Hoe wordt de winter van 2018?

We zetten de laatste inzichten van nu kort op een rij. Wordt de winter net als 9 van de 10 in Nederland zacht, of komt er toch een verrassing?

Het is nog geen 5 uur in de ochtend van vrijdag 13 januari 2017 als mijn telefoon gaat. Een collega is aan de lijn. Ze woont tijdelijk met haar gezin in een woning in het bosrijke Schaarsbergen, in afwachting het moment waarop hun nieuwe huis klaar is.

Het heeft die nacht gesneeuwd en niet zo’n beetje ook. In de heuvels rond Arnhem is in een paar uur tijd zo’n 15 centimeter zware, natte sneeuw gevallen. Sommige bomen zijn onder de druk van de sneeuw bezweken, grote takken afgebroken. Mijn collega vertelt dat één zo’n tak haar auto blokkeert, ze kan niet weg. Ze heeft een vroege radiodienst. Wat nu te doen?

Op weg door de sneeuw
Ik zeg dat ik eraan kom. Waarschijnlijk kan ik wel aan de andere kant van de tak komen en haar dan naar Wageningen brengen. Ik bel de weerkamer om ervoor te zorgen dat iemand anders de dienst start. Door de nog lege straten van Arnhem ga ik op weg naar Schaarsbergen. Ook in de stad is een dikke laag sneeuw gevallen: overal zijn sneeuwschuivers in de weer.

Hoe hoger ik kom, hoe dikker de sneeuwlaag. Overal liggen takken op en naast de weg, hier en daar zijn bomen helemaal uit het lood getrokken. Het dooit, dikke stukken sneeuw vallen uit de bomen omlaag. Ook al is het nog vroeg, toch is het verbazingwekkend dat veel wegen al zijn schoongemaakt. Zonder al teveel problemen bereik ik de andere kant van de tak en pik mijn collega op.

Indrukwekkend
De rit naar Wageningen gaat door de bossen. Soms moeten we door een hoge bergen sneeuw heen, door een sneeuwschuiver achtergelaten. Maar eigenlijk gaat het best goed. De voor Nederlandse begrippen behoorlijk grote sneeuwmassa ziet er indrukwekkend uit. Niet meer dan 25 minuten na dienstaanvang bereiken we de weerkamer en kan mijn collega het werk van de vroegstarter overnemen.

Zelf rijd ik terug naar Arnhem om op het Terletseveld een sneeuwwandeling te maken. Het ziet er tegen de achtergrond van de opkomende zon prachtig uit: de nog bijna ongerepte sneeuwlaag die dankzij de opklaring even nauwelijks dooit. In de verte hoor ik steeds weer boomtakken onder de sneeuwlast bezwijken. Er valt een sneeuwbui, terwijl de zon opkomt. Het is een mooi gezicht.

De sneeuw van de 12e was de voorbode van een vrij koude periode die tot het einde van de maand zou aanhouden en die het uiteindelijk op diverse plaatsen mogelijk maakte om op natuurijs te schaatsen. Ik deed het zelf op de 29ste in de buurt van Nijmegen. Januari groeide uit tot een koude maand, in een verder zachte winter. Eens te meer werd weer eens bewezen dat ook zachte winters, waarvan we er zoveel hebben in Nederland, wel degelijk winterweer kunnen brengen.

Winterverwachting 2018
Dat is goed om in het achterhoofd te houden nu we in de winterverwachting voor het komende seizoen opnieuw van een zachte winter uitgaan. We doen het wel vaker op deze plaats, vooruitkijken naar het winterseizoen. Op basis van allerlei factoren die op de drukverdeling op aarde inwerken, proberen we te schetsen hoe het er in de wintermaanden ongeveer uit zal zien. Soms met succes, de andere keer helemaal niet. Maar dat hoort erbij, als je iets onder de knie wilt krijgen.

Het aantal factoren dat op het weersverloop in de komende winter van invloed kan zijn, is groot. We zullen ze niet allemaal noemen. Dan raakt iedereen het overzicht kwijt. Een paar belangrijke invloeden noemen we wel, zoals het op dit moment recordwarme zeewater in de noordelijke helft van de Atlantische oceaan. Met een overwegend zuidwestelijke wind in Nederland, zal de lucht vanuit die hoek ook deze winter zeer zacht zijn. En z’n stempel drukken op de temperaturen.

La Niña
Andere invloeden zijn die van La Niña, de tegenpool van El Niño. Het gaat dan om een zeestroming onder de evenaar in het zeegebied tussen Indonesië en Peru. El Niño is de variant waarbij het zeewater in die regio warmer is dan normaal (2 jaar geleden hadden we één van de sterkste ooit). Bij La Niña gaat het om een periode waarin het zeewater er koeler is dan normaal. Dat lijkt de komende wintermaanden ook het geval te zijn, zeker in december en januari.

Een tijdje geleden schreven we op deze site al over de mogelijke invloed van een La Niña. Daarbij lijkt de plek waar de kern van de La Niña terechtkomt een belangrijke rol te spelen. Ligt de kern dichtbij Zuid-Amerika aan de oostkant van de Pacific, dan zou dat bij ons indirect oostelijke of noordoostelijke winden kunnen bevorderen, ligt de kern meer boven het centrale deel van de Grote Oceaan, dan zou juist een westcirculatie worden bevoordeeld. Hoewel de precieze positie van de huidige La Niña nog niet helemaal duidelijk is (zelfs over de intensiteit van het fenomeen de komende maanden doen nog verschillende ideeën de ronde), kun je wel stellen dat het maar één van de vele factoren zal zijn, die de komende wintermaanden een rol lijken te gaan spelen.

De aanloop naar 2018
Kijk je naar het weer van de laatste maanden, dan vertoont de aanloop naar de winter van 2018 tot nu toe veel overeenkomsten met het jaar 1999. Ook toen had een sterke El Niño net plaats gemaakt voor enkele La Niña’s. Wat de vergelijking nog een stukje sterker maakt, is dat de drukverdeling van de laatste weken bijna een kopie is van die van toen. Daarbij wijzen vrijwel alle kaarten, hoe je ze ook schudt, steeds op ongeveer hetzelfde. Alleen de ECMWF-verwachting is een uitbijter.

De verwachting
En wat krijgen we dan? Nou, waarschijnlijk veel meer van het weer van nu. Het sterke hogedrukgebied, dat al lange tijd steeds ten westen van Spanje en Portugal is terug te vinden, moet ook het dominante wintersysteem worden. Aan de noordflank ervan een sterke straalstroom door een grote temperatuurgradiënt met het Poolgebied. Om die reden lijkt het op de Britse eilanden en in Scandinavië een zeer zachte winter te worden, met veel neerslag en vaak veel wind. De eerstkomende weken tot beging december is er daarbij ook nog kans op noordelijke hogedruk, zoals we nu in de weerkaarten ook al een paar keer voorbij hebben zien komen.

De winterse lagedrukgebieden moeten hun invloed, met wind en wisselvalligheid, ook gemakkelijk tot over onze omgeving kunnen uitbreiden, maar worden hier net als in de afgelopen periode af en toe geremd door hogedrukinvloed vanuit het zuiden. Blijft alles zoals het nu is, dan zou (door een langzaam weer wat afnemende straalstroom) in februari de kans toenemen dat het hogedrukgebied in het zuidwesten uitbreidingen krijgt naar het noorden. Met daarbij het op gang komen van een noordwestelijke stroming en in een steeds groter deel van Europa ook koude episoden. Vooral in het zuiden van Europa lijkt de kans aanwezig dat de winter als geheel zelfs koud uitpakt.

Winters 1999 en 200 als voorbeeld
In de winter van 1999 ging het precies zo. De winter verliep als geheel zacht, maar kende midden februari ook een langere koude periode met winterse buien vanuit het noordwesten en in de nachten steeds weer vorst. Een steeds groter deel van het land kwam toen onder een dikke sneeuwlaag te liggen. Toch was de winter als geheel zacht en zijn de meeste het winterweer van toen alweer vergeten. De winter van 2000 verliep als geheel zacht, maar had in elk van de drie wintermaanden ook korter durende koude perioden. 

Bronnen: MeteoGroup, WCS.