Precies 13 jaar geleden recordkoud

Afgelopen nacht, de nacht van 3 op 4 maart, vroor het nog. Precies 13 jaar geleden was het veel en veel kouder, recordkoud!

Afgelopen nacht, de nacht van 3 op 4 maart, vroor het nog. Precies 13 jaar geleden was het veel en veel kouder, recordkoud!

De indrukwekkende vorstperiode van eind februari en begin maart 2018 is voorbij. Dooi zet krachtig door. Deze zondag stroomt er vanuit het zuiden behoorlijk zachte lucht binnen die boven gebieden met smeltend ijs wel wat afkoelt, maar de vrieslucht zijn we helemaal kwijt. Het noorden blijft wel kouder dan het zuiden, en dat zullen we ook de komende week nog wel merken. Zo zal het op de Wadden amper 5 of 6 graden worden. Bovendien zit de vorst op diverse plaatsen nog in de grond, vooral ook op schaduwplekken dus op de locaties die overdag geen zon krijgen, en dit leidt waarschijnlijk eerst nog tot plaatselijke gladheid in de nachtelijke uren. Vanavond en komende nacht trekt een regenstoring over, maar later komende nacht is, bij langdurige opklaringen, her en der bevriezing van de wegen mogelijk. De term opvriezen is niet van toepassing.

Opvriezen is zeldzaam
Er is namelijk een duidelijk verschil tussen op- en bevriezen. Opvriezen komt zelden voor! Deze term komt uit de wegenbouw. Als er niet een isolerende sneeuwlaag is gevallen (dus bij kale vorst) bevriest de grond. Gedurende een vorstperiode gebeurt dit vaker en dieper. Omdat ijs meer volume inneemt dan water kan de grond uitzetten. Als er geen holle ruimtes (luchtgevulde poriën, scheuren e.d.) zijn waar het uitzettende water een plaats kan vinden, is er maar één richting, namelijk naar boven. Daarbij wordt de bovengrond, met alles wat er op, in en aan vast zit, opgelicht. Dit verschijnsel wordt opvriezen genoemd. Door het opvriezen kan het (bovenliggende) wegdek beschadigen. Opvriezen kan worden voorkomen door het grondwater diep genoeg onder het maaiveld te laten blijven (lager dan 1 meter), of het wegdek en de fundering goed doorlatend te maken. Een goede drainage is dan noodzakelijk.

Voor de komende nachten is waarschijnlijk 'gewoon' het plaatselijk bevriezen van natte weggedeeltes aan de orde. Bij bevriezing van natte weggedeelten ontstaat er zogenaamd “black ice”. Het vocht op de weg bevriest, maar voor de automobilist is er visueel weinig verschil tussen een wegdek met wat water of een heel dun laagje ijs. Omdat deze vorm van gladheid ook erg plaatselijk is - soms alleen in een bocht of in een bosgebied - worden de meeste automobilisten hierdoor verrast. 

Condensatiegladheid
Een andere vorm van gladheid is condensatiegladheid. Hierbij vindt een geleidelijke vochttoevoer plaats richting de weg. Hierbij spelen temperatuur en dauwpuntstemperatuur een belangrijke rol. De dauwpuntstemperatuur is de temperatuur waarbij het vocht in de lucht gaat condenseren. Een wegdek kan dus eerst nog droog zijn, maar in de loop van de nacht toch vochtig worden omdat de wegdektemperatuur op een gegeven moment onder de dauwpuntstemperatuur komt. Het vocht dat richting de weg gaat, kan daarbij zowel in de vloeibare als in de vaste vorm op het wegdek neerslaan. Bij de laatste vorm is het wegdek al afgekoeld tot onder het vriespunt. Op het wegdek zetten zich dan kleine ijskristalletjes af. De weggebruiker ziet in dit geval een wit uitgeslagen weg voor zich. Gevoelig voor deze vorm van gladheid zijn vooral de bruggen en viaducten. Deze worden in een heldere winternacht over het algemeen kouder en komen dus eerder in de buurt van de dauwpuntstemperatuur. De komende nachten en vroege ochtenden zullen we naar verwachting ook veel vocht op de wegen zien, dus condensatie. De luchttemperatuur kan dan (enkele graden) boven nul blijven, maar lokale bevriezing van de weg ligt dus wel degelijk op de loer. Dit lijkt voor komende nacht ook aan de orde te zijn. We hebben rond 1 graad voor de minimumtemperatuur uitstaan, in opklaringen na de regen.

4 maart 2005: recordkoud
Heel andere koek dan de nachtelijke temperaturen 13 jaar geleden! De eerste dagen van maart 2005 waren kouder dan die van 2018. Maart 2005 zou een maand met twee gezichten worden. Het begin verliep koud en sneeuwrijk waarna een zeer zachte tweede maandhelft volgde. Maar in de nacht van 3 op 4 maart 2005 vroor het hard. Dit kwam door de combinatie van een flink koude bovenlucht, een (dik) pak sneeuw, nauwelijks wind en helder weer. Het filmpje laat de extreme sneeuw in het Friese Lemmer van 2 maart 2005 zien. Deze sneeuw vormde dus in feite de basis van de bijzonder lage minimumtemperaturen van 4 maart dat jaar.

Zo een ideale stralingsnacht als toen hebben we de afgelopen vorstperiode niet gehad. We zijn geeneens in de buurt van -15 graden geweest. De grens met zeer strenge vorst... De weersituatie van 13 jaar geleden leverde het kouderecord van maarliefst -20,7 graden te Marknesse op. Het was de laagste temperatuur die ooit in maart in ons land is gemeten. Het oude record, -18,7 graden, werd geregistreerd op 7 maart 1971 in Wageningen. Op heel wat andere plaatsen vroor het in de nacht van 3 op 4 maart zeer streng met 15 tot 20 graden vorst! Zie de kaart. Op 3 en 4 maart bleef het in De Bilt het gehele etmaal vriezen, ofwel ijsdagen. Het aantal vorstdagen kwam in maart 2005 in De Bilt uit op negen, precies het normale aantal. Minder dan twee weken na de recordkoude nacht werd het op de 16de in het zuiden alweer ruim 20 graden! De landelijk hoogste temperatuur werd gemeten in Eelde op 24 maart: 21,3 graden. Een temperatuurverschil van ruim 40 graden binnen één maand was sinds 1901 niet eerder waargenomen. De laatste decade van maart (dag 21 tot en met 31) was in De Bilt de zachtste in ruim honderd jaar met een gemiddelde temperatuur van 11,2 graden. Het oude record stond op naam van de derde maartdecade van 1936 met 11,1 graden.

Ouderwets Hollands weer
Terug naar het heden. Het weer heeft een andere wending genomen ten opzichte van de afgelopen dagen, de vorstperiode. De temperaturen zijn als een raket gestegen en er gaat soms regen vallen. Ja, ouderwets Hollands weer. Zo trekt er vanavond en vannacht een storing met (wat) regen van zuid naar noord. De bovenlucht is te warm geworden voor sneeuw. Morgen overdag is het droog, met boven en bij langzaam smeltend ijs kans op nevel of mist. Verder zien we de zon af en toe. Dinsdag verandert weinig, verspreid kan een buitje vallen. Maar de meeste regen valt later in de week. Woensdagavond komt er al een regenzone vanuit het zuiden. De dagen hierna volgen wat meer regenfronten. Timing hiervan is nog onzeker. De eerstkomende nachten zijn nog wel vrij koud, maar overdag is het vrij zacht tot zacht. De hoogste maximumtemperaturen in het zuiden - hier de dubbele cijfers -, het noorden blijft telkens frisser. Vooral ook daar waar de wind over het smeltende ijs waait, blijft het (behoorlijk) fris. De naweeën van de vorstperiode die op Terschelling maarliefst 6 ijsdagen op rij heeft opgeleverd; van 26 februari tot en met gisteren aan toe! De laatste keer met zoveel ijsdagen achter elkaar was tijdens de koudegolf van 2012. Toen waren er o.a op Terschelling maarliefst 10 ijsdagen op rij, van 30 januari tot en met 8 februari.

Bron: MeteoGroup en KNMI.