Over oosterstorm, snijdende kou en een disruptieve SSW

De winter sloeg weer eens flink toe in Nederland. De plotselinge opwarming van de stratosfeer, onlangs boven de Noordpool, doet nog steeds zijn werk.

En weer sloeg de winter toe in Nederland en hoe. In een weekend dat gedomineerd werd door een harde oostenwind bleven de temperaturen zaterdag op veel plaatsen in het midden en zuiden van het land overdag met gemak onder het vriespunt. Op de Wadden kwam het af en toe tot een oosterstorm, zeer bijzonder in deze tijd van het jaar – midden maart. Daarbij hoeft het niet raar te lopen of de huidige maartmaand wordt niet alleen kouder dan de voorbije januarimaand (die erg zacht was), maar ook net iets kouder dan de voorbije decembermaand.

Wat is er toch gebeurd met het weer? Lange tijd in de voorbije winter maakten kou, sneeuw en ijs geen schijn van kans. Totdat het Noordpoolgebied in februari met een plotselinge en zeer sterke opwarming van stratosfeer te maken kreeg. Op een hoogte van meer dan 20 kilometer steeg de temperatuur in niet meer dan een paar dagen tijd met tientallen graden. En het was precies op dat moment dat een grote verbouwing van de atmosfeer in gang werd gezet.

Poolwervel
Het begon met de afbraak van de stratosferische straalstroom rond het poolgebied – de poolwervel – die de hele periode daarvoor van geen wijken had geweten. Vrij kort daarna ontstond op normale hoogte boven het noordpoolgebied een sterk hogedrukgebied. Het duwde de koude lucht daar naar het zuiden, die op zijn beurt onze straalstroom weer naar het zuiden dwong. Voor het eerst in de winter kregen we met de combinatie van een hogedrukgebied boven Scandinavië en een lagedrukgebied boven het zuiden van Europa te maken. Vanaf de tweede helft van februari kwamen de temperaturen hierdoor op een lager plan, tegen het eind van de maand startte een vorstperiode. Toen al sprong de oostelijke wind even flink uit de band. We konden schaatsen en langs de grotere wateren werd opspattend water omgetoverd in indrukwekkende ijssculpturen.

Toen de koudste lucht via ons land en de Britse eilanden de oceaan had bereikt, vond het lagedrukgebied boven het zuidwesten van Europa een gat. Het trok naar het noorden en verdrong bij ons de kou. De temperaturen vonden de weg omhoog en doken de dubbele cijfers in: het winterleed leek geleden. Terwijl vanaf de oceaan een groot lagedrukgebied naderde, liepen de barometers boven Scandinavië echter alweer flink op. De regen, horend bij het lagedrukgebied, kwam donderdag en vrijdag het land nog wel in, maar bereikte het noorden niet eens meer. Later keerde het neerslaggebied op zijn schreden terug om vooral in het zuiden nog wat sneeuw te brengen.

Opnieuw zeer koud
Op dat moment was een volgende hoeveelheid zeer koude lucht onderweg naar Nederland. Opnieuw zagen we op de weerkaarten die ijzige combinatie van een sterk lagedrukgebied in het zuiden en een hogedrukgebied boven Scandinavië. Vooral zaterdag was het, zeker als je daarbij de tijd van het jaar in acht neemt, bar en boos buiten de deur. In het Waddengebied trok de oostenwind vooral in de ochtend af en toe tot stormkracht aan. Nu is een oosterstorm in de Nederlandse situatie hoe dan ook uniek, maar helemaal in het midden van de maartmaand. Ook in de rest van het land waaide het hard. In het uiterste noorden waren er windstoten boven 90 kilometer per uur.

Was de temperatuur aan het begin van de nacht op veel plaatsen nog boven nul (waardoor een ijsdag op de meeste plaatsen meteen al niet meer mogelijk was), de aangevoerde lucht werd wel steeds kouder. Overdag bleef het in het midden en zuiden, waar de sterke maartzon door wolkenvelden werd tegengehouden, dan ook gemakkelijk vriezen. In het noorden kwam de zon er wel door, daar stegen de temperaturen korte tijd tot boven het vriespunt. De snijdend koude wind, de lage temperaturen en het opnieuw op grote schaal ontstaan van ijssculpturen aan de randen van het vele water in Nederland maakten het buiten zijn tot een bijzondere gewaarwording.

IJssculpturen
Gisteren had vooral het zuiden nog met bewolking te maken (af en toe werden mooie lenticularisvormen gezien), in het midden en noorden speelde de zon een voornamere rol. Na een nacht met 2 tot 5 graden vorst, kwam de temperatuur in de middag overal iets boven het vriespunt. Door de lage dauwpunten kon het opspattende water aan de oevers van meren en plassen nog wel steeds opvriezen. Veel mensen gingen kijken naar het wonderlijke schouwspel dat de ijssculpturen opleverden. Overigens waaide het iets minder hard dan een dag eerder, vooral later op de dag.

Koudegetal loopt op
Inmiddels hebben we opnieuw een nacht met lichte tot matige vorst achter de rug. De kou van het afgelopen weekend heeft ervoor gezorgd dat het koudegetal van de winter nog wat verder is opgelopen. Met 33,9 punten is de winter in De Bilt inmiddels naar een 75ste plaats gestegen op de ranglijst sinds 1901. Vorig jaar schopte de winter het overigens tot 36 punten. De grootste kouproductie deze winter was er tot nu toe op de vliegbasis Twenthe, daar nadert het koudegetal al de grens van 60 punten. Waarschijnlijk komt er ook vandaag nog een klein beetje bij.

Overigens had de opwarming boven de Noordpool niet alleen bij ons gevolgen voor het weer, de uitwerking ervan strekte zich tot over een veel groter gebied uit. Zo waren de lagedrukgebieden in het zuiden er de oorzaak van dat in Spanje en Portugal een einde is gekomen aan de grote droogte, die daar de afgelopen tijd steeds nijpender vormen aannam. Het was op de valreep van het droge seizoen, maar toch. Later in de week komen we daar op deze site mogelijk nog even op terug.

Noordpool koud
Verder viel nog iets anders op. De afgelopen jaren was het steeds zo dat als kou van de Noordpool wegstroomde de temperaturen daar ver boven normaal uitkwamen. De afgelopen winter was dat niet anders. Tot de huidige kou-uitbraak. Want nu is het niet alleen hier koud, maar ook in het Noorpoolgebied zelf worden (ook al is het maart) nu de laagste temperaturen van dit winterseizoen gemeten. De temperatuur ligt er zelfs iets onder normaal, wat tegenwoordig heel bijzonder is. Een gevolg hiervan is dat het zeeijs in het gebied, dat vrijwel voortdurend recordlaag was, nog steeds groeit en inmiddels boven de hoogste stand van vorig jaar is uitgekomen. De maximumbedekking van dit jaar kan nu wel ieder moment worden gemeten, voordat het smeltseizoen weer begint.

Al met al is dus opnieuw duidelijk geworden hoe groot de invloed van zo’n sterke opwarming van de stratosfeer boven het Poolgebied (ook wel SSW genoemd) op het weer in een uitgestrekt gebied kan zijn. Het is een maker en breker van circulaties, die ogenschijnlijk niet te breken leken. Reden temeer om dit fenomeen verder te onderzoeken, beter te begrijpen en ook verder vooruit te verwachten.

Bron: MeteoGroup.