Eerste helft winter stelt niets voor

De eerste helft van de meteorologische winter (1 december t/m 14 januari) is afgelopen en stelde qua winterweer niets voor. Slechts zes winters verliepen tot nu toe nóg zachter.

De eerste helft van de meteorologische winter is afgelopen en heeft bar weinig winterweer gebracht. Met in De Bilt een gemiddelde wintertemperatuur van 6,1 graden tegen 3,5 graden normaal verliepen slechts zes winters over de eerste helft nog zachter. Daarvan zijn vier jaren afkomstig uit deze eeuw en vinden we alleen 1975 en 1989 uit de vorige eeuw. 

In geen van deze jaren eindigde de winter uiteindelijk kouder dan normaal, al deed 2012 een goede poging. Tussen 30 januari en 8 februari was sprake van een koudegolf en dook het kwik in de nachten, dankzij een sneeuwdek, met gemak onder -15 graden. Regionaal kwam het tot enkele zeer koude nachten met op 4 februari in Lelystad -22,9 graden. Zulke lage temperaturen komen niet vaak voor in ons land en worden door het opwarmende klimaat nog zeldzamer. Uiteindelijk kwam de wintertemperatuur op 4,1 graden uit, wat nog steeds zachter is dan gebruikelijk. 

Het Hellmann-koudegetal kwam uit op 88,4 terwijl we wat vorst betreft, pas bij 100 punten van een koude winter mogen spreken. Bij het koudegetal wordt gekeken naar alle dagen in de winter met een negatieve gemiddelde temperatuur. Deze temperaturen worden opgeteld met weglating van het minteken. Een dag met een gemiddelde temperatuur van -2 graden scoort dus 2 punten. De bekroning van minstens 100 Hellmanpunten bleef dus achterwege, maar de koudegolf bracht, met uitzondering van het oosten, wel een mooi sneeuwdek en op uitgebreide schaal kon worden geschaatst.

De slappe winter van 2019
Voor winterliefhebbers is het tot nu toe geen fijne winter, maar het kan altijd erger. Zo was de gemiddelde wintertemperatuur in 2016 over de eerste helft in De Bilt 8,3 graden, ruim twee graden warmer dan de huidige winter. Het had toen maar één nacht gevroren in De Bilt! Deze winter staat de teller op 9 nachten met lichte vorst tegen 18 normaal. Van matige vorst, waarbij de temperatuur onder -5 graden uitkomt, is tot nu toe geen sprake geweest. Normaal gebeurt dat 2 keer in Zeeland, 5 keer in Utrecht en 7 keer in Groningen. De koudste nacht was tot nu toe 28 december. De Bilt kwam op -3,1 graden uit en Gilze-Rijen op -4,1 graden. Aan de grond was het regionaal -7 graden.

Normaliter telt de eerste helft van de winter in het binnenland 1 of 2 nachten met strenge vorst, waarbij het kwik onder -10 graden zakt. In De Bilt is het al vijf winters op rij überhaupt niet meer tot strenge vorst gekomen. Vóór de opwarming van ons klimaat (eind jaren 80), was dit record drie jaar. Ook tot een zogenaamde ijsdag, waarbij het de hele dag blijft vriezen, is het nog niet gekomen. In een gebruikelijke winter staat de teller nu op 3 ijsdagen in Zeeland, 5 in Utrecht en 7 in Groningen. 

Normaal aantal zonuren en iets aan de natte kant
Gemiddeld over het land telt de meteorologische winter nu 69 zonuren tegen 74 normaal. Verder is landelijk circa 127 mm gevallen tegen 115 mm normaal. Daarmee is het iets aan de natte kant geweest. Toch zou het niet verkeerd zijn als de tweede helft van de winter flink natter wordt dan gebruikelijk. Het grondwater staat namelijk nog steeds zeer laag. Door de enorme sneeuwdump in de Alpen zal het water in de Rijn weer flink stijgen.

Koudegetal 0,0 punten
Het koudegetal staat nu op 0,0 punten. In de zeer zachte winter van 2014 bleef de teller op 0 staan en dat was uniek! Deze winter is dit zeer waarschijnlijk niet het geval. De temperaturen gaan namelijk vanaf donderdag gevoelig dalen. In de nachten vriest het op grote schaal en in het (noord)oosten kan de temperatuur dalen naar -5 of -6 graden. Overdag komen de temperaturen vooralsnog boven nul uit met 1 tot 4 graden.

De bovenlucht koelt donderdag al flink af en dat resulteert in winterse buien. Vooral later op de dag kan wat (smeltende) sneeuw vallen. Vrijdag en het weekend blijven overwegend droog. Na het weekend neemt de neerslagkans toe, daarbij is opnieuw sneeuw mogelijk.

Bron: Jordi Huirne, MeteoGroup, KNMI