Hoe hard het ook regent, het blijven druppels

Water komt soms met bakken uit de lucht vallen. Toch blijven het altijd druppels, hoe hard het ook regent. Maar waardoor?

Water komt soms met bakken uit de lucht vallen. Toch blijven het altijd druppels, hoe hard het ook regent. Maar waardoor?

Vragen klinken soms heel logisch of makkelijk. Tot je ze moet beantwoorden. Dan lijkt iets heel gewoons toch wat complexer in elkaar te steken dan je in eerste instantie denkt. Neem nou bijvoorbeeld de vraag "waarom valt regen altijd als druppels?" Wolken bevatten immers veel water. Toch komt het nooit in één keer als een massieve en aaneengesloten massa naar beneden. Maar altijd in de vorm van druppels, hoe intensief de regenval ook mag zijn.

Voor de beantwoording van de vraag moeten we bij de basis beginnen. Dus eerst de vorming van wolken en vervolgens het ontstaan van regen.

Wolken
Wolken ontstaan doordat pakketjes met vochtige lucht worden gedwongen op te stijgen. Dit kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld reliëf. Hoger in de atmosfeer wordt de temperatuur lager. Naarmate de luchtpakketjes op grotere hoogte komen, daalt de temperatuur ervan. Hierdoor loopt de luchtvochtigheid op; koude lucht kan immers minder vocht bevatten.

Op een gegeven moment wordt de luchtvochtigheid 100 procent. De waterdamp in de luchtpakketjes gaat dan over in waterdruppels of ijskristallen (afhankelijk van de temperatuur). Daarmee is een wolk geboren. De wolk die uit ijskristallen bestaat, is te herkennen aan de vage, vezelige structuur. Het deel met de waterdruppels ziet er veel scherper uit.

Neerslag
Wolken bestaan in vele soorten en maten. Soms ligt de onderkant van een wolk op het aardoppervlak (mist) en andere keren zit bewolking op maar liefst tien tot vijftien kilometer hoogte in de atmosfeer. Daarnaast is de ene wolk veel dikker dan de andere. Je hebt wolken van 100 meter dikte en van wel 12 kilometer dikte. Het mag voor zich spreken dat die laatste wolk veel meer vocht bevat.

In een wolk liggen de verschillende waterdruppels en ijskristallen niet stil. Ze zijn door de aanwezige op- en neerwaartse luchtstromen in de wolk continu in beweging en komen hierdoor met elkaar in botsing. Als gevolg hiervan groeien ijskristallen en waterdruppels uit tot grotere druppels, sneeuwvlokken of hagelstenen. Op een gegeven moment worden die zo zwaar dat ze niet meer opgepakt kunnen worden door een opwaartse luchtstroom. Dan vallen ze naar beneden en is neerslag een feit.

Het zit hem dus al in de wolk
Het beantwoorden van de vraag uit de inleiding zit hem dus in de structuur van de wolk. Hoeveel vocht die ook bevat, het is nooit een aaneengesloten massa. Maar wat als dat wel zo zou zijn? Zou het water dan wel als een aaneengesloten massa naar beneden komen? Het antwoord is nee.

Hiervoor kunnen we het beste de vergelijking met een hoge waterval maken. Zodra het water daar naar beneden valt, is het inderdaad nog een aaneengesloten massa. Onderweg naar beneden valt die massa steeds verder uit elkaar. Aan de voet van de waterval blijven uiteindelijk verschillende druppels en waterstralen over.

Bron: MeteoGroup.