De onverwachte koudegolf van 2012

Terwijl de huidige winter vooral zacht verloopt, kreeg de winter van 2012 na een bijzonder zachte start een hele andere wending.

Het is precies zeven jaar geleden dat Nederland eindelijk weer eens een koudegolf kreeg. Op 4 februari 2012 werd het zeer koud met op grote schaal minima onder -20 graden. Koudegolven komen door de opwarming van het klimaat bijna niet meer voor.

In het oude Hollandse klimaat (tot eind jaren 80) was het nog heel normaal, een koudegolf in de winter. Gemiddeld kregen we eens per drie winters een ijskoude periode, waarin de temperatuur minstens vijf dagen onder het vriespunt lag, waarvan drie nachten onder -10 graden. De langste koudegolf duurde in De Bilt maar liefst 21 dagen in 1947. In het Drentse Eelde duurde de koudegolf zelfs 34 dagen! Op 17 nachten werd het kouder dan -10 graden. Andere winters scoorden meerdere koudegolven. Zo telden de winters van 1940 en 1947 maar liefst drie koudegolven in De Bilt. De winter van 1963 had zelfs vier koudegolven! De winters van 1942 en 1985 noteerden er twee. Zulke winters zijn inmiddels niet meer mogelijk in ons flink opgewarmde klimaat. Toch bewijst 2012 dat een koudegolf nog steeds niet is uitgesloten.

Lang wachten
De kans op een koudegolf is in het ‘nieuwe klimaat’ fors afgenomen, met zo’n 50%. We moeten nu gemiddeld ruim 6 jaar wachten op een koudegolf. Dat zegt de statistiek, in werkelijkheid moeten we soms nog veel langer wachten. Tussen de Elfstedenkoudegolf van 1997 en de koudegolf van 2012 zat een periode van vijftien jaar, een record. Het oude record was een periode van negen jaar, tussen de koudegolf van 1908 en 1917.

De bijzondere winter van 2012
Even terug naar de winter van 2012. De luchtdrukverdeling vlak voor het begin van de koude periode zag er als volgt uit: een koud en krachtig hogedrukgebied van ongeveer 1050 hectoPascal boven Rusland en een lagedrukgebied met meer kernen bij IJsland. Op 29 januari om 1 uur trok het hogedrukgebied langzaam naar Finland met uitloper boven Noorwegen, de Noordzee en de Golf van Biscaje. De wind begon uit het noordoosten tot oosten te waaien en er kwam koude lucht binnen. Ja, de vorst begon in te vallen, en in de loop van de avond begon het in het oosten en noordoosten lichtjes te sneeuwen. Dit zou de basis vormen voor een echte koudegolf. In de nacht naar 29 januari vroor het op diverse weerstations al licht. De maximumtemperaturen op 29 januari kwamen uit op -0,9 graden te Nieuw Beerta en -0,1 graad te Eelde. In De Bilt werd het nog +0,8 graad. Maar daarna werd het overal geleidelijk kouder met uiteindelijk matige tot (zeer) strenge nachtelijke vorst en een behoorlijke reeks ijsdagen.

Windchill
De laatste dag van januari 2012 veroorzaakte de stevige wind, 3 tot 6 Beaufort, in combinatie met vorst gevoelstemperaturen tot rond -10 graden in het noordoosten, terwijl het er gemiddeld -4 graden was. De zon scheen wel volop. En op 1 februari, met opnieuw helder, vriezend weer zouden de gevoelstemperaturen nog lager uitpakken. Het bleef matig tot krachtig doorwaaien vanuit het noordoosten en tijdens de ochtendspits leverde dit gevoelstemperaturen rond -15 graden op. Ook 2 februari bleef het, zeker voor het gevoel, bitterkoud. De laagste gevoelstemperaturen zouden we echter op 7 februari noteren, vlak voor het einde van de koudegolf. 

Polar low
Op 3 februari kregen we met een heuse polar low te maken, een arctische storm. Daardoor ging het regionaal flink waaien en vooral sneeuwen. De sneeuwdiktes kwamen uiteindelijk tussen veelal 3 en 10 centimeter uit. In stroken over het land lag echter 10 cm of meer. De meeste sneeuw werd in de buurt van Lelystad gemeten, 17 centimeter. De sneeuw was extreem luchtig. Als je op de grond stampte, vloog de sneeuw als pluisjes omhoog. In Twente, de Achterhoek en Midden-Limburg kwamen sneeuwliefhebbers bedrogen uit, daar viel vrijwel niets. Terwijl het aan de kust even dooide, vroor het landinwaarts 4 tot 6 graden. Zelden valt sneeuw bij zulke lage temperaturen. Vroeger gebeurde dit wel eens in de échte winters. In opklaringsgebieden vroor het aan het einde van de middag hier en daar al streng. Zo noteerde Marknesse om 18 uur al -12,9 graden en rond middernacht vroor het al bijna 20 graden. Door de sneeuw kwamen spoorwegen en het wegverkeer voor een deel tot stilstand.

Koudste nacht sinds 1985!
Met helder weer, weinig wind en de verse sneeuwlaag ging de temperatuur in de avond en nacht naar 4 februari als een speer omlaag. Uiteindelijk werden recordwaarden in Flevoland aangetekend: in Lelystad werd het maar liefst -22,9 graden en in Marknesse, in de Noordoostpolder, -22,8 graden.

Ook in Berkhout, Noord-Holland, vroor het meer dan 20 graden: het werd hier -21,9 graden. Ook op andere plaatsen, vooral in het midden van het land, werd het kouder dan -20 graden. Verder ontstond er plaatselijk dichte tot soms zeer dichte mist boven de verse sneeuw in vooral het midden, westen en zuiden. Het zicht daalde tot circa 40 meter. Boven de rivieren was sprake van Arctische zeerook. Deze dampende rivieren werden veroorzaakt door de diepvrieskou die over het relatief warme water bewoog. Overdag was het zonnig en vroor het overal licht tot matig. Lelystad kwam niet hoger uit dan -9 graden. Flevoland en West-Friesland waren het koudst van Nederland, doordat het IJsselmeer was veranderd in een Poollandschap.

Koudegolf een feit, geen Elfstedentocht
Op zondag 5 februari zou de officiële koudegolf, in De Bilt, een feit worden. In De Bilt werd het in de nacht namelijk -15,2 graden, en dat was de benodigde derde strenge vorstnacht in een aaneengesloten reeks ijsdagen van minstens 5. De koudegolf zou uiteindelijk tot 8 februari duren. Een totaal van 10 ijsdagen. In Brabant, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen duurde de koudegolf nog wat langer, tot en met 12 februari. De Bilt kwam op 9 februari nipt boven nul uit, waardoor de officiële koudegolf bij het KNMI ten einde kwam.

Vooral op 7 februari was het snijdend koud. In Lelystad werd een extreem lage gevoelstemperatuur van -28,6 graden gemeten. Zulke waarden zijn het in ons land laatst ervaren op 14 januari 1987. De koudegolf was zo intens dat er serieus over een Elfstedentocht werd gesproken. Maar helaas. Het ijs was op een flink aantal plaatsen niet dik genoeg. Het zou nog circa vier nachten streng moeten vriezen. Dat gebeurde niet, op 13 februari trad de dooi in en een paar dagen later was het al bijna 10 graden. Zo zacht was het overigens ook vrijwel de hele eerste helft van de winter van 2012. Hierdoor was het water relatief warm in januari en duurde het langer voordat ijs kon ontstaan. Dit probleem zullen we in de toekomst steeds vaker meemaken, omdat het najaar tegenwoordig behoorlijk opwarmt en flinke november- en decemberkou nauwelijks meer voorkomt.

Ondanks de extreme kou verliep de winter in zijn geheel zacht met in De Bilt gemiddeld 4,1 graden tegen 3,4 graden normaal. De huidige winter is nog veel zachter met tot nu toe 4,7 graden. Sinds het begin van de historische waarnemingen in 1706 verliepen slechts 21 winters nog zachter dan 4,7 graden.