Een meeuw op een ijsschots; winterse heerlijkheden

Drie bijzondere weerherinneringen van deze eeuw. In onze zomerserie deze keer: Grieta Spannenburg

Werken bij een weerbureau gaat vooral over weerkaarten bestuderen, natuurkundige processen proberen te begrijpen en gedegen verwachtingen maken. Het werk betreft ook het juist overbrengen van de uitgeplozen informatie en het geven van achtergrondinformatie en duiding. Maar uiteraard gaat het ook bij ons over beleving. Hoe beleef je het weer, welke weersituaties blijven je bij en bij welk weertype gaat het hart sneller kloppen?

Nadenkend over mijn favoriete en imposantste weerdagen, kwam ik op drie winterse situaties uit. Drie momenten waarop het koud was, mutsen en sjaals moesten worden gedragen en het gezicht rood werd van de ijzige wind. Ik verbaasde mij er zelf een beetje over. Ik hou van de herfst, met alle kleurenpracht en de geur van gronderigheid. Ik hou ook van het voorjaar, het ontluikende groen. De zomer is mijn minst favoriete seizoen, maar ook dan valt er nog veel te genieten. Al waren het alleen maar de lange gezellige avonden en de vele fietstochten en wandelingen.

En toch, voor de drie voor mij allermooiste weersituaties gaat de winterjas aan. Hier komen ze, in willekeurige volgorde.

IJzige wind en ijssculpturen
Het was al bijna eind maart in 2013. We hadden die winter al heel wat winterse situaties mogen beleven, maar de koek was nog niet op. Op 25 en 26 maart waaide een ijzige wind die kunstwerkjes maakte. We gingen met de auto op pad, naar het noorden van het land. Naar een buitenpost. Eh, naar Buitenpost, een Fries plaatsje vlakbij de provinciegrens met Groningen. Op die locatie hadden we met een vriend van ons en zijn vader afgesproken. En ons gezamenlijke doel was: het Lauwersmeer. We hadden een paar dagen eerder al op foto’s gezien dat het huidige weertype met een snijdende oostenwind prachtige fenomenen afleverde.

En zo togen wij op de 26e van Buitenpost naar de noordkust. Onder een blauwe hemel reden we naar de rand van ons land, door de open velden. Het zag er vanuit de auto allemaal heel vriendelijk uit. Maar je voelde al wel de wind tegen de auto beuken. Bij het uitstappen waaide je zowat uit je winterkleding. Gewapend in dikke jassen en met de windmeter in de hand liepen we naar de waterkant.

En wat zag het er prachtig uit. Een sprookjesachtig ijssculpturenlandschap toonde zich aan ons. Het was dat de ijzige oostenwind ons tegenhield om al te frivool te huppelen, maar anders hadden we het vast gedaan. Het was een paar graden boven nul, het dauwpunt lag op min 10 graden of lager en in combinatie met de krachtige oostenwind werd het water uit het Lauwersmeer al spattend tegen het riet gebeukt. Door de lage dauwpunten (de ‘natte bol’ lag onder nul) bevroor het water tegen het riet en omdat dat proces al een paar dagen bezig was, waren er centimeters aan ijs vastgeklonken tegen de stengels. Het riet stond deels nog rechtop, was deels gebogen of geknakt en overal zat die ijslaag. Het resultaat was een ijzig ijssculpturenfestival waar je maar naar bleef kijken. Steeds zag je nieuwe fraaie witte vormen en steeds bleven we foto’s maken. En de kou denderde ondertussen door je kleding heen. Heerlijk.

IJsschotsen in de Waddenzee
We houden de winterkleding aan voor 8 en 9 februari 2012 en we reizen opnieuw af naar het noorden. Het was de winter waarin er voor het eerst in lange tijd een kans(je) leek te bestaan op de Elfstedentocht. Het enthousiasme begon natuurlijk bij velen te borrelen en ook wij wilden de stand van een stukje Fries ijs bekijken. We trokken de schaatsen aan en schoven in Harlingen over de grachten. Langs de randen koek-en-zopie-tenten, overal zag je mensen op de ijzers en er klonk muziek uit de boxen. De gezelligheid was er al! Maar we zagen ook de vele nog niet bevroren waterdelen. Onder een paar bruggetjes bleek het ijs nog erg dun tot zelfs afwezig. Daar waren hekjes geplaatst om de ijsgroei te bevorderen en mensen te behoeden voor een nat pak. Door de grote vaart voeren een paar schepen, aan de randen schaatsten we. Niet dat ik nou zo hard of zwierig ging. Het schaatsen is bij mij het eerste half uur voornamelijk oefenen en krabbelen en daarna kom ik er weer in en krijg meer durf om flink gang te maken.

Maar eigenlijk kwamen we niet voor dít ijs. Ons doel was het ijs op de Waddenzee. Nog maar een paar boten gingen er per dag naar de eilanden, want de vaargeul was moeilijk begaanbaar door al het drijfijs. Zo’n overtocht wilden we graag meemaken, naar Terschelling. In de late middag voeren we de haven uit. Rondom de boot was het al vol met schotsen. Het werd eb, een meeuw liet zich op een schotsje langzaam het zeegat uitdrijven. Hij keek achterom en zag onze boot hem opvolgen. Daar gingen we,  door onze eigen Waddenzee, vol met ijsplaten en ijsschotsen. Ik vond het onwerkelijk. Het leek wel de noordelijke ijszee.

Langzaam voeren we noordwestwaarts. Schotsen links en rechts. We bleven maar staren en turen en genieten van de kou en dit bijzondere beeld. Af en toe doken we in het vooronder. Met een klein groepje stonden we naar buiten te staren door de ramen. Hier binnen hoorde je het zware geklonk en gebonk als we op een grote ijsplaat schoven die vervolgens doorbrak. Die zware bassen, dat ijzige breekgeluid. Het was een spektakel.

Op Terschelling brachten we de avond en nacht door. En zagen we op televisie de voorzitter van de Vereniging Elfsteden, Wiebe Wieling: “Ik heb geen goed nieuws…”

IJsbergen bij Gaast
Handschoenen en mutsen gewoon aan- en ophouden. We gaan naar februari 2010. Oh jongens, wat waren dat toch leuke winters. Rondom huis hadden we al geregeld fraaie winterse uitstapjes gemaakt, maar we zochten het deze dag toch opnieuw in Friesland. We gingen naar Gaast, aan het IJsselmeer op zoek naar ijsbergen.

Na een serieuze vorstperiode was namelijk een deel van het IJsselmeer dichtgevroren. Een forse wind had het ijs laten kruien en zodoende had de natuur prachtige ijsbergen gevormd. Die ijsbergen lagen niet tegen de kust, maar er een kilometertje vanaf. Bij de dijk van Gaast zagen we ze in de verte aftekenen tegen de oranje winterlucht. Puntige bergen van een paar meter hoog, gevormd uit allemaal ijsschotsen. Voor ons een ijsvlakte bezaaid met ganzenpoep. We waren niet alleen.

Met naast ons een bordje ‘ijs niet betreden’, gingen we toch aan de wandel. Het water was hier hooguit een metertje diep, het ijs vele centimeters dik én we waren voorzichtig. Het was heerlijk rustig met op enige afstand af en toe wat andere ijstoeristen. De verstilling van een bijzondere winterdag, met aan de einder de opgekruide ijsbergen die langzaam dichterbij kwamen. Ook dit was weer onwerkelijk mooi. We schreden over het ijs, zagen rechts in de verte nog een groot open wak waar de ganzenmenigte zich had teruggetrokken. We liepen behoedzaam, genoten van het licht en de kou. Uiteindelijk kunnen we een ronde lopen langs de witte bergen en ons vergapen aan de kleuren en de hoogte. Zo on-Nederlands, zo ultiem winters en wie weet de komende jaren niet meer aan de orde. Tevreden en onder de indruk, tijdens het teruglopen bleven we achterom kijken.

Andere verhalen in deze serie: Reinout van den Born.

Bron: MeteoGroup. Alle foto’s zijn van Grieta Spannenburg