Droogte vaak niet alleen een gevolg van watergebrek

Vaak spelen ook andere factoren een rol. Zoals lekkende waterleidingen, een tekort aan productiecapaciteit en de ligging aan zee.

Het gebrek aan regen van dit moment in Nederland (en ook in de ons omringende landen tot in Ierland aan toe) komt steeds prominenter in het nieuws. Niet alleen wordt de natuur steeds droger (zie onze verhalen van voorgaande dagen), ook wordt al gevraagd verstandig om te gaan met water uit de kraan. Deze oproep had de afgelopen dagen meteen groot effect.

In een land als Nederland is het eigenlijk best bijzonder dat een, vergeleken met landen in bij voorbeeld Zuid-Europa, relatief korte droogte meteen gevolgen heeft voor ons watergebruik. Goed beschouwd is Nederland een land dat bijna overloopt van zoetwater. Met het IJsselmeer hebben we niet alleen één van de grootste binnenmeren van Noordwest-Europa, de grote rivieren doen niets anders dan nieuw zoetwater aanvoeren. De ene keer natuurlijk wat meer dan de andere keer, maar het is een feit. En toch ontstaan na een paar maanden droogte gemakkelijk problemen.

Laagland
Hoe kan dat dan? Bij ons speelt de ligging aan zee een voorname rol. Ongeveer een derde van ons laagland ligt beneden zeeniveau. En dat zijn dan ook nog eens de delen waar de meeste mensen wonen. Waterbeheer in Nederland betekent dan ook dat we vooral bezig zijn om water weg te pompen. Doen we dat niet, dan zouden die lage stukken immers onderlopen.

Een gevolg van het pompen is dat de delen van het land die wel boven zeeniveau liggen een lagere grondwaterstand hebben dan ze zouden hebben gehad als er niet gepompt werd. Die delen worden daarmee meteen een stuk gevoeliger voor een periode zonder regen. Die verschillen zijn op dit moment goed te zien. Daar waar het gras in polder- en kleigebieden (klei houdt door zijn ondoordringbaarheid relatief gemakkelijk water vast) nog groen is, zie je bij het oplopen van de hoogte de natuur in Nederland steeds droger worden. De hogere zandgebieden van bij voorbeeld de Veluwe spannen daarbij de kroon. Daar doet het beeld nu al heel erg aan de van de zomer van 1976 denken, tot nu nog steeds het droogste jaar in het tijdperk van de moderne metingen.

Poelen en wild
Nu is de Veluwe een zeer uitgestrekt natuurgebied met bossen en heidevelden. De herten, reeën, zwijnen, hooglanders en andere dieren die er lopen zijn voor hun drinkwatervoorziening erg afhankelijk van de waterpoelen in het gebied, die door de droogte op steeds grotere schaal droogvallen. Om die dieren te helpen, worden diverse poelen inmiddels met enige regelmaat door de natuurbeheerders volgespoten. En dat de dieren dorst hebben, blijkt meteen. Vaak rennen de herten en zwijnen eropaf, om snel te kunnen drinken. Voor de waterbrengers een bijzonder gezicht.

Onze kraan
En dan onze kraan. In een land als Nederland, met zoetwater ook in perioden van droogte voor het grijpen, zou je denken dat kraanwater nooit een probleem moet zijn. In feite is dat natuurlijk ook zo, puur als je naar de voorraad kijkt. Maar het water moet voor gebruik ook gezuiverd en getransporteerd worden. Daar komt meer bij kijken. Hoe groter het watergebruik is, hoe groter wat dit betreft de uitdaging. Nederland is geen groot land, maar met zijn bijna 18 miljoen inwoners wél één van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Daar is bijna niet tegenop te produceren.

Omringende landen
Dit zijn de problemen die we ook vaak in de ons omringende landen tegenkomen. Zoals in het zuidoosten van Engeland.  Daar wonen 55 miljoen van de 65 miljoen Britten. Maar in tijden van droogte gaat het water er wel snel op rantsoen. Dat heeft te maken met het feit dat de watervoorraden er veel verder naar het noorden liggen, vooral in Schotland, en dus over lange afstanden getransporteerd moeten worden. Verder is er al lange tijd niet significant geïnvesteerd in het waterleidingnetwerk. Er zijn schattingen dat op sommige plaatsen in het zuidoosten ongeveer 60 procent van het drinkwater weglekt, door gebrekkige waterleidingbuizen. Dat telt snel op.

Middellandse Zee
In landen rond de Middellandse Zee hebben ze meer ervaring met het doorkomen van droge perioden. In de zomermaanden valt daar hoe dan ook nauwelijks regen. Dat de natuur daarbij bruin wordt, nemen ze er voor lief. Al worden voorzieningen voor toeristen (zoals golfbanen) er vaak intens besproeid. Bij het aan de praat houden van de kraan, spelen de stuwmeren een belangrijke rol. Dat zijn de grote bronnen van drinkwater. Zolang die waterbekkens in de winter maar netjes vol regenen, is er daar in de zomer eigenlijk geen probleem. Pas als dat niet lukt, worden de uitdagingen groter.

In een land als Spanje heeft het zuidoosten bijna altijd een gebrek aan water. Om de mensen daar toch van drinkwater te voorzien, wordt via kanalen water vanuit het waterrijkere noorden naar de droge regio’s gepompt. Het is een maatregel die erg omstreden is, zeker in jaren dat ook de noordelijkere gebieden met watergebrek te kampen hebben. Maar ook dan gaat het door.

Bij ons beheersbaar
Zo bezien is de situatie in Nederland eigenlijk prima te beheersen. Al kan het zo zijn dat we door klimaatverandering in de toekomst ook meer en meer zullen moeten nadenken over hoe we water vast kunnen houden, voor het geval het een tijdje niet regent. In plaats van alles weg te pompen.

Bron: MeteoGroup.