Saharalucht van onze hittegolf teisterde Groenlandse ijskap

Op ongeveer 90 procent van de ijskap kwamen de temperaturen boven nul. Er smolt 40 miljard ton ijs meer dan normaal.

De Saharalucht die tijdens de hittegolf in de laatste week van juli onder meer in Nederland, Frankrijk, Duitsland, België en het verenigd Koninkrijk tot verbreking van de tot dan toe geldende hitterecords leidde, heeft eind juli en begin augustus op Groenland een extreme afsmelt van de ijskap daar veroorzaakt. Ongeveer 90 procent van de ijskap (die in de kerngebieden een hoogte van meer dan 3200 meter bereikt) kreeg met dooi te maken. Zo’n 55 miljard ton aan ijs smolt, ongeveer 40 miljard ton meer dan normaal in een vergelijkbare periode.

De flitssmelt van de Groenlandse IJskap speelde zich af in de periode van 30 juli tot en met 3 augustus. De hete lucht bereikte Groenland vanuit Scandinavië, aan de noordkant van een lagedrukgebied in het zeegebied ten zuiden van IJsland, vanuit het oosten dus. Zelfs in het Summit Camp, het onderzoeksstation op de 3216 meter hoogte gelegen top van de ijskap, steeg de temperatuur op 30 en 31 juli en op 1 augustus tot aan of zelfs iets boven het vriespunt, iets wat daar feitelijk nooit gebeurt. Op dat moment werden op de ijskap vrijwel over gemiddelde temperaturen gemeten die 3 tot 9 graden en hier en daar zelfs 12 graden boven normaal lagen.


Extreme ijssmelt

Vooral waar de wind aan de westkant van de ijskap omlaag waaide (dalende lucht warmt op) kwam het tot extreme ijssmelt. Omdat de sneeuw van de afgelopen winter er tijdens een andere flitssmeltperiode al was verdwenen en veel ijs dus ‘vrij’ lag, ging het enorm hard. Massa’s smeltwater zochten zich een weg omlaag en stortten met donderend geweld via de rivieren de zee in. Op plekken waar het water niet weg kon, ontstonden grote smeltwatermeren op het ijs. Met behulp van satellieten waren die goed te zien. In totaal kreeg 90 procent van de ijskap met dooi te maken.


Ongebruikelijk

Dooi vanuit het oosten is op Groenland zeer ongebruikelijk. In het jaar met de grootste afsmelt van ijs tot nu toe, het jaar 2012, kwamen de warmtegolven steeds vanuit het zuidwesten. Tel je alle smeltevents van dit jaar bij elkaar op, dan ligt 2019 nog duidelijk achter op het recordjaar 2012. Tegelijkertijd gaat het totale massaverlies van beide jaren op dit moment redelijk gelijk op. Dat heeft vooral met de gering sneeuwval in de afgelopen winter te maken en met het feit dat een belangrijk deel van die sneeuw in het voorbije voorjaar al van het ijs is verdwenen. Het ijs is daardoor kwetsbaarder voor smelt als de temperaturen zoals pas een keer flink omhoog gaan.


Voorgaande jaren waren beter

De extreme smelt van dit jaar volgt op twee jaren waarin het er in Groenland allemaal wat positiever uitzag. Zowel vorig jaar als in het jaar ervoor leek van massaverlies van de ijskap nauwelijks sprake, vooral omdat er in het winterhalfjaar zoveel sneeuw viel en de smelt in de zomerperiode binnen de perken bleef. IJsverlies op Groenland komt overigens niet alleen voor rekening van smelt. De grote gletsjers die vanaf het continent in zee uitkomen voeren ook veel ijs af. Het tempo waarin ze dat doen lijkt de laatste tientallen jaren steeds groter te worden.


Albedo van het ijs

Verder speelt sneeuwgebrek dus een rol en is het albedo van de ijskap van belang. Dat is de mate waarin het ijs en de sneeuw het zonlicht weerkaatsen. Als het vriest en er ligt sneeuw, is Groenland veel witter dan in perioden met dooi en sneeuwgebrek. Water op het ijs heeft zelfs een enorme invloed op het albedo. Daar waar sneeuw in goede conditie ongeveer 90 procent van het zonlicht weerkaatst, is dat bij water maar circa 10 procent. Vergeleken met verse sneeuw kun je water dus bijna als zwart zien. Water neemt dan ook veel meer zonnewarmte op dan witte sneeuw. Op plekken waar water op het ijs staat, wordt de afsmelt van het ijs enorm versneld.


Smeltseizoen loopt ten einde

Inmiddels loopt het smeltseizoen op de Groenlandse ijskap langzaam af. De periode waarin de zon 24 uur boven de horizon staat, eindigt de komende weken en daarmee wordt het, zeker midden op de ijskap, steeds lastiger om het kwik boven het vriespunt te laten stijgen. Op het onderzoeksstation op de top was het vanochtend dan ook min 12 graden. Aan de randen duurt het smeltseizoen langer en kan het zelfs in de winter lokaal nog wel tot temperaturen boven het vriespunt komen.


Bronnen: MeteoGroup, NSIDC.