Recordkoorts in de weerkamer

De warmterecords buitelden over elkaar heen deze week. Niet alleen de temperatuur, maar ook de opwinding in de weerkamer liep flink op.

Het was warm de afgelopen dagen, ongekend warm voor februari. Met als hoogtepunt natuurlijk afgelopen woensdag, waarop weerstation Arcen de warmste winterdag aller tijden registreerde met 20,5 graden. Maar voor het zo ver was, was er in de weerkamer al dagen volop reuring. Een kijkje achter de schermen.

Als je weermannen of -vrouwen vraagt naar hun favoriete weer, is het antwoord bijna altijd hetzelfde: als het maar extreem is. Iedereen heeft wel wat specifieke voorkeuren, zoals tornado’s, sneeuw of onweer. Maar alle extreme situaties die de natuur ons soms voorschotelt, dat is wat waar wij weermensen echt warm voor lopen.

Aan extremen geen gebrek deze week. Extreme warmte. Normaalgesproken gebruiken we het woord ‘zacht’ voor hoge temperaturen in de winter, maar nu de mensen in T-shirts over straat liepen kon die term ook wel overboord.

Lijstjes
Er ging de nodige voorbereiding aan vooraf. Talloze lijstjes worden erbij gepakt (voor wie ze niet uit het hoofd op kan lepelen). Dagrecords, maandrecords, aller-tijden-records. Welke kunnen gaan sneuvelen? Komt die allerwarmste winterdag er, gaan we over de 20,4 heen? Welk station heeft de meeste kans om flink op te warmen? Nog eens een berekening maken, nog eens wat kaarten vergelijken.

Vervolgens begint het speculeren. Appgroepen staan roodgloeiend. Teksten worden voorbereid. En een enkele weddenschap wordt gesloten. Want we zien de hoge temperaturen natuurlijk ruim van tevoren aankomen, maar hoe de cijfers zich exact ontwikkelen is toch afwachten. En omdat we elke 10 minuten nieuwe, actuele data van alle weerstations ontvangen, zaten we urenlang ongeduldig met onze neus op de waarnemingen.

Dinsdag

10.00 uur. “Kijk dan, Wijk aan Zee nu al 14 graden!” “Ja, duingebied hè. Alle zandgronden zitten al hoog.”

11.00 uur. “Vlieland heeft nu al een record! Ongelofelijk! Het is 11 uur!”

11.15 uur. “Deelen gaat als een gek!”

11.35 uur. “Op niet-officiële stations zitten we nu al op 19.4. Kijk Ermelo dan!”

12.00 uur. “Oe, 14.9 in De Bilt! Bijna!”

Naarmate de dag vordert, klinken steeds meer kreten over en weer. De laatste maximumtemperaturen vliegen door de weerkamer. Af en toe loopt er iemand binnen met een verwachtingsvol “En, hoe ver zijn we?”

“Nog 3 tienden! Dan zijn we bij 17”
“Twenthe nu ook al in de 15!”
“Deelen loopt al 2 graden voor op gisteren”

En terwijl we het maandrecord van maandag al bijzonder vonden, kwamen we daar dinsdag al weer snel overheen. Het werd de warmste winterdag ooit gemeten in De Bilt en op veel andere plaatsen – voorlopig althans, want de woensdag moest nog komen. Het zou op grote schaal 20 graden kunnen worden. Daarmee kwam het all time winter-warmterecord van 20,4 graden op losse schroeven te staan. Toch? 

“Ja, die 20,4 gaat eraan hoor. Ik denk wel drie stations met 20 graden, en eentje met 20-half.”
“Ik denk wel 21!”
“Maar ja, als dat zeewindje erin komt...”

En er zou een taart komen voor degene die het goed had.

Woensdag
De volgende dag werd dus nogmaals een oververhitte dag. Met nog grotere records die op het spel stonden. Halen we de magische 20-gradengrens? Verbreken we het winterrecord? Tergend langzaam druppelden de waarnemingen telkens binnen. “Het is al gemeten maar hij moet nog op mijn scherm verschijnen, vet irritant.” Refresh, refresh, refresh.

12.20 uur. “18.3 in Eindhoven! Bijna 2 graden meer dan gisteren op dit tijdstip. Echt absurd.”

14.30 uur. “Nu drie stations met 19,8! Dat is toch niet te geloven! Sjongejongejonge”.

14.40 uur. “NEGENTIEN NEGEN!”

14.50 uur. “Ja, nu weer 19,6. Kom op nou!”

Bijna een uur lang schommelde het, diep in de 19 graden. Maar dan komt het ervan. De apotheose. Eerst gaan we de 20-gradengrens over.

15.20 uur. “Twintig twee, yes!”

15.40 uur. “Twintig VIER!” “Jij geeft een gil als het 20,5 is hè?”

15.50 uur. “TWINTIG VIJF! Nieuw record!”

Er gaan zelfs armen in de lucht. Alsof wij een of andere prestatie hebben geleverd, een winnend doelpunt hebben gescoord, een perfecte afsprong hebben gemaakt. Maar net als iedereen zijn wij natuurlijk slechts toeschouwers. Alhoewel – misschien toch niet helemaal als iedereen. Raar volkje, die weermensen. De komende dagen kunnen we gelukkig weer even afkoelen.