Precies 39 jaar geleden: huizenhoge sneeuw in Noord-Nederland

Op Valentijnsdag 1979 teisterde driftsneeuw Noord-Nederland. Dit is anno 2018 een zeer zeldzame, unieke, ja onvoorstelbare sneeuwstorm!

Precies 39 jaar geleden was Noord-Nederland in de ban van DE laatste sneeuwstorm van de vorige eeuw en misschien ook wel de laatste van deze eeuw!

We kunnen gerust zeggen dat februari 1979 zeldzaam winters verliep. Met als hoogtepunt de sneeuwstorm van Noord-Nederland op en rond Valentijnsdag. Dit is met de kennis van nu een unieke, ja onvoorstelbare, sneeuwstorm. Ik kan het me dit alles helemaal niet herinneren, ik was toen 2 jaar en woonachtig in de Zaanstreek. Maar gelukkig zijn er nog unieke beelden beschikbaar, en deze spreken voor zich.

Ik durf te beweren dat dit type bar winterweer de komende decennia niet meer voor zal komen. De (zeer) 'droge' sneeuwval, in combinatie met de vorst van toen (met vooral ook de harde wind) is met de klimaatsverandering in het achterhoofd een zeer zeldzaam fenomeen. Het sneeuwt in ons land vrijwel alleen nog bij temperaturen die gemiddeld zo rond of iets boven het vriespunt liggen. Gewoonweg nattere sneeuw(val) dan toen. 

Droge versus natte sneeuwval

We onderscheiden diverse soorten sneeuwval. Sneeuwt het als het vriest, dan spreken we van droge sneeuw. Natte sneeuw is sneeuw met regenwater en/of sneeuw die al gedeeltelijk gesmolten is. Over het algemeen is de temperatuur in de sneeuwval dan (iets) boven nul. Wanneer de sneeuwvlokjes kleiner dan 5 millimeter zijn bij vorst, hebben we het over poedersneeuw. Als de sneeuwvlokjes kleiner dan 5 millimeter én vrij nat zijn, gaat het om motsneeuw. Tijdens de sneeuwstorm van half februari 1979 ging het vooral ook om drift- en stuifsneeuw. Driftsneeuw ontstaat wanneer gevallen sneeuw door de sterke wind gaat opwaaien. Er worden dan sneeuwduinen gevormd die hinder kunnen opleveren, bijvoorbeeld op de weg. De lichtere variant van driftsneeuw is stuifsneeuw. 

Huizenhoge sneeuw...

Tot half februari 1979 was het al een winter van jewelste met af en toe ook wel dooi-aanvallen (met ijzel!), maar over het algemeen was het zeer koud met ook sneeuw. Het was steeds een pittige strijd tussen (pogingen van) zachte lucht en de - hardnekkige - vrieskou. De sneeuwstorm die men vooral bij is gebleven is die van 14 februari 1979. In de avond van 13 februari begon het te stormen in het noorden van het land en daarbij te ijzelen en te sneeuwen. Stuifsneeuw legde de noordelijke provincies lam, bij windvlagen die uitschoten tot windkracht 11. Al is dit niet zeker, omdat de windmeters ook letterlijk waren vastgevroren! Dorpen en steden werden van de buitenwereld afgesloten. De meeste mensen waren zelfs compleet ingesneeuwd door de metershoge, ja huizenhoge, sneeuwduinen. De overlast was dan ook enorm, in het gebied ten noorden van de lijn Amsterdam-Harderwijk werd steeds gezegd op de radio, zo herinnert zich weerman Tom van der Spek van MeteoGroup. Met man en macht probeerde men de boel begaanbaar te maken, maar dat was lastig, doordat de wind een aantal keren opnieuw aanwakkerde en de sneeuw opnieuw alles dicht deed jagen. Pas na vier dagen keerde de rust terug en kwam het dagelijkse leven langzaam weer op gang.


Winterse weerkaarten

De weerkaarten waren op-en-top winters. Met oostelijke winden werd er vrieskou aangevoerd. Het vroor licht tot matig. De gevoelstemperatuur moet erg laag zijn geweest. Ook uit heranalyse blijkt dat de sneeuwstorm werd veroorzaakt door een storing, in samenspel met een groot verschil in luchtdruk opgewekt tussen een kleine depressie die ten zuiden van Nederland langstrok en een hogedrukzone van Groenland tot Zuid-Scandinavië. Op de 13de lag het lagedrukgebiedje boven Normandië en Valentijnsdag om 13 uur lokale tijd nabij Luxemburg. Het verschil in luchtdruk tussen het hogedrukgebied en de depressie werd groter en dat resulteerde in de vele wind (hoogtepunt van de sneeuwstorm) in vooral het noorden. Uit het ijzige noordoosten wel te verstaan. Op 15 februari nam de oostnoordoostenwind iets af. Op 16 februari lag er nog steeds een hogedrukgebied boven het zuidelijk deel van Noorwegen en Zweden tot over de Baltische staten en een depressie lag toen bij Zuid-Italië. Bij ons bleef er een koude oostnoordoostenwind waaien, maar de storm was voorbij. De sneeuwstorm blijkt overigens de laatste uitschieter te zijn geweest van de ijzige strijd van de winter tegen zachtere lucht.

Bronnen: prachtfoto's van Jannes Wiersema, MeteoGroup, KNMI, alweerblog.blogspot.nl, Wetterzentrale.de.