Zomer tot nu toe volgens seizoensverwachting

Over hoe oceaantemperaturen, zonnevlekken en statistische verbanden leiden tot prognoses voor meerdere maanden.

MeteoGroup maakt voor een aantal energiebedrijven langetermijnverwachtingen. Die gaan over de serieuze perioden ver weg en bestrijken  meerdere maanden. Een belangrijke is altijd de winterverwachting. De winterverwachting heeft over het algemeen een hogere betrouwbaarheid dan de zomerverwachting, want in de zomer kunnen allerlei lokale ontwikkelingen (lagedrukgebiedjes door sterke thermiek) de grootschalige balansen gemakkelijk omgooien. De zomerverwachting zoals die in mei is uitgegeven, zit echter behoorlijk op lijn met hetgeen we deze juni hebben gezien én wat de prognoses voor de komende twee weken tonen. We lichten een tipje van de sluier op over het opstellen van deze langetermijnverwachting.

Er worden door MeteoGroup en samenwerkende partner WCS, in de Verenigde Staten, al ruim vijftien jaar verwachtingen voor deze lange termijn gemaakt. Eerst waren dat vrij experimentele vooruitzichten, maar de professionaliteit en de betrouwbaarheid ervan nemen almaar verder toe. Er worden steeds meer verbanden gevonden tussen atmosferische en oceanografische gebeurtenissen en gevolgen daarvan over de hele wereld. Zo komt er geleidelijk steeds meer inzicht in de relaties tussen een optredende El Niño en de luchtdrukontwikkelingen op onze breedtegraad. De verwachtingen worden dan ook steeds beter. Al geldt voor deze ultratermijn natuurlijk wel dat het altijd zal gaan om tendensen, grootschalige processen en algehele ontwikkelingen. Vooruitzien per dag of zelfs per week is nog ten ene male onmogelijk.

Straalstroom minder sterk
Nagenoeg alle modelsimulaties lieten al in mei doorschemeren dat een persistent hogedrukgebied nabij Nederland een grote kans maakte. Een dergelijk hogedrukgebied zou ergens in een strook van Ierland, over de Noordzee totaan de Baltische staten moeten komen te liggen. Deze hogedrukzone kan door zijn strategische ligging storingen vanaf de Oceaan tegenhouden.

Een van de oorzaken van het optreden van die hogedrukzone is het grotendeels ontbreken van zonnevlekken. De zon is in een rustige fase terechtgekomen en dat heeft effect op de straalstroom. Via een ingewikkeld systeem van oorzaak-gevolg, zorgt een weinig actieve zon voor een verzwakking van de straalstroom. Dit zagen we ook tegen het einde van afgelopen winter, toen ineens een hogedrukgebied voor instroom van kou zorgde. Het nog steeds ontbreken van zonnevlekken leidt in de zomer ook tot een minder straffe straalstroom. Daardoor kunnen er gemakkelijker hogedrukgebieden tot ontwikkeling komen.

Oceaantemperaturen
Voor wat betreft oceaantemperaturen en zich ontwikkelende atmosferische patronen, wordt vooral naar statistische verbanden gezocht. Heel veel informatie wordt middels observaties en modelsimulaties bijgehouden en inventieve computersystemen en -programmeurs gaan vervolgens aan het werk om correlaties te vinden. Hierin spelen eventuele El Niño’s, La Niña’s en grootschalige veranderingen in de oppervlatetemperaturen van de oceaan een grote rol. Vaak wordt gekeken naar afwijkingen ten opzichte van ‘normaal’ en daarmee wordt gerekend. Er komt een scala aan parameters uit tevoorschijn, variërend van NAO, tot ENSO, tot AMO. Deze parameters geven niet een 100% eenduidig beeld en spreken elkaar ook af en toe tegen. Dat is inherent aan de complexiteit van alle verbanden.

We gaan er een paar uitlichten. Als eerste het verband tussen temperaturen van de noordelijke Atlantische Oceaan en het al dan niet opbouwen van een hogedrukgebied nabij onze contreien. In afbeelding 1 zien we de uitkomst van een vergelijkingsstudie. Er is gekeken naar jaren waarin de zeewatertemperaturen van januari tot en met mei de grootste gelijkenis tonen met hoe die zeewatertemperaturen zich dit jaar hebben gemanifesteerd. Vervolgens is uitgezocht wat de julitemperaturen boven land waren. De uitkomst wordt in de kaart getoond: in een aanzienlijke strook blijken dat julimaanden te zijn geweest met temperaturen 1 of 2 graden boven normaal. In een strook van Schotland, Noord-Engeland via de noordelijke Noordzee tot over Noorwegen en Noord-Zweden zijn de middagtemperaturen in die gevallen 2 of  3 graden boven normaal.

Afbeelding 2 toont een volgende relatie. Het is het verband tussen de oceaantemperaturen in mei en opgetreden bovennormale temperaturen op land in augustus. In onze contreien hebben vergelijkbare situaties in 75 tot 85 procent van de jaren een warme augustus gebracht. Afbeelding 3 gaat in op de momenteel positieve NAO-fase en wat vergelijkbare julimaanden daardoor aan luchtdruk hebben gehad. Op de kaart de afwijkingen van het gemiddelde en die is positief in een strook van Ierland totin de Baltische Staten. Een luchtdrukverdeling die we wel kennen; momenteel is dit luchtdrukpatroon namelijk min of meer aan de orde. De laatste kaart, afbeelding 4, laat nog een verband zien met oceaantemperaturen en neerslagpatronen in augustus. Voor Nederland komen dergelijke oceaanwaarden meestal overeen met droger dan normale augustusmaanden.

Onzekerheden
We hebben een aantal parameters doorgenomen. Waarbij de huidige ontwikkelingen heel erg conform de zomerverwachting verlopen. Echter, er zijn altijd ook diverse onzekerheden en tegenstrijdigheden. Zo staat ook in de zomerverwachting dat er een kans is dat in de loop van de zomer een trog vlak ten westen van ons tot ontwikkeling komt. Een dergelijke trog (uitloper van een lagedrukgebied) hebben we vaker in de zomermaanden meegemaakt. Warme lucht kan dan gemakkelijk via een zuidelijke wind binnenschuiven, maar tegelijkertijd ligt koelere Noordzeelucht op de loer met diverse buien. Als de trog iets oostelijker komt te liggen, vertoeven we juist onder het slechtweergebied. Ook geen zeldzaamheid in onze augustusmaanden. Het blijft dus zaak om telkens te blijven bijschaven aan dergelijke prognoses.

Nederland tot begin volgende week
De komende 7 dagen zijn in ieder geval conform de langetermijnverwachting. Neerslag wordt niet verwacht en de temperaturen zijn hoogzomers. De droogte verscherpt verder. Pas vanaf dinsdag 3 juli is een eerste bescheiden buiensignaal te ontwaren, zie afbeelding 5.

Bronnen: MeteoGroup, WCS, Simon Cardy.