Krijgen we een droge herfst?

De zomer is nog niet eens voorbij, maar de nieuwe herfstverwachting ligt er alweer. Het lijkt droog te worden, maar wat gebeurt er met de temperatuur?

Met nog twee weken te gaan stevent de zomer met een verwachte gemiddelde temperatuur van rond 18,2 graden af op een zevende plaats in de ranglijst van warmste zomers sinds 1901. De achterstand op de warmste zomer, die van vorig jaar, bedraagt ruim een halve (0,7) graad. Nu de zomer afloopt, is het interessant om de verwachting voor de herfst te bekijken. Die ziet er droog uit, met een erg onzekere temperatuur. De sleutel lijkt op de Stille Oceaan te liggen.  

Als we de nu aflopende zomer in een paar woorden moeten samenvatten, dan kunnen we zeggen dat er weinig is wat we niet hebben gehad. Het ging van droogte en warmte, via zware onweersbuien met verwoestende valwinden, hagel, veel regen in korte tijd naar zelfs tornado’s, en die op meerdere dagen en verschillende plaatsen in het land. Verder waren er langere perioden met koel en wisselvallig weer en trok ook weleens een ouderwets regengebied over. Zowel in juni als in juli tekenden we op verschillende plekken in het land grondvorst aan. De andere kant van de medaille was de schroeihitte aan het einde van de julimaand, uitmondend in een verbreking van het stokoude hitterecord van Warnsveld op 24 juli en de eerste veertigers ooit in Nederland op 25 juli.  

Resultaat zomerverwachting gemengd
De verwachting was dat het een warme, droge zomer zou worden. Met de nadruk van de hitte op de julimaand. Deze verwachting is ten dele uitgekomen. Warm was het, droog voornamelijk in de oostelijke helft van het land. De julimaand was met 18,8 graden inderdaad de warmste van de drie zomermaanden, maar juni presteerde relatief gezien veel beter. Er kwam die maand met 18.1 graden zelfs een junirecord uit de bus, de tot dan toe warmste juni van 2017 werd overtroffen. In augustus werd het allemaal wisselvalliger en gematigder. Ook dat was conform de verwachting.

Drukverdeling was totaal anders

Waar de zomerverwachting compleet de mist inging, was bij het verwachten van de drukverdeling die tot dit alles moest leiden. Gingen we van een situatie uit waarbij de luchtdruk bij IJsland relatief laag was en de druk bij de Azoren relatief hoog (eigenlijk zoals vorig jaar), de werkelijkheid was precies omgekeerd. Hogedrukgebieden voelden zich vooral thuis in het poolgebied en in het hoge noorden terwijl lagedrukgebieden steeds een relatief zuidelijke koers volgden. Niet zelden lagen ze voor de Europese westkust. En daardoor was het vooral in de westelijke helft van Nederland ook een stuk natter dan oorspronkelijk gedacht. Het oosten had wel de verwachte invloed van hogedrukgebieden en daar hield de droogte gelijke tred met die van vorige zomer. Omdat de droogte van vorig jaar ook nog doorwerkte, waren de gevolgen er in die gebieden naar. Watertekorten, bruine velden, stervende bomen en gewassen op het veld die niet wilden groeien.


Waar zat het nou in?

De deskundigen van WCS, het Amerikaanse bedrijf waarmee MeteoGroup bij het opstellen van verwachtingen voor de lange termijn samenwerkt, hebben zich de laatste weken het hoofd gebroken over de vraag waarom de drukverdeling deze zomer precies omgekeerd was aan de verdeling zoals die was verwacht. Het idee is nu dat de redelijk abrupte manier waarop de poolwervel eind april instortte, leidend tot de vorming van een sterk blokkerende hogedrukgebied in het hoge noorden, de oorzaak is. De veranderingen in het windpatroon die daarbij hoorden, en de bijbehorende temperatuurveranderingen van het zeewater in de oceanen op het Noordelijk Halfrond, hebben het patroon zoals dat voor mei en juni netjes was verwacht, versterkt en ook in juli en augustus laten overleven. De uiting hiervan is de NAO-index, die een maat is voor het drukverschil tussen IJsland en de Azoren. Deze is al vanaf midden april negatief en die negatieve fase houdt nog steeds aan. Een negatieve NAO-index wijst op hoge druk in het noorden en lage druk in het zuiden.


NAO-index moet alsnog positief worden

Het idee is nu, en dan komen we bij de verwachting voor de komende herfst uit, dat de NAO-index alsnog positief wordt. De seizoensverwachtingen van de grotere modellen wijzen daarop, de fase van de zonnevlekkencyclus waarin we ons bevinden doet dat ook en vergelijkingen (met allerlei parameters als uitgangspunt) met het weer uit het verleden laten eenzelfde beeld zien. Onzeker is de invloed van de zwakke (Modoki) El Ni
ño die in het zeegebied tussen Peru aan de ene kant en Indonesië aan de andere kant van de Stille Oceaan op het punt staat om af te lopen. De kans lijkt het grootst dat daar nu een langere periode met neutrale condities op volgt en die is ook de basis van onze herfstverwachting. Een overgang naar La Niña condities behoort echter ook nog tot de mogelijkheden en zelfs een terugkeer van El Niño condities is niet helemaal uit te sluiten.

Hogedrukgebieden dominant

Met de terugkeer van de positieve NAO-fase zou het weer bij ons vooral in september en oktober door hogedrukgebieden gedomineerd moeten worden; hogedrukgebieden die een stuk dichterbij zouden moeten liggen dan in de afgelopen maanden. Feitelijk zie je zo’n situatie vanaf begin volgende week al op de weerkaarten ontstaan. Het zou een einde maken aan het wisselvallige weer van nu. Zowel september als oktober pakken vervolgens potentieel droog uit, zo is nu de verwachting. Voor wat de temperaturen betreft, is er meer onzekerheid. Omdat de as van de hogedruk nu en dan ten westen van Europa terecht kan komen, is het niet denkbeeldig dat vanuit het noordwesten af en toe koudere lucht tot onze omgeving doordringt. De kans op wijdverbreide koelte neemt alleen maar toe als er toch een La Ni
ña uit de bos zou komen. Wordt het een El Niño, in plaats van de nu verwachte neutrale condities, dan is in Europa (en ook in onze omgeving) tijdens de herfst juist op grote schaal warmte te verwachten. Maar zou het weer in november juist een stuk natter moeten worden, omdat dan een sterke westcirculatie op gang zou kunnen komen. Zo bezien ligt de sleutel voor de temperaturen in de herfstmaanden dus op de Stille Oceaan.

De uiteindelijke herfstverwachting

Relatief droog weer dus gedurende langere tijd, waarschijnlijk al vanaf begin volgende week, maar dan ook in september en oktober. Dat is het beeld voor de komende herfstmaanden op dit moment. Met, afhankelijk van de ontwikkelingen op de Stille Oceaan, hoge, min of meer normale, of juist relatief lage temperaturen. Daar zien we een grote onzekerheid. En feitelijk geldt dat altijd voor de twee overgangsseizoenen, waarvan de herfst er één is. De transformatie die de drukverdeling op aarde in de herfstmaanden ondergaat, is zo groot dat het heel erg moeilijk is factoren aan te wijzen die daar wat hun invloed op het weer bij ons nog eens bovenuit stijgen. Met andere woorden: de kans dat de herfstverwachting ernaast zit, is gewoon levensgroot. Maar we blijven het proberen.

Bronnen: MeteoGroup, WCS.