Hoe komt het dat er geen onweersbuien ontstaan?

Wie buiten goed oplet, kan ook zonder weerbericht al redelijk inschatten of buien zich al dan niet kunnen ontwikkelen.

De meeste mensen zullen een stereotype Nederlandse zomerperiode beschrijven als vochtig, klam en met de bekende lokale onweersbui aan het einde van de middag. Je voelt overdag als het ware dat er buien gaan ontstaan. De warmte nu is echter anders dan in het gros van de warme zomermaanden. Niet alleen is het buiten allesbehalve klef, ook zijn buien de grote afwezigen. Beide elementen hangen met elkaar samen; droge lucht en de afwezigheid van buien.

De veroorzaker van het huidige droge weertype is een hogedrukgebied dat zich ten noordwesten/noorden van ons bevindt. De wind heeft daardoor een sterke noordelijke component en houdt de aangevoerde lucht helder, grotendeels wolkenloos en geheel droog. Meestal hebben we in warme zomerperioden in ons land met een zuidelijke wind te maken. Je zou denken dat het juist een dergelijke aflandige wind (vanaf Frankrijk) droge lucht naar ons voert. Immers, die bries heeft lange tijd vanaf het land gewaaid. Maar dat is niet het geval. Bij een zuidelijke wind krijg je allerlei bijmenging van restbuien uit Frankrijk, een luchtaanvoer die ook tijdens de nachten warm blijft én die zuidelijke wind brengt meestal onstabielere lucht met zich mee.

Wind uit zuiden is gunstiger voor ontstaan onweersbuien
De warme tot hete zuidelijke winden zijn dan ook veel vaker veroorzaker van buien. Er bevindt zich dan meestal een lagedrukgebied ergens boven of in de omgeving van de Britse eilanden, met aan de oostzijde daarvan die zuidelijke wind. Een voorbeeld zien we in afbeelding 2. Dit is de weerkaart van 22 juli 2006, toen we middenin een hittegolf zaten. Het lagedrukgebied zien we ten westen van Ierland, terwijl boven het continent nauwelijks wind waait, maar er wel een lagedrukgebied (T, van Tief) in het zuidwesten van Frankrijk opbouwt. Dit zal een thermisch lagedrukgebied zijn, dat overdag ontstaat en onweersbuien veroorzaakt. 

Droog op alle hoogten
De dieprode kleur geeft aan dat de hele Benelux die 22e juli voluit in zomerhitte vertoefde. Zomerhitte met een relatief hoge luchtvochtigheid. De luchtopbouw is in dergelijke situaties onstabiel, wat betekent dat er veel menging van luchtlagen plaatsvindt, dus ook van hogere en mogelijk vochtigere luchtlagen. Bovendien zorgen eventueel binnenschuivende onweersbuien, of restanten daarvan, voor extra aanvoer van vocht. Momenteel is de situatie juist uitermate stabiel. Op ongeveer 1,5 kilometer hoogte bevindt zich een inversie. Boven die inversie is de lucht al dagen aan daalbewegingen onderhevig. Door die daalbeweging is de lucht boven 1,5 kilometer hoogte zeer uitgedroogd. Let maar op, er is momenteel geen enkele vliegtuigstreep te ontwaren. Aangezien de noordoostelijke wind onder de 1,5 kilometer hoogte ook droge lucht aanvoert (de zeewateren staan pas vanaf de late zomer te dampen), is de hele luchtkolom droog. Er ontstaan dus niet eens wolken. Er is zeker wel thermiek, maar dat blijft allemaal droge thermiek, dus geen stijgende luchtbewegingen waarbij op enig moment de lucht verzadigd raakt.  

 

Onweersbuien woensdag wél dichtbij
Voor wat betreft de grootschalige weersystemen verandert er de komende tien dagen nauwelijks iets. Even trekt het huidige hogedrukgebied zich iets terug, waarna een volgend hogedrukgebied vanaf de Azoren weer onze kant op komt. In die tussenfase ontwikkelen zich vandaag, morgen en woensdag enkele regen- en onweersbuien boven Frankrijk. Een paar schuiven door naar België en vervolgens is er een zeer kleine kans dat woensdagavond een paar spatten worden gevoeld in Zuid-Limburg. Dat is voorlopig al wat uit de lucht valt…

Bronnen: MeteoGroup, Wetterzentrale.