Naweeën van het droge jaar 2018

Grondwaterpeil in Hoog-Nederland nog niet geheel bijgetrokken. Bekijk met ons de grafieken.

Het was hartje zomer 2018. Het land lag er verdord bij. Warmte, hitte en droogte zinderden. Het waterpeil in de Rijn bleef gestaag dalen, het grondwaterpeil zakte fors. Is de situatie inmiddels weer verbeterd?

Crisisteams kwamen afgelopen zomer bijeen omdat in de weerkaarten nog geen neerslag van betekenis in zicht was. Natuurgebieden werden intensief gemonitord om beginnende brandjes onmiddellijk in de kiem te smoren. Ook de Veluwezoom, noord van Arnhem, oogde in juli en augustus uitermate geel en uitgeblust. Maar niet overal. De sprengen, in vroeger tijden gegraven, bevatten gewoon nog water. De smalle en ondiepe kanaaltjes stroomden nog en rondom de sprengen had je geen besef van watergebrek. Op deze plekken gold dat wat traag gevuld wordt, ook traag reageert op een droge en hete episode. Terwijl de laaggelegen delen van Nederland al snel een respons laten zien op ontbrekende neerslag.

Ondertussen zijn we een half jaar verder, heeft het geregeld geregend en is er flink wat water aangevuld. Tegelijkertijd hebben de waterschappen allerlei maatregelen genomen, waaronder afspraken met agrariërs en het inzetten van stuwen. Wij zijn geen experts op grondwatergebied, maar kunnen wel laten zien wat er in grote lijnen met de grondwaterstand is gebeurd.

Verschillen tussen Hoog- en Laag-Nederland
De gemiddelde stand van het grondwater wordt bepaald door locatie en menselijke activiteiten. In hooggelegen zandgronden moet je diep boren voordat je bij het grondwater bent, in laaggelegen kleizones ben je daar zo. Rivieren, kanalen en kleinere waterstromen hebben invloed op de grondwaterstand. Waterschappen bepalen een deel van het grondwaterpeil, net zoals onttrekkingsgebieden voor drinkwater dat doen. Verder zijn ondergrondse kwelstromen van betekenis.

In het centrale deel van het rivierengebied ligt de grondwaterstand tamelijk hoog, door de aanwezigheid van de rivier. De stand van het oppervlaktewater wordt grotendeels door het waterschap bepaald. In neerslagrijke perioden wordt veel water afgevoerd, in droge tijdvakken wordt veel water aangevoerd.

In de lage delen van het land zijn de waterschappen ook de beheersers van het grondwaterpeil. Het waterpeil ligt vrij ondiep onder het maaiveld. Als er gedurende langere tijd weinig regen valt en er veel verdamping is (in voorjaar en zomer), dan zal dit waterpeil dalen. Fluctuaties gaan snel, bij regen kan het grondwaterpeil snel stijgen.

In de hogere delen van het land, grofweg de oostelijke helft van Nederland, is het grondwaterpeil minder aan fluctuaties onderhevig. Het grondwater ligt sowieso dieper weg en daardoor duurt het langer voordat het regenwater bijdraagt aan de grondwaterstand. De sprengen op de Veluwe zijn daar een mooi voorbeeld van. Het grondwater wordt in de loop van decennia aangevuld door langzaam doorsijpelend regenwater. Dit is een uitermate traag proces. Het betekent dat één hete en droge zomer weinig tot geen effect heeft op de waterstroompjes, die stromen door. Maar het grondwaterpeil is op zich wél gedaald. Het duurt dan ook langer voordat de spreng weer helemaal is bijgetrokken. Meerdere droge jaren op rij zullen voor langere tijd gevolgen hebben.

Diepe dal van de zomer
In de afbeeldingen bij dit verhaal wordt een aantal meetpunten getoond. De eerste is Hoogeveen. In afbeelding 2 is te zien dat het grondwater in maart 2018 ongeveer 1 meter onder het maaiveld lag. In de loop van het jaar daalde het grondwaterpeil naar 1,75 meter onder het maaiveld. Dat was een sterkere daling dan de twee zomers daarvoor. Het recentste meetpunt, van januari, geeft inmiddels aan dat het grondwaterpeil wel flink is hersteld.

Afbeelding 3 toont meetpunt Duiven, in oostelijk Gelderland. Hier is de daling ongeveer gelijk aan die van Hoogeveen. Tussen juni 2018 en oktober zakte het grondwaterpeil ook ongeveer 0,75 meter. Ook in Duiven is er herstel gekomen sinds het begin van het nieuwe jaar. Als je het grondwaterpeil van dit meetpunt vanaf 1990 bekijkt, valt goed de uitzonderlijke daling te zien. Nog niet eerder daalde het grondwaterpeil zo drastisch.

In afbeelding 4 tonen we meetpunten in twee totaal verschillende typen landschap. De bovenste grafiek toont de oostflank van het Veluwemassief. Het grondwater bevindt zich ongeveer op 18 meter diepte. Die diepte zorgt ervoor dat er weinig (snelle) fluctuaties te zien zijn. Wie heel goed kijkt, kan wel zien dat de grondwaterstand nog steeds heel langzaam in een na-ijlende daling zit. Meetpunt Maartensdijk, in laagland Nederland is juist een erg regenwater-afhankelijke zone. De grondwaterstand schommelt sterk. Dit zal door neerslagfluctuaties komen, maar waarschijnlijk ook door waterbeheer. Op de hogere gronden van het land valt als waterbeheerder niet zoveel invloed te hebben. Of het moet zijn in de vorm van grondwateronttrekkingen.

Tot slot, afbeelding 5, Voorthuizen. Deze plek ligt in de Gelderse Vallei. Ook hier is de grondwaterstand aan het bijtrekken, maar deze is beduidend lager dan dat ‘ie normaal in deze tijd van het jaar zou moeten zijn.

Dus
Het grondwaterpeil in Nederland is veelal een beheerst grondwaterpeil, maar tijdens het droge jaar van 2018 was lang niet alles te beheersen. Er zijn vooral op de hoger gelegen gronden waarschijnlijk meerdere plekken waar de grondwaterstand nog tijd nodig zal hebben om goed bij te trekken.  

Zelf de grondwaterstanden bekijken, ga naar Munisense.

Bronnen: Meteogroup, opendata.munisense.net,