Hogedrukgebieden al sinds april leidend

We hebben met een fors neerslagtekort het zomerhalfjaar verlaten. Het ziet er voorlopig ook nog niet naar uit dat we regen van betekenis krijgen.

De atmosfeer komt dit jaar steeds weer terug in min of meer dezelfde constellatie. Dat wil zeggen, we hebben tot nu toe vrij weinig echt grootschalige luchtdrukveranderingen beleefd. Steeds weer spreken we in de weerkamer over een hogedrukzone, ergens bij ons in de buurt. Dan weer ten noorden van ons, dan weer dwars over ons heen en momenteel ver ten oosten van ons. De hogedrukkern zelf bevindt zich deze vrijdag helemaal boven Wit-Rusland, maar daardoor waait er bij ons wel een warme zuidelijke wind. Vooralsnog ziet het ernaar uit dat we ook de komende paar weken weinig echte veranderingen gaan zien in de grootschalige luchtdrukverdeling. Linksom of rechtsom, hogedruk zal meestal de boventoon voeren.

Westflank Europa ziet al wel fronten passeren
Het is al vanaf april dat de luchtdrukpatronen min of meer dezelfde patronen laten zien. Afbeelding 2 toont een viertal willekeurige weerkaarten die deze stelling ondersteunen. Een aanzienlijk deel van de zomer is er in het overgrote deel van Europa sprake geweest van hogedrukwerking. Op veel plekken is er dan ook een neerslagtekort ontstaan. Kijken we dichtbij ons land dan zijn het met name Duitsland en Frankrijk waar de hitte en droogte tot een grote omvang kwamen. De verzengende zomer bracht ook aan de overzijde van de Noordzee, op de Britse eilanden, problemen. Die lijken inmiddels wat getemperd. Want hoewel Nederland nog maar weinig buien over zich heen heeft gekregen, bevinden vooral Ierland en Schotland zich de laatste tijd wel geregeld onder slepende fronten. Regenstoringen komen dus wel naderbij, maar schampen vooralsnog de westzijde van Europa.

Niet alleen Ierland en Schotland, ook Noorwegen ligt in de baan van oceaanstoringen en ziet geregeld regen (en sneeuw) passeren. In Italië en Griekenland zijn al vele buien gepasseerd. Die neerslag heeft niet veel met grootschalige patronen van doen, maar wordt opgewekt door het warme water van de Middellandse Zee.

Straalstroom nog uit de buurt
De vraag is wanneer de grootschalige patronen bij ons een verandering gaan inzetten. De Noordzee is warm genoeg om ons herfstbuien te brengen. Maar dan moet de luchtopbouw wel onstabiel zijn en moeten we niet onder een hogedrukzone liggen. Een tweede manier om tot neerslag te komen is door de passage van fronten. Die fronten komen nagenoeg altijd vanaf de oceaan en kunnen het natst uitpakken als de straalstroom in west-oost positie boven ons deel van Europa aanwezig is.

Maar die straalstroom lijkt nog niet echt goed op stoom te komen. De poolgebieden zijn nog niet koud genoeg, ook al heeft de poolnacht inmiddels aangevangen. Bovendien ligt de straalstroom niet west-oost boven Scandinavië, maar geregeld juist zuid-noord over de Britse eilanden over vervolgens via Lapland oostwaarts af te buigen. Die vorm houdt een serieuze oostwaartse verplaatsing van fronten tegen. Afbeelding 3 toont de berekende luchtdrukkaart van het Europese rekenmodel voor zaterdag 13 oktober. En ook daarop zien we bij ons nog hogedrukwerking.

Welke parameters gaan de winterverwachting in?
In de huidige weerdynamiek lijkt de komende weken dus nog weinig te veranderen. Ondertussen wordt er al gewerkt aan de seizoensverwachting voor komende winter. Deze prognoses worden steeds betrouwbaarder, al zijn ze al een tweetal decennia ‘experimenteel’. Voor het opstellen ervan wordt een bijna onuitputtelijke hoeveelheid informatie ingezet. Zeewatertemperaturen, de omvang van het poolijs, het al dan niet optreden van een El Niño, de zonnevlekkencyclus, het orkaanseizoen, de ozonlaag, etc etc.

Vervolgens zijn er eigenlijk twee manieren waarmee de uiteindelijke verwachting tot stand komt. Er wordt gewerkt op statistische en dynamische grondslagen. De eerste gaat over het cijfermatig vergelijken van allerlei optredende omstandigheden. Je kunt bijvoorbeeld kijken naar het optreden van een La Niña en de cijfers op een rij zetten wat er in die periode weertechnisch gebeurde in West-Europa. Of, je vergelijkt de activiteit van het Atlantische orkaanseizoen met de Europese luchtdrukverdeling in de navolgende decembermaand. Daar kan een bepaalde consistentie uit naar voren komen. Als je dat van heel veel omstandigheden doet, zijn daar een soort van conclusies uit te trekken.

De dynamische grondslagen gaan veel meer over oorzaken en direct te koppelen gevolgen. Denk aan bovenmatig warm zeewater dat bij een aanlandige wind de temperaturen hoger zal houden dan normaal. Of dat afkoeling boven land gemakkelijk tot een hogedrukgebied kan leiden. Ook op grotere schaal zijn er al vrij veel natuurkundige koppelingen duidelijk geworden in de afgelopen jaren. Zo kijkt men bij de World Climate Service uitgebreid naar de zeewatertemperaturen. Afbeelding 4 toont de afwijkingen van dit moment. De warme en koude plekken op de noordelijke Atlantische Oceaan geven indicaties van waar hoge- en lagedrukgebieden bij voorkeur komen te liggen.

Later dit herfstseizoen volgen we met enkele details over de verwachtingen voor de naderende wintermaanden. Daar wordt nu nog hard aan gewerkt.

Bronnen: MeteoGroup, Wetterzentrale, ClimateReanalyzer.