Winter bijna halverwege: komt er nog wat?

De winter is bijna halverwege en van winterweer hebben we nog niet veel gezien. Komt er nog wat?

Op deze site volgen we al sinds september het pad naar de winter. Een winter die volgens de verwachting uit twee delen zou moeten bestaan: een zachte en natte eerste helft en een tweede helft waarin winterweer meer ruimte zou moeten krijgen. Nu we het halverwege punt van de winter naderen, gebeurt er meer en meer dat in de richting van die verwachte omslag naar kouder weer wijst. Alleen moeten we het op de weerkaarten nog wel terug gaan zien. 

In een Nederlandse winter is het simpel. Om het hier koud te krijgen, is één ding van het grootste belang: het buitenspel zetten van de Oceaan. In het Nederlandse klimaat waait gemiddeld een zuidwestelijke wind, een wind die in het winterhalfjaar relatief zachte, van vrij zuidelijke breedten afkomstige lucht onze kant op blaast. Het is die zuidwestelijke wind die verklaart waarom het op onze breedte in de winter zoveel warmer is dan in de op dezelfde breedte gelegen gebieden aan de andere kant van de Oceaan. Vaak scheelt het tussen 10 en 20 graden, of zelfs meer.

Azorenhoog en IJslandlaag
Die zuidwestelijke wind waait gemiddeld gesproken tussen een lagedrukgebied bij IJsland (door meteorologen liefkozend het IJslandlaag genoemd) en een hogedrukgebied bij de Azoren  (ook wel het Azorenhoog genoemd). Gemiddeld liggen beide systemen altijd op hun plek, maar in de grilligheid van alledag, komt daar natuurlijk best eens verandering in. Het doorbreken van een lange periode met zuidwestelijke winden kan op allerlei manieren worden bewerkstelligd.

Wintervarianten
Drukverdelingen in de winter, die de harten van winterliefhebbers sneller laten kloppen, zijn die van de vorming van sterke hogedrukgebieden in de buurt van IJsland en Groenland (die in onze omgeving tot noordelijke stromingen leiden met vuil winterweer, oftewel vaak sneeuw), of van de vorming van hogedrukgebieden boven Scandinavië. In dat geval waait de wind bij ons vanuit het oosten en kan koude lucht uit Rusland (of Scandinavië) onze omgeving bereiken. In dat geval krijgen we niet zelden een droge wintervariant, met veel zon, maar vaak ook behoorlijke lage temperaturen. Dat zijn de wintervarianten waarin je  aan schaatsen op grote schaal kunt gaan denken.

‘Vuil winterweer’
Een winter die veel van de eerste variant met ‘vuile’ noordstromingen had, was bij voorbeeld de winter van 2010. Toen sneeuwde het zo vaak dat het wegenzout opraakte en dat er van een fatsoenlijke schaatsperiode nauwelijks sprake kon zijn. Uitgesproken ‘Scandinavië’-winters waren bij voorbeeld die van 1986 en 1996. In 1986 kwam het tijdens zo’n droge winter met veel vorst, maar ook vaak uitermate zonnig weer, op de 26e februari nog tot een Elftstedentocht.

De ‘échte’ winters
De interessantste winters zijn misschien wel die, die een afwisseling van beide hiervoor beschreven types laat zien. Of waarin ze tegelijkertijd voorkomen, met dan een langgerekte zone met oostelijke of noordoostelijke winden over het noordelijk halfrond als gevolg. Voorbeelden hiervan 1963, of de winter van 1979, die ook door een erg zuidelijk gelegen straalstroom gedomineerd werd. In beide winters vroor het niet alleen hard, maar viel ook regelmatig sneeuw. Ook in 1997, de winter van de laatste Elfstedentocht, en in februari 1956 lag de straalstroom soms erg zuidelijk. Daarbij was de winter van 1997 sneeuwarm, maar kwam het in 1956 tot grootschalige sneeuwval.

Toen wisten we niks
Was een kenmerk van die ‘oude’ winters nog dat ze ons min of meer overkwamen, omdat we nog niet zoveel wisten van wat er voor nodig was om het gangbare patroon van zuidwestelijke winden voor langere tijd te doorbreken, tegenwoordig snappen we veel beter welke factoren het beeld van altijd kunnen verstoren en ook hoe ze dat doen. Mede daarom is het weer de laatste tijd zo interessant. We komen natuurlijk al uit een langdurige periode waarin het normale Nederlandse weer danig verstoord was (de hete en droge zomer van 2018) en nu zijn er steeds meer aanwijzingen dat er de tweede helft van de winter opnieuw zo’n opvallende verstoring zou kunnen komen. En als dat inderdaad ook zo blijkt te zien, dan hebben we die met zijn allen ook zien aankomen.

Van alles aan de hand
Er zijn inmiddels allerlei dingen anders dan normaal in deze periode van het jaar. Zo is er in de stratosfeer boven de Noordpool nu officieel een SSW bezig, een snelle opwarming van de lucht op grote hoogte, die ertoe leidt dat het windpatroon in de stratosfeer daar compleet omkeert. Het duurt even voordat we daar op onze hoogte wat van merken, maar dat er iets gaat gebeuren, lijkt slechts een kwestie  van tijd. Verder is in het zeegebied tussen Peru en Indonesië (langs de evenaar) een zwakke El Niño op gang gekomen, zitten we middenin een zonnevlekkenminimum en werken ook nog enkele andere factoren, die te lastig zijn om hier uit te leggen, mee. Grofweg wijzen ze allemaal op hetzelfde: namelijk het steeds groter worden van de kans op het opduiken van hogedrukgebieden boven het Poolgebied en in de buurt van IJsland en Groenland. De hogedrukgebieden dus die bij ons noordenwinden en sneeuw kunnen veroorzaken.

Nu de weerkaarten nog…
Er is alleen nog één probleem. De situaties die we verwachten, worden door de diverse weermodellen nog niet berekend. Althans, nog bijna niet. Want, ze komen op de weerkaarten voor de wat langere termijn al wel af en toe tevoorschijn, maar zijn bij een volgende run dan ook net zo makkelijk weer verdwenen. Sommige liefhebbers van winterweer worden daar inmiddels ook al knap onrustig van. Want het klokje tikt en het duurt nog maar even of de helft van de winter zit er alweer op. Toch is geduld in deze een schone zaak. De aanwijzingen dat er uiteindelijk toch echt iets gaat gebeuren, stapelen zich op. En het komt er vast van, al is nog wel wat tijd nodig.

Er zíjn kansen…
En beter dit dan wat we normaal hebben, een winter gedomineerd door een westcirculatie die zo sterk is dat iedere uitbraak van koude lucht bij voorbaat kansloos is. Daar is dit jaar toch echt geen sprake van. Ook al laten de cijfers ons tot nu toe natuurlijk anders zien. We moeten daarbij niet vergeten dat er ook heel veel mensen zijn die helemaal niet op winterweer zitten te wachten.

Bron: MeteoGroup.