Waarom praten Nederlanders zoveel over het weer?

Al die obligate gesprekjes over het weer, daar gaat een wereld achter schuil. Een vrolijk kijkje achter de schermen.

‘Koud voor de tijd van het jaar, vindt u niet? Ja, heel koud… Vooral die wind maakt het zo koud. Ja, zonder die wind zou het zo koud niet zijn… Maar zo lang die wind niet gaat liggen, blijft het koud. Ja, dan blijft het koud, inderdaad…’

Het is een gesprekje over het weer dat velen van ons om de haverklap voeren. Nergens ter wereld wordt zoveel over het weer gepraat als in Nederland.

‘Ik zat vanochtend even in de zon uit de wind, maar het werd me te heet. Ja, uit de wind wordt het warm… Ja, wat ik doe is soms even staan. Dan vang ik wat meer wind, want als ik blijf zitten wordt het wel erg heet. Oh, ik bleef zitten… Nou, ik ben ook weleens blijven zitten, maar dat is me niet goed bevallen, nee…’

Waarom?
Wat is er zo interessant aan het Nederlandse weer dat we er zoveel over praten? Veel mensen hebben zich hierover al het hoofd gebroken. Aan het einde van de jaren 80 van de vorige eeuw was er zelfs een Nepalese professor die een heus onderzoek deed naar het praten over het weer in Nederland. Uitkomst van zijn onderzoek was dat het iets met de Nederlandse genen te maken moet hebben. Gevormd door het veroveren van het land op de zee. En door de eeuwenlange afhankelijkheid van het weer, bij voorbeeld voor de jaarlijkse oogsten.

Maar hij zag het praten over het weer ook als een sociaal smeermiddel. Want het weer is voor iedereen hetzelfde. Of je nou rijk bent of oud, in de regen worden we allemaal nat. Er gaat dezelfde relativerende kracht vanuit als van het idee dat iedereen op z’n tijd ook weleens naar de wc moet. Daarbij maken we in het weer ook allemaal hetzelfde mee. We leven collectief op tijdens een mooie dag en krijgen er stuk voor stuk op tijd van duur genoeg van als het bewolkt en nat blijft.

Mooi? Dan de natuur in!
De eerste mooie dag van het jaar na de winter, is altijd weer reden om met z’n allen, massaal de natuur in te trekken. Je kunt er de klok op gelijk zetten. Hetzelfde geldt voor de ‘laatste’ dag met nazomerweer in de herfst. Al weet je dat nooit helemaal zeker. Valt er sneeuw, dan gaan we wandelen, sleeën en sneeuwballen gooien is er ijs, dan halen we de schaatsen van zolder. Op een dag met zonnige perioden, maar ook een flinke wind, gaan we naar buiten om lekker uit te waaien.

Wordt het land eens door een zware storm getroffen, dan is het weer een gemeenschappelijke vijand. Staan we stil op de weg of op het spoor omdat het zo hard sneeuwt, dan voelen we een gemeenschappelijk tegenstander. Iedereen kent het wel van de trein. Vaak is het rustig als we van A naar B rijden, maar komt de trein tot stilstand, om wat voor reden dan ook, dan raakt iedereen als uit het niets met elkaar in gesprek. En reden voor het stilstaan, is niet zelden het weer.

‘Het is anders best fris voor de tijd van het jaar, vindt U niet? Ja, het is gewoon guur… Kijk, een buitje, OK, maar dit? Ja, het is niet mooi. En ik zie het voorlopig ook niet opknappen… Als het zo blijft, zeker niet…’

Gesprek over het weer ongevaarlijk
Omdat iedereen zijn gedachten heeft over het weer, is het meestal ongevaarlijk om een gesprek ermee te beginnen. Daarbij biedt zo’n gesprek de kans om voorzichtig af te tasten hoe de ander erin staat. Kom je goed door die eerste zinnen heen, dan dringen andere onderwerpen zich als vanzelf op. Houdt de ander de conversatie af, dan kun je er ook weer makkelijk mee stoppen. Het Nederlandse weer is bovendien zo veranderlijk, dat er ook altijd wel een reden is erover te beginnen.

´Vanochtend keek ik naar boven en ik zag het opentrekken. En ik dacht, dat gaat goed! Ja, dacht ik ook. Maar een uurtje later trok het dicht. Ik denk, nou wordt het niks. Ja, daar leek het op… Trekt ´t in de namiddag weer open. Toen dacht ik, nou ja nu kan het alle kanten op. Ja, ik stond ook te kijken. ´

´Het is anders weer aardig fris buiten. Heel fris… Ik wilde bijna zonder das weggaan, maar buiten gekomen, merkte ik dat het te fris was. Zeker… Terwijl het eergisteren zo mooi was. Eergisteren had ik ook geen das om…´

En net, met een collega over het ontbreken van de zon deze decembermaand. ´Geleidelijk aan begin ik er gewoon last van te krijgen´, zegt hij. ´Ik vind het echt helemaal niks´. Ik beaam dat en voeg er nog aan toe dat er op dit moment ook geen dag is die helemaal droog verloopt. Samen bekijken we de verwachting voor de komende dagen, om te zien dat in dit beeld voorlopig maar weinig verandert. ´Ik heb met mijn zonnecollectoren ook nog nooit zo´n slechte december gehad´, besluit hij.

Het moet kloppen
We houden er in Nederland altijd erg van dat het weer klopt met de tijd van het jaar en de verwachting. Storm in de herfst, begrijpen we. En beleven we op de manier die daarbij hoort. Maar een storm middenin de zomer hoort daar niet. En levert dus veel gespreksstof op.

Ook het nieuws op tv past zich aan het ritme van het weer en de seizoenen aan. Tijdens de storm zien we beelden van hoge golven, bomen die om zijn gegaan en horen we gesprekjes met mensen die op Utrecht Centraal zijn blijven steken. Sneeuwt het een keer, dan vertelt een verslaggever vanuit het wegenverkeerscentrum van Rijkswaterstaat waar het op de weg allemaal stil is gevallen. In een buiige zomer mogen vakantiegangers op half verzopen campings hun beklag doen over het in Nederland altijd maar tegenvallende weer. En verschijnt er steevast in de media het bericht over een ´run op zonvakanties´. Als het weer tegenzit, heeft de reisbranche dan ook geen reclame nodig. Dit standaardbericht trekt mensen altijd weer over de drempel.



Als het klopt: euforie!
Maar valt alles een keer op zijn plek, dan kent de euforie ook geen grenzen. De mooie dag die echt kwam, brengt drommen op de been. En ook het aangekondigde noodweer dat daadwerkelijk optrad, kan op instemmende reacties rekenen. ´Er was goed gewaarschuwd. De gevolgen vielen mee. ´

Het mooist zijn de plaatjes van mensen die eropuit trekken als de zomer een keer in volle hevigheid toeslaat. Naar recreatieplassen en het strand. Of gewoon in hun eigen tuin, met voor de kinderen een zwembadje op het gras. Het onvermijdelijke, obligate gesprekje met de verslaggever volgt: ‘En wat vindt U er nou van? (Stilte) ’t Is Fantastisch!’

Voor wie 50 minuten lang wil genieten van hoe Nederlanders door de seizoenen heen met het weer omgaan, is er op Oudejaarsavond een special van Andere Tijden (NPO 2, 21.15 uur). En voor wie niet kan wachten: hier is de uitzending online al vooruit te bekijken.

Bronnen: MeteoGroup, ‘Oefenboek voor een ongedwongen Praatje over het Weer’.