Kans op waterhozen

Benodigd: warme wateren en onstabiele luchtopbouw.

Elke periode van het jaar heeft zijn eigen charme, elke maand en elk seizoen zijn er weer andere weerfenomenen mogelijk. Verschijnselen om in de gaten te houden. Zo zijn we nu aangekomen op een moment in de zomer dat alle wateren warm zijn geworden door de loeihitte van vorige week. Als de lucht hogerop in de atmosfeer dan kouder wordt, zoals nu, kunnen er waterhozen gevormd worden. Een waterhoos is een tubavormig verschijnsel vanuit de onderkant van een wolk, te zien boven het water.

Temperatuurverschillen
Elk jaar komen er in ons land waterhozen voor, met name in het tweede deel van de zomer en het eerste deel van de herfst. Voor het ontstaan ervan moet de lucht vooral onderin de atmosfeer – de onderste twee à drie kilometer - onstabiel zijn. Dat wil zeggen; de temperatuur moet afnemen met de hoogte. Het liefst met een flink verval.

Hoe warmer het water, des te groter het temperatuurverschil kan zijn. Momenteel is het IJsselmeer zo’n 20 tot 22 graden, het water voor de kust zo’n 18 tot 21 graden en de Zeeuwse wateren 21 à 22 graden. Op 1500 meter hoogte is het de komende dagen rond de 8 graden en op 3 kilometer hoogte ligt de temperatuur rond het vriespunt. Een groot genoeg temperatuurverschil om -in principe- een waterhoos op te wekken. Volgende week wordt de lucht op hoogte wel wat kouder en daardoor nemen de waterhooskansen verder toe.

Door het temperatuurverschil krijg je stijgende luchtbewegingen, thermiek. Het verschijnsel kennen we ook van boven land. De thermiek die in vochtige lucht leidt tot de vorming van stapelwolken. Hoe groter de temperatuurverschillen en hoe meer vocht er in de lucht zit, des te sneller en groter kunnen de stapelwolken uitgroeien. Maar met alleen de stijgende luchtbellen zijn we er nog niet.

Uitzakkende tuba in draaiing
Een kenmerk van een hoos is dat die onder de wolk ontstaat als een uitzakkende tuba en al dan niet helemaal tot het wateroppervlakte reikt. Soms is er zelfs een draaiende kolom lucht (en water) zichtbaar vlak boven het water. Het gaat erom dat er onder de wolk een plek is waarop de lucht zo snel stijgt dat de luchtdruk daar sterk daalt en er condensatie optreedt. Oftewel: de stijgende luchtkolom wordt zichtbaar in de vorm van waterdruppeltjes.

Die stijgende luchtkolom draait om zijn eigen as en is zichtbaar als hoos/tuba. Dit kan alleen als er weinig wrijving aanwezig is. Wrijving zou namelijk heel snel de hoosvorming verstoren. Boven land is er teveel wrijving, maar boven groot open water is die wrijving veel minder. Vandaar dat waterhozen vrij gemakkelijk kunnen ontstaan.

Dat punt van die wrijving geeft ook al aan dat je waterhozen het vaakst zult zien in een windarme situatie. Het is niet uitgesloten dat er ook bij veel wind, zoals vandaag, een waterhoos optreedt, maar de wind kan dan wel gemakkelijk de hoos laten verwaaien. Eigenlijk is de situatie van komende vrijdag, met veel minder wind, voorlopig het beste voor de vorming van waterhozen.

Let op: het ontstaan van een waterhoos is duidelijk anders dan het ontstaan van een windhoos. Een windhoos komt voort uit een supercell, een bui die om zijn eigen as draait. Een waterhoos kan bij een bui, maar ook onder een flinke stapelwolken ontstaan.

Zijn ze gevaarlijk?
Waterhozen kunnen ontstaan boven grote wateroppervlakten. Denk aan IJsselmeer, Waddenzee, de Friese meren, de Weerribben, Noordzee, Zeeuwse wateren en Limburgse plassen. Een rivier is te smal voor de vorming van een waterhoos. Vaak is de wolk alweer boven land gedreven voordat er enige waterhoosvorming heeft kunnen plaatsvinden.

Waterhozen vormen vooral voor watersporters een bedreiging. Je moet met je bootje uit de buurt van de hoos blijven, vanwege de kortdurende sterke winden. Over het algemeen veroorzaken waterhozen zelden ernstige problemen en zwaar zijn deze hozen vaak ook niet. Het gevaar zit hem vooral in de buien waar ze mee gepaard kunnen gaan. Daarbij kunnen namelijk ook hagel, windstoten en onweer voorkomen. Gelukkig zijn de waterhozen zeer plaatselijk en bestaan ze in de meeste gevallen maar kort.