Het geluid van de lente

Auditief genot in de natuur: vogelzang

Lente is ontluikend groen, uitbraak van pollen, vaker naar buiten en het seizoen van het ei. Nu leggen niet alle vogels pas in het voorjaar hun ei (oehoe en zeearend zijn al in februari begonnen), maar de meeste vogels wel. In deze periode van het jaar moet het gebeuren: eventueel terugkeren uit het zuiden, dan een partner zoeken (of je heb er al een, zoals bij de ooievaars) en vervolgens eieren leggen, uitbroeden en de jongen verzorgen. Superdruk zijn ze ermee.

Vooralsnog zijn de meeste vogels volop bezig met het zoeken van een paargenoot. En dus is het overal een getjilp en gepiep van jewelste. Wie zich wil laven aan het geanimeerde geluid: ga eens het bos in. Loop rustig. Luister. En geniet. 

Respect 
Een aantal van onze broedvogels blijft tijdens de wintermaanden in Nederland, maar een aanzienlijk deel trekt in het najaar zuidwaarts. Die groep moet in de late winter en het vroege voorjaar weer terugkeren. Dat is voor een deel van de zangvogels een relatief korte route, zoals de veldleeuwerik en de graspieper die in Zuidwest-Europa overwinteren. Een aanzienlijk deel van de trekvogels slaat de vleugels echter uit naar een ander continent: Afrika. Zo zitten roodborsttapuiten deels in Zuidwest-Europa en deels in Noord-Afrika de wintermaanden uit. De koekoek gaat een stuk verder: helemaal naar tropisch Afrika. Deze ‘ei-in-ander-nest-plaatser’ zit van september tot en met maart in Congo en Angola.

De vele duizenden kilometers die de (kleine) vogels afleggen tussen hun overwinteringsplek en hun Nederlandse broedplaats dwingt respect af. Zo klein als ze zijn, zo’n immense reis leggen ze af, op eigen vleugels. Een zeer bescheiden vogeltje als de fitis of de tuinfluiter, reist tot diep in Afrika, bijna onvoorstelbaar.

Geluiden luisteren, vogels raden
En dan ineens zijn ze terug. Nog niet allemaal, maar wel al de meerderheid. Na een stille winterperiode, waarin ook de standvogels zich kalm hielden, is het plots weer een gefluit, gepiep en getjilp van jewelste. In de video zijn impressies vanaf de Veluwezoom te horen. Zeker op een windstille aprildag kun je ontzettend veel vogels beluisteren. Roodborsten, vinken, graspiepers, mezen, merels, alles komt voorbij.

Fijn voor diegenen die niet zo goed de vogel achter het geluid kennen, zijn de gevederde vrienden die hun naam scanderen. Zoals de tjiftjaf of de koekoek. De tjiftjafs zijn terug en overal te horen (‘tjiftjaf, tjiftjaf, tjiftjaf’), de koekoeken nog tamelijk schaars. Over een paar weken moeten alle koekoeken hun stek weer hebben betrokken. Het mooie geluid is dan weer terug. Maar verwar het ‘koe-koek’ niet met het ‘roekoe’ van de stadsduif.

De koekoeken zijn, samen met de gierzwaluwen, de hekkensluiters van de intocht van de trekvogels. De gierzwaluwen zijn daarbij veel overtuigender te horen en te zien dan de koekoeken. Heel wat steden worden getooid met groepen gierzwaluwen die hun giervluchten maken, met hun karakteristieke sikkelvormige gestalten. Ook voor de gierzwaluw kun je je pet afnemen. Ze komen van heel ver. Veel Nederlandse gierzwaluwen blijken in het zuidoosten van Afrika te overwinteren, in de omgeving van Malawi en Mozambique.

Bronnen: MeteoGroup, Sovon.