We verliezen het zeeijs op de Noordpool in rap tempo

Een terugblik op wat het jaar 2017 heeft betekent voor het ijs op de Noordpool. En hoe ziet de toekomst eruit?

Het ijs op de Noordpool heeft altijd een jaarlijkse cyclus. Logisch ook, want de seizoenen zijn daar erg extreem. Met 24 uur zonneschijn in de zomer, smelt het ijs er snel. Omgekeerd geldt ook dat het ijs in de winter snel aangroeit. De zomer wordt ook wel het smeltseizoen genoemd. Vervolgens wordt in de septembermaand elk jaar het minimum gemeten. In oktober begint de ijsgroei geleidelijk weer op gang te komen. De nachten worden snel langer, tot de zon niet eens meer boven de horizon uitkomt. Het zeeijs groeit flink door in de winter, gevolgd door een jaarlijkse maximum in de lente. En dan begint de jaarlijkse cyclus weer van voren af aan. Het verschil in het volume van zeeijs op de Noordpool tussen het jaarlijkse maximum en minimum bedraagt de helft of zelfs nog veel meer.

Volume en oppervlakte
In het smeltseizoen verliest het zeeijs niet alleen aan volume, maar ook aan oppervlakte. Het oppervlakte aan zeeijs is gemakkelijker te meten dan het volume. Met satellietbeelden kan de grootte van het ijs afgemeten worden. Het volume is lastiger. Daarvoor moet de dikte van het ijs gemeten worden, of geschat worden. Voor het volume wordt een model gebruikt, het PIOMAS, dat een goede schatting maakt van het volume van het zeeijs in kubieke kilometers.

Ontwikkeling door de jaren heen
Het volume zeeijs op de Noordpool was in de jaren ’80 circa 30.000 km3 maximaal en in de septembermaanden van de jaren ’80 circa 15.000 km3 minimaal. Sinds de jaren ’80 zijn we echter structureel heel veel zeeijs verloren. Er komt nu een tijd aan, waarop het minimum van toendertijd, het maximum zal zijn van nu. Het jaar 2017 kwam namelijk uit op grofweg 22.000 km3 versus 4.000 km3. De verschillen tussen de zomer en de winter worden dus ook groter, totdat we uiteindelijk in de maand van het minimum, september, geen zeeijs meer zullen hebben op de Noordpool.

2017 terugblik
De start van het jaar 2017 was erg negatief, wanneer we kijken naar het zeeijs. In de winter van 2016 op 2017 herstelde het zeeijs zich maar langzaam, en zulke lage waardes waren er in het winterseizoen nog nooit gemeten. Het volume zeeijs op de Noordpool was van januari tot en met april 2017 recordhoudend. Het smeltseizoen moest toen nog beginnen en de verwachting was dus niet bepaald positief. Toch is het nog relatief meegevallen. De zomer van 2017 bracht iets minder smelt met zich mee dan gedacht. Een stevige straalstroom rondom het Poolgebied wist de kou op de Noordpool nog enigszins bij elkaar te houden.

Records
Wanneer we kijken naar het oppervlakte aan ijs, dan werd het minimum in 2017 gemeten op 13 september. Er was toen 4,64 miljoen vierkante kilometer over. In het begin van het jaar, met de recordlage waardes, was de verwachting dat september een recordlage meting op zou leveren. Dat is uiteindelijk niet gebeurd, september 2017 kreeg een plaats 8 in de lijst van de jaren met de laagste oppervlakte zeeijs ooit.

Oktober, november en december
De maanden van groei waren aangebroken. En groeien, dat doet het zeeijs in die maanden wel. In oktober groeide er circa 94000 km2 zeeijs aan per dag. In november en december vlakte de groei iets af, maar kwam er nog steeds dagelijks respectievelijk 80.000 km2 en 60.000 km2 bij.  Dat zijn enorme hoeveelheden, maar toch is het niet genoeg. We zien de afgelopen tientallen jaren dat het poolijs bizar snel reageert op de opwarming van het klimaat. De luchttemperatuur lag in december circa 4 graden hoger dan gemiddeld. Zoals altijd met zo’n gemiddelde, zien we dan plaatsen waar de uitschieters nog veel hoger zijn, of lager zijn. Zo’n uitschieter naar boven geldt voor Centraal-Alaska bijvoorbeeld, waar temperaturen van meer dan 10 graden warmer dan normaal werden gemeten. In Oost-Siberië werden juist temperaturen gemeten van 2 tot 3 graden lager dan normaal. Gemiddeld gezien voor de hele poolregio levert dat een luchttemperatuur van circa 4 graden meer op dan ‘normaal’. We kunnen er niet omheen dat we ons zeeijs in een rap tempo verliezen.

Bron: MeteoGroup, NSIDC, het weerkanaal