Kustbuien in de herfst

Het weer slaat om en het wordt flink wisselvallig. Toch valt komende dagen aan de kust veel meer regen dan in het binnenland. Hoe kan dit?

Elke herfst gebeurt het een keer. Het weer slaat om. En wel zo dat buien, die je tot dat moment onder omstandigheden die er geschikt voor zijn vooral boven land verwacht, ineens voornamelijk nog aan zee blijken te vallen. Dat gebeurt ook deze week. In het hele land is de paraplu nodig, maar de kustprovincies krijgen beduidend meer neerslag dan het binnenland.

Waarom pakken de kustgebieden in Nederland op jaarbasis de meeste zonuren? Dat komt doordat de zon, in de periode waarin hij het langst boven de horizon staat (de maanden mei, juni en juli) aan zee het vaakste en langste schijnt. In die drie maanden ligt de temperatuur van het zeewater gemiddeld lager dan die van de lucht erboven. Een luchtmassa boven zee koelt daardoor aan z’n onderkant een beetje af. In die luchtmassa krijg je relatief gezien koude omstandigheden onderin, tegenover relatief hoge temperaturen op wat grotere hoogte. In de meteorologie wordt zo’n luchtopbouw stabiel genoemd. Dat betekent precies wat het woord bedoelt. Onder dergelijke omstandigheden beweegt de zware, relatief koude lucht onderin niet vanzelf verticaal omhoog, ontstaan geen wolken en kan de zon dus relatief makkelijk schijnen.

Onstabiel
Boven land is de situatie in mei, juni en juli anders. De zon, die gedurende de ochtend nog makkelijk schijnt, warmt de aardbodem op. En die op zijn beurt weer de lucht daarboven. Op die manier krijg je in de loop van de dag een luchtmassa waarin de lucht onderin relatief warm is ten opzichte van de lucht erboven. Zo’n luchtopbouw wordt onstabiel genoemd. En ook hier betekent dat precies wat het woord aangeeft. De relatief warme (en lichte) lucht onderin gaat gemakkelijk stijgen, koelt gedurende zijn weg omhoog af en die afkoeling ontaardt weer in de vorming van wolken (en soms buien) die de zon tegenhouden. Daarom schijnt de lucht boven land minder.

Op deze manier is het dus, als de zon toch al het langst boven de horizon is, ook aan zee het vaakst zonnig. En wordt daar een voorsprong in het aantal zonuren opgebouwd die in het andere deel van het jaar in het binnenland nooit meer goed te maken is. Want, er is wel degelijk een deel van het jaar waarin de zon in het binnenland vaker schijnt dan in de kustgebieden. En dat deel begint zo’n beetje in september. Op het moment dat de zon er in het binnenland veel zin in heeft, staat hij echter wel veel minder lang boven de horizon, want het wordt winter.

Kustfront
Het verschil zit ‘m in het feit dat we nu geleidelijk de periode in gaan waarin de temperaturen van de lucht boven zee lager komen te liggen dan die van het zeewater daaronder. Dan wordt de luchtmassa aan de onderkant daar een beetje opgewarmd, in plaats van afgekoeld en krijg je boven zee stijgbewegingen in de lucht. Als de omstandigheden in de rest van de atmosfeer er geschikt voor zijn, kunnen zo buien ontstaan. Boven zee, maar vooral ook in de kustregio. Zeker als er langs de kust een zuidwestenwind waait. De vorm die onze kust heeft, de nabijheid van het Kanaal en de temperatuurverschillen tussen land en zee maken dan dat zich een kustfront kan vormen, ook wel kustconvergentie genoemd. Een plek waar de wind draait en waar veel buien (kunnen) overtrekken.

Dat gaat zo. Als je naar de wind kijkt, dan is de richting daarvan gevoelig voor de wrijving die de bewegende lucht ondervindt. Eenvoudig is in te zien dat die wrijving op zee minder groot zal zijn dan op het land. Op zee staan immers geen bomen en huizen. Alleen golfslag kan een beetje extra wrijving opleveren. Hoe meer wrijving de wind ondervindt, hoe meer de richting ervan tegen de wijzers van de klok in bijgesteld zal worden. Of in meteorologentaal: hoe meer de wind zal krimpen. Aan zee heb je een snelle overgang van een situatie met weinig wrijving (een wind die over zee waait en weinig wrijving ondervindt) naar een situatie boven land waarin de bewegende lucht veel meer last heeft van wrijving. Je ziet de wind, zodra die van zee boven land aankomt, dan ook meteen 10 tot 20 graden (en soms meer) tegen de wijzers van klok in draaien. En tegelijkertijd door de toegenomen wrijving ook een beetje afnemen. Zo waait bijvoorbeeld op zee een matige tot vrij krachtige zuidwestenwind en boven land een matige zuidzuidwestenwind of zelfs een zuidenwind.

Stijgbewegingen
Eigenlijk ontstaat hiermee een evenwijdig aan de kust liggende lijn, waarop de wind draait en afneemt. Maar ook een lijn waarop de sneller bewegende lucht vanaf zee botst op de trager bewegende lucht boven land die ook uit een iets andere richting komt. We noemen dit convergentie (samenkomen). Zo’n lijn wordt een kustfront genoemd, helemaal als de stijgbewegingen die langs zo’n lijn ontstaan in de juiste atmosferische omstandigheden ervoor zorgen dat zich buien vormen.

Buien dus, die zich in een zuidwestelijke wind evenwijdig langs de kust gaan vormen. En misschien ook wel ergens het land op komen. In de uitwerking van een verwachting komt het er dan op aan. Waar en hoe komen die buien het land op? Want dat zijn de plekken waar in een dergelijke situatie erg veel regen kan vallen. Kleine draaiingen van de wind kunnen daarbij grote gevolgen hebben, lokaal en regionaal. Als een buienlijn uren lang over een bepaalde stad trekt, kan meer dan 50 mm vallen, terwijl iets verderop maar een paar millimeter valt.

Binnenland
Voor het diepere binnenland ziet het er in een dergelijke situatie een stukje overzichtelijker uit. Wolken zijn er wel, de zon laat zich ook af en toe zien, maar je krijgt pas echt last van buien – een enkele losse bui daargelaten – als zo’n lijn met buien die als het ware aan de kust vastgeplakt ligt in beweging komt en het land optrekt. In veel gevallen gaat dan de fut er wel uit (het warme zeewater, de voedingsbron van de buien, heeft geen invloed meer), waardoor landinwaarts steeds minder neerslag valt.

Dit zien we ook in de weersverwachting terug voor deze week. Vanmiddag trekt een regengebied over het land, waardoor het uiteindelijk overal gaat regen. De hoeveelheden schommelen rond 5 mm. Vanavond en vannacht kunnen door de kustconvergentie in de kustgebieden in het westen van het land zware buien met onweer ontstaan. Het is niet uitgesloten dat lokaal meer dan 30 mm valt en dit geldt ook voor morgen. In het (noord)oosten valt beduidend minder neerslag dan in het (zuid)westen. Donderdag wordt het overal nat door een groot regengebied, met landelijk ruim 10 mm. Vrijdag en zaterdag wisselen zon en buien elkaar af en zorgt het kustfront vooral in het noordwestelijke kustgebied voor mogelijk tientallen millimeters regen. Het zuidoosten houdt het dan mogelijk helemaal droog.

Het Europese weermodel laat de verschillen tussen de kustgebieden en het binnenland mooi zien. Zo verwacht het model de rest van de maand september voor Zuid-Limburg slechts 25 mm en circa 35 mm voor het midden, zuiden en oosten van het land. In de kustprovincies, Flevoland en Drenthe wordt veel meer neerslag verwacht, namelijk een slordige 40 tot 60 mm. Pal aan de kust kunnen deze hoeveelheden nog beduidend hoger liggen door de slepende buienlijnen die mogelijk zijn. Zo is er boven het Waddengebied een signaal van 90 mm!

Bron: Jordi Huirne, MeteoGroup.