Even afkoelen

Na een lange periode met (erg) hoge maximumtemperaturen wordt het volgende week een stukje minder warm.

De atmosfeer was de afgelopen weken, zelfs maanden, geblokkeerd en dit resulteerde in ons land in een lange periode met stralend en warm weer. Hogedrukgebieden kozen standvastig voor een plekje boven Scandinavië en de lagedrukgebieden kozen steeds een vrij zuidelijk pad, waardoor in de landen rondom de Middellandse Zee wisselvallig en relatief koel was en nog steeds is. Er viel bui na (onweers)bui en het kwik kwam in bijvoorbeeld Spanje vaak amper boven 25 graden uit. In de loop van volgende week zakt ook bij ons de temperatuur wat terug, tot soms onder 20 graden.

Er zijn de afgelopen maanden flink wat records gesneuveld voor wat betreft de temperatuur. Vele dagrecords, maar ook decade- en maandrecords. Zo was de afgelopen meimaand de warmste ooit, sinds het begin van de metingen in 1901. Ook de junimaand begon zomers tot regionaal tropisch, maar nu lijkt er geleidelijk verandering in de weerkaarten te komen. Tijd om een beetje af te koelen.

Straalstroom terug op de kaart
Koelere lucht vanuit de poolstreek verovert op die termijn Scandinavië, waarna er ook daar een (voorlopig) einde komt aan een lange zomerse periode, en de straalstroom weer terug op de kaarten komt. Deze laatste was de laatste tijd regelmatig ‘afwezig’ door het minimale temperatuurverschil tussen het noorden en het zuiden van Europa. De straalstroom of jet is een hele harde wind op circa 10 kilometer hoogte in de atmosfeer, die de begrenzing van die koelere lucht in meestal het noorden en de warmere lucht in het zuiden weergeeft. In die denkbeeldige kolkende rivier van wind worden vanaf de Atlantische Oceaan allerlei lagedrukgebieden en bijbehorende storingen meegevoerd, wat bij ons vaak resulteert in het wat grillige oer-Hollandse weertype.

Omslag
Met de ‘afwezigheid’ van de straalstroom beleefde de noordelijke helft van Europa de laatste maanden een lange voorzomerse periode, met veel zon en dus hoge temperaturen. De buien vielen vooral ten zuiden van ons, al kregen ook wij daar af en toe een veeg van mee. Datzelfde zien we ook de komende dagen nu en dan gebeuren, met geregeld zonneschijn, maar vooral in het zuidoosten en zuiden ook enkele regen- of onweersbuien. Vooral later op maandag lijkt een actieve buienlijn onze zuidelijke provincies te bereiken en deze trekt vervolgens al snel weer naar het zuidoosten weg.

Westelijke wind
Vanaf dat moment krijgt een lagedrukgebied vanuit het noordwesten meer invloed, waarna de wind in de loop van volgende week bij ons naar het westen, later zuidwesten draait. Minder warme lucht vanaf de Atlantische Oceaan stroomt dan onze omgeving in, waarna het kwik een stuk minder hoog uitkomt. Tot en met maandag kan het daar vooruit vooral landinwaarts met een noordoostelijke wind nog wel tot een zomerse 25 graden komen, maar vanaf dinsdag waait de wind vanaf zee en halen we soms de twintig graden niet eens. Voor wat betreft de wisselvalligheid lijkt het vooralsnog mee te vallen. Naast de dagelijkse perioden met zon zijn er soms ook buien(lijnen).

Vandaag stevige buien
Ook momenteel – donderdagochtend – vallen vooral in het zuiden en midden van het land buien, het noorden houdt het grotendeels droog. Plaatselijk regent het stevig door en komt al onweer voor. Een bui die rond 9 uur vanochtend boven Duitsland is ontstaan, trok vervolgens de Achterhoek in, met ook daar al onweer. Vooral later vanmiddag en vanavond kunnen de buien, dan nog eens extra door de ‘zomerse’ warmte gevoed, regionaal ook fors uitpakken, met onweer, hagel en veel neerslag.

Keert warmte terug?
Als we de weerkaarten op de langere termijn bekijken, lijkt er een tweedeling te ontstaan. Alle weermodellen laten het in de loop van volgende week flink afkoelen, al blijft het Amerikaanse GFS relatief hoog uitkomen, met nog steeds gemiddeld 21 graden. De andere berekeningen komen een stuk lager uit. Een hogedrukgebied blijft echter bij ons in de buurt en lijkt op de langere termijn weer wat meer invloed te krijgen. Later in de week zien we dan ook alweer een lichte stijging van de temperatuurcurve, waarbij ook het Europese weermodel maximumtemperaturen rond 23 graden laat zien. Lang niet alle berekeningen gaan daar echter in mee, dus het blijft vrij onzeker.