen die ons volop bestoken, ook als we nog nauwelijks bezweet zijn. Volop om ons heen slaand, werken we ons een weg naar de uitzichtpunten en kijken in een verder gelegen dal naar een groot stuwmeer. Het is het stuwmeer van Zahara de la Sierra. De omvang is groot, het aandeel water gering.

Dat water valt namelijk vooral aan de andere kant, de zuidoostzijde. Daar waar Grazalema tegen de berg gedrukt ligt. Daar ligt overigens ook het weerstation. De bergketen van Grazalema ligt west-oost geörienteerd en Grazalema kijkt uit over het zuidoosten, recht de ochtendzon in. De warme en vochtige zuidoostelijke wind kan er vocht vanaf de Middellandse Zee naartoe voeren. Dit vocht wordt tegen de bergketen (met een hoogte tot 1650 meter) aangedrukt. Grazalema zelf ligt al op ongeveer 800 meter hoogte en met een extra stijg-impuls aan de volgezogen wolkenluchten leidt dat nu en dan tot felle stortbuien die heel veel water in korte tijd brengen. Dit geldt vooral voor de herfst- en deels ook wintermaanden.

Reliëf en vocht doen het dus. Met de juiste windrichting. Dat zijn de ingrediënten voor de bekende microklimaten die in berggebieden kunnen heersen. Dat klopt ook hier, want aan de noordzijde van de bergketen is het gelijk veel droger. Daar is dan juist sprake van föhneffect tijdens zuidelijke tot zuidoostelijke winden.

Droog uiterlijk
De regio van Galicië, in Noordwest-Spanje, staat bekend om zijn langdurige episoden met neerslag. Als het regent, is het vaak lange tijd nat, zijn het meerdere dagen achtereen en kan de regenjas beschutting bieden. In Grazalema regent het keihard en kortdurend (when it rains, it pours) en kan een regenjas weinig soelaas bieden. Bovendien ben je de neerslag snel weer kwijt. De regen gutst van de bergen omlaag, de grond slurpt het op. Uiteraard is er wateroverlast vlak na een aantal hoosbuien, maar over het algemeen verdwijnt een deel van de neerslag roemloos. Vooral het aandeel kalk in het gesteente zorgt daarvoor. De regen infiltreert snel, in de bergen valt een deel in kloven en spleten, komt via gangenstelsels in grotten en ondergrondse rivieren terecht en verdwijnt uit beeld.

Kortom, het water is niet lang zichtbaar in het landschap en het uiterlijk blijft Andalusisch: droog, woestijnachtig en ruig. Dat is dan ook hetgeen je ziet als je er bent. Als je niet beter zou weten, zou je denken dat het hier nooit regent. Totdat je er komt als er een dikke onweersbui boven de bergen hangt.

Brrr...
Na het wandelen is het goed uitrusten. Wat te denken van een verfrissende duik in het zwembad bij het hotel? Maar ook dan merk je weer dat je in de bergen zit en het tijdens de -inmiddels weer steeds langer durende- nachten alweer flink afkoelt. Wie nietsvermoedend het water inloopt, krijgt een flinke klap van het ijsklontjeswater. Tuurlijk loop ik door en zwem vrolijk in het rond. Maar van binnen voel ik mijn aderen zich samentrekken. Dit is toch wel wat anders dan de frivole 24 graden van de Middellandse Zee. Vanuit het water kijk ik naar de strakblauwe lucht en de bergen. Ik denk aan de foto’s van een nóg witter Grazalema. Eens per winter valt er hier sneeuw. Dat moet toch ook een mooi gezicht zijn. Het water voelt al als in de winter, mijn voeten raken half verdoofd. Boven mij zweeft een vale gier.

Bronnen: MeteoGroup, AEMET.