Winterverwachting: herhaling van 2018?

Het is tijd voor de eerste versie van onze winterverwachting. Wordt de winter van 2018/2019 netzo bijzonder als de aanloop ernaartoe?

Nu de nachten langer worden en de temperaturen eindelijk wat omlaag lijken te gaan, wordt de spanning onder liefhebbers van winterweer langzaam groter. Wat gaat de winter van 2018/2019, na al het bijzondere weer dat het jaar 2018 al heeft opgeleverd, ons allemaal brengen? Het is tijd voor de eerste versie van de winterverwachting voor het komende seizoen.

Seizoensverwachtingen zijn leuk en leerzaam om te maken, maar ze kloppen natuurlijk niet altijd. ‘Jullie weten niet eens hoe het weer morgen wordt, laat staan over een paar maanden’, is in dit verband een veelgehoorde uitspraak. In zekere zin zit daar wel iets in, al is het natuurlijk ook zo dat de manier waarop je naar een seizoen kijkt (heel oppervlakkig en in de vorm van mogelijke trends) niet echt te vergelijken is met een gewone weersverwachting, die veel gedetailleerder is.

Kwaliteit verbetert
Vooral voor de winter en in iets minder mate ook de zomer verbetert de kwaliteit van de seizoenverwachtingen wel. Anders dan in de tussenseizoenen lente en herfst, bereikt de drukverdeling in de winter en in de zomer vaak een soort van evenwichtstoestand die langere tijd kan aanhouden. Vooral de afgelopen zomer was dat natuurlijk overduidelijk. Als je vantevoren al een beetje inzicht hebt in de factoren die in de totstandkoming van zo’n evenwicht de hoofdrol spelen, dan kun je al ruim op tijd een heel generale uitspraak over zo’n seizoen doen. Voor de afgelopen zomer (warm, droog met een grote kans op hittegolven) en de laatste winter in Nederland (eerst wisselvallig en zacht, laat in de winter tenderend naar koud en droger) is dat prima gelukt.

Opvallende aanloop
De aanloop naar de komende winter is tot nu toe natuurlijk heel opvallend geweest. Vanaf april al zijn hogedrukgebieden heer en meester in het Nederlandse weer. Ze ontstaan steeds in de buurt van de Azoren en trekken dan via de Britse eilanden en onze omgeving naar Midden- of Noordoost-Europa. De gevolgen ervan kennen we: het jaar 2018 is vol van herinneringen aan blauwe luchten, hoge temperaturen en een droge natuur. Onweer was er nauwelijks en het neerslagtekort eindigde dichtbij dat van het jaar 1976, dat nog altijd als recordhouder voor wat droogte betreft in de boeken staat. Slechts in augustus en de eerste twee weken van september viel er ook regelmatig regen.

Verandering lijkt onvermijdelijk
Inmiddels zitten we in de herfst, het tweede van de tussenseizoenen. Hoewel de atmosfeer langzaam verbouwd wordt (de Noordpool koelt af, de tropen blijven warm en door de toenemende temperatuurverschillen tussen beide wordt de straalstroom sterker) is in het overheersende weerpatroon nog steeds niet veel veranderd. Toch gaan die verandering er later wel komen, verwachten de experts van World Climate Service, het instituut waarmee MeteoGroup bij het opstellen van lange termijn- en seizoensverwachtingen samenwerkt. Hete droge zomers, zo blijkt uit het verleden, worden vaak gevolgd door zachte en natte winters. En er zijn andere voortekenen voor een omslag naar stormachtig, zacht en nat weer, zeker in de eerste helft van de komende winter.

Positieve NAO-fase
Zo wordt een langdurige positieve fase van de AO-index verwacht, in de maanden november tot en met februari. Vooral vanwege de langdurig positieve NAO-fase eerder dit jaar in de maanden april tot en met augustus. Vergelijkbare gevallen in het verleden, kregen bijna altijd een vervolg in de maanden november tot en met februari. Verder past de temperatuurverdeling van het zeewater in ons deel van de Atlantische oceaan bij dat wat bij een positieve NAO-index hoort. En werkt de QBO (een straalstroom in de stratosfeer boven de evenaar) mee, zeker als die in december van zijn huidige oostelijke naar zijn toekomstige westelijke fase zou overspringen (wat nog geen uitgemaakte zaak is). Ook daar hoort gedurende de winter een positieve NAO-fase bij. Met lagedruk bij IJsland, hogedruk bij de Azoren en de bij ons te verwachten westcirculatie met wisselvallig en zacht weer daarvan als het verwachte gevolg. Precies zoals in de voorgaande winter dus.

Helemaal geen winter?
Zit er dan helemaal geen addertje onder het gras? Ja, dat wel. Want de zonnevlekkencyclus is hard op weg naar zijn minimum. En gedurende zonnevlekkenminima komt het niet zelden tot langere perioden met een geblokkeerde drukverdeling, oostelijke winden en kouder weer. De grote vraag is hierbij echter of we al ver genoeg in het minimum zitten om dat deze winter al te laten gebeuren? Het idee is van niet. Pas volgend jaar zou deze invloed merkbaar moeten worden. Daar staat tegenover dat we waarschijnlijk een heel diep minimum ingaan. En dat de zon nu al langere tijd zo inactief is, dat je vergeleken met andere veel minder diepe minima toch al van een behoorlijk minimum aan activiteit kunt spreken. Of de atmosfeer dat ook zo ziet, moet later blijken.

Wisselvallig en zacht dus, daar lijkt het de eerste helft van de komende winter wel op uit te draaien. Met misschien ook dan wel bijzonder weer, in de vorm van stormen en hoge waterstanden in de rivieren. Met de recordlage waterstand van dit moment kun je je hier nog niks bij voorstellen.

Koude tweede winterhelft?
Is het verhaal hiermee dan verteld? Nee. Waarschijnlijk niet. Er zijn nog meer factoren actief, zoals de ‘quadrupool’ aan watertemperaturen die we dit hele jaar al op de Atlantische oceaan hebben. Ga je van noord naar zuid op de Oceaan dan vind je een afwisseling van gebieden waar het zeewater kouder en warmer dan normaal is, met 4 omslagen. Dit patroon lijkt de afgelopen maanden zeer bepalend te zijn geweest voor het hogedrukregime dat bij ons nog steeds heerst. In de afgelopen winter nam dit regime het over van het wisselvallige westcirculatieweer, toen de straalstroom halverwege januari zo’n beetje uitgeraasd was. Dat kan de komende winter weer gebeuren.

Modoki El Niño
Een andere aanwijzing voor een herhaling van het laat-winterse patroon dat we eerder dit jaar hebben gezien, is de lichte El Niño die voor de komende wintermaanden wordt verwacht. Het zou er één met een ‘Modoki’-karakter moeten worden, waarbij de watertemperaturen vooral in het centrale deel van het gebied waar El Niño voorkomt (op de Grote Oceaan, onder de evenaar en dan in het gebied tussen Peru en Indonesië), hoger dan normaal worden. Aan de oostkant van deze zone in het gebied bij Peru zou het zeewater dan juist kouder dan normaal moeten zijn. Hierbij hoort een sterke tendens naar de vorming van hogedruk boven Noord-Europa, met name in de februarimaand. Ook de afgelopen winter was de februarimaand een echte wintermaand.

Wat denken de anderen?
Ook het Amerikaanse CFS en het ECMWF kijken vooruit naar de komende maanden en doen dat op hun geheel eigen manier. Het CFS ondersteunt de visie van een zachte en wisselvallige winter, en dan voor de gehele periode. Terwijl het ECMWF juist voor een winter met veel hogedruk in het noorden en bij ons lagere dan normale temperaturen gaat. De seizoensmodellen van andere instituten verdelen zich een beetje tussen beide kampen. Er is dus nog steeds de nodige onzekerheid.

We houden het er voorlopig dan ook maar op – de oktobergegevens moeten nog binnenkomen – dat de komende winter er weleens zoals die van het afgelopen jaar zou kunnen uitzien. Met een sterk wisselvallige, bij tijdens onrustige en zachte eerste helft en daarna in de twee helft een atmosfeer die geleidelijk rustiger wordt en afkoelt, uitlopend in een februarimaand die winters zou kunnen zijn.

Bron: MeteoGroup