Was 40 graden in de vorige eeuw ook mogelijk?

Afgelopen 25 juli werd het ruim 40 graden in Nederland. Het oude record uit augustus 1944, 38,6 graden in Warnsveld, werd verpulverd. Als die situatie toen in juli 1944 had plaatsgevonden, zouden we de 40 graden dan wel hebben bereikt?

Afgelopen 25 juli 2019 werd de magische grens van 40 graden verbroken in ons land. Alles viel dan ook ‘perfect’ in de atmosfeer om deze uitzonderlijk hoge temperatuur te krijgen. Vanuit Noord-Afrika werd extreem warme lucht aangevoerd en de bodem was erg droog, waardoor weinig (opwarmings)energie verloren ging aan verdamping van bodemvocht. Dit gebeurde ook in augustus 1944. Maar wat was er gebeurd als we deze situatie toen ook in juli hadden gehad?

Augustus 1944 was een zeer warme maand, warmer dan juli 2019. In Winterswijk kwam de gemiddelde temperatuur op 20,2 graden uit. Voor de Achterhoek is dit nog steeds de warmste augustusmaand uit de geschiedenis. Sinds het begin van de metingen in 1894 kwam alleen augustus 1997 in de buurt. Het weerstation was toen inmiddels verplaats naar het dichtbijgelegen Hupsel, waar de gemiddelde temperatuur op 20,0 graden uitkwam.

De augustusmaand was ook zeer droog. Tot aan de 23e, de dag dat het record in Warnsveld werd gemeten (38,6 graden), viel alleen in de eerste week wat neerslag uit lokale buien (Maastricht 35 mm op de 1e). Pas in de laatste week, in de loop van en na de hittegolf, viel weer neerslag (Amsterdam en Hoorn respectievelijk 37 en 46 mm op de 22e). Op plekken waar deze zware buien niet voorkwamen, eindigde de maand kurkdroog. De regenmeter in Twente mat in de hele augustusmaand slechts 19 mm. Op andere plekken viel nog minder, in Groningen 18 mm, Warnsveld 15 mm, ’s-Heerenbroek 13 mm, Rottum 10 mm en de regenmeters in Marken en De Bilt kwamen niet verder dan 9 mm (de Bilt AWS 14 mm).

De maand begon al met behoorlijk wat zomerse dagen in het binnenland, uiteindelijk startte op 18 augustus een lange hittegolf die 10 dagen aanhield. Overigens kwam het alleen tot een regionale hittegolf in het oosten en zuidoosten. Over de hele maand telde Winterswijk 17 en Warnsveld 18 zomerse dagen en in de oostelijke helft van het land kwamen 4 tropische dagen voor.  

Augustus 1944 een maand eerder, 40 graden?
Als dezelfde situatie zich een maand eerder had voorgedaan, waren de dagen nog een stuk langer. Zo is de daglengte in Warnsveld op 23 augustus 14 uur en 9 minuten. Eind juli is dit circa 16 uur. Dit scheelt dus een uur of twee. Omdat de opwarming vroeg op de dag een uur eerder begint en het in de kortere nacht minder sterk kan afkoelen, wordt het in de maand juli in dezelfde situatie met gemak een graadje warmer dan eind augustus.

Als dezelfde situatie eind juli zou hebben plaatsgevonden, zoals afgelopen julimaand, zou het kwik in Warnsveld in de meest ‘perfecte’ situatie op circa 39,6 graden zijn uitgekomen. Waarom is het dan dit jaar 40,7 graden geworden? Dat is simpel te verklaren. Door de klimaatopwarming is de gemiddelde temperatuur in Nederland, vergeleken met de jaren 40, flink gestegen. Zo was de gemiddelde julitemperatuur, ook wel de ‘normaal’ genoemd, in de jaren 40 in De Bilt 16,4 graden. Augustus was nog koeler met 16,0 graden. Tegenwoordig is deze ‘norm’ maar liefst  17,9 graden in juli en 17,5 graden in augustus. De warmste zomermaanden zijn dus gemiddeld anderhalve graad opgewarmd. Ook de extremen gaan daarin mee. Koude extremen komen nog wel voor, maar steeds minder vaak. De uitschieters naar boven komen juist steeds vaker voor en zijn al snel een dikke graad hoger dan de extremen uit de vorige eeuw. Daarom werd het afgelopen 25 juli onder dezelfde ‘perfecte’ omstandigheden op de warmste plek in ons land geen 39,6 graden, maar 40,7 graden.

Verhouding tussen warmte- en kouderecords

Veel warmterecords zijn deze eeuw al verbroken. Toch zegt het verbreken van een warmterecord eigenlijk niks. Het is immers een record en records zijn er om verbroken te worden. Naast warmterecords zijn er deze eeuw ook kouderecords geweest.

De verhouding tussen het aantal warmte- en kouderecords in de decades zegt wel wat. Als we kijken naar de decaderecords (periode van 10 dagen) van de warmste maanden van het jaar, mei t/m september, dan zijn inmiddels 6 decaderecords afkomstig uit deze eeuw tegen 9 records uit de vorige eeuw. Kijken we naar het aantal kouderecords, dan vinden we er deze eeuw in het zomerhalfjaar geen één!

Als we naar alle decades van het hele jaar kijken en we gaan terug in de hele historische klimaatreeks die vanaf 1706 loopt, dan staan van de in totaal 36 decades, 14 warmterecords op naam van deze huidige eeuw. Slechts 3 kouderecords staan op naam van deze eeuw, namelijk de eerste decade van februari (2012, Lelystad -22,9 graden), de eerste decade van maart (2005, Marknesse -20,7 graden) en de derde decade van oktober (2003, Twente -8,5 graden). Er is dus nog hoop voor de kouliefhebbers. De -27,4 graden, gemeten in Winterswijk eind januari 1942, lijkt echter onverslaanbaar.

Bron: Jordi Huirne, MeteoGroup.