Orkanen: Niet meer, wel sterker!

De volgende orkaan raast over het Caraibisch gebied. Is dit het nieuwe klimaat? Krijgen we steeds meer orkanen in de toekomst?

Sint Maarten werd twee weken geleden keihard getroffen door de supersterke orkaan Irma. Ruim een week eerder was met name het zuiden van Texas (Houston) aan de beurt door orkaan Harvey. Die dumpte recordhoeveelheden regen, lokaal tot meer dan 1300 millimeter binnen een halve week. En dan hebben we ook nog Jose die tot dusver gelukkig alleen over min of meer onbewoond gebied raast. En dan te bedenken dat het orkanenseizoen nog lang niet achter de rug is…..

Geen wereldwijde trend

Als we naar historische gegevens kijken van het voorkomen van orkanen, dan wordt al snel duidelijk dat er eigenlijk geen significante trend is te bespeuren. Het lijkt er niet op dat het aantal tropische stormen- en orkanen wereldwijd echt toeneemt. Als we kijken naar de tropische systemen op de Atlantische Oceaan, die doorgaans ook een bedreiging vormen voor de Caraïben, dan lijkt er wel sprake te zijn van een voorzichtig stijgende trend.  Daar staat tegenover dat er op de Pacific eerder een zwak negatieve trend wordt waargenomen. Dat maakt het wereldwijde totaal aantal stormen en orkanen dus voor als nog vrijwel constant. Kleine tijdelijke schommelingen daargelaten.

AMO index en warme golfstroom

De frequentie van stormen en orkanen op de Atlantische Oceaan wordt in de eerste plaats beïnvloed door grootschalige klimaatschommelingen van natuurlijke oorsprong. Vooral de relatie met de AMO index (Atlantic Multidecadal Oscilation) wordt in dit geval genoemd. Deze index is afwisselend positief en negatief voor langere perioden tot circa 20 jaar aan toe. In een positieve fase is de zeewatertemperatuur op de oceaan iets hoger dan gemiddeld. Dat zou verband houden met cyclische veranderingen in de warme golfstroom die vanaf de (sub)tropen warm water in de noordelijke richting doet stromen. In een positieve AMO-fase worden meer stormen en orkanen geteld. Op dit moment zitten we nog in een (licht) positieve fase van de AMO index.

La Nina

Maar ook andere cyclische veranderingen spelen een rol. Bekend is de relatie van La Nina (de tegenhanger van El Nino, waar we hier al vaak over hebben geschreven) met een tijdelijke toename van het aantal Atlantische stormen. Tijdens een sterke La Nina verwacht men een relatief sterk orkanenseizoen voor de Atlantische Oceaan en de Caraïben. Op dit moment is er amper sprake van een La Nina, maar evenmin van een El Nino. Dit signaal is dus min of meer neutraal en speelt in dit actieve seizoen geen rol van betekenis. De AMO zoals gezegd wel.

Orkanen houden van warm water

Helder is de relatie tussen de zeewatertemperatuur en de kracht van orkanen. Hoe warmer het water, des te meer energie een storm of orkaan kan gebruiken om uit te groeien tot een sterk en langlevend systeem. Dat verband blijkt trouwens ook uit de al genoemde AMO index maar is ook wereldwijd terug te vinden. En is ook goed te begrijpen. Uit onderzoek blijkt dat de sterkste orkanen ongeveer 20 km/uur aan windsnelheid kunnen winnen per graad stijging van de watertemperatuur. Dat is veel en kan al verschil maken tussen flinke schade of een regelrechte catastrofe, zoals bij Irma. Uiteraard spelen meer factoren een rol bij de kracht van orkanen. De windschering in de atmosfeer moet gering zijn, zodat het systeem zich optimaal kan organiseren. Bovendien moet de atmosfeer over de volle diepte niet te droog zijn. Een bel drogere lucht hinderde de verder doorgroei van Maria gisteren enige tijd, maar daar heeft deze gevaarlijke orkaan nu geen last meer van op haar tocht naar het westen. Ze zal uitgroeien tot een zeer gevaarlijk systeem. Daarover aan het eind van dit stukje meer.

Hoge prijs

En dat brengt ons uiteraard bij op de opwarming van de wereld. Het is overduidelijk dat niet alleen de atmosfeer, maar zeer zeker ook het zeewater wereldwijd opwarmt. De recente orkanen Harvey en Irma bereikten hun verwoestende kracht boven oceaanwater van om en nabij de 30 graden. De afwijkingen ten opzichte van normaal liepen op tot meer dan 2 graden. Deels kan dit dus ook samen hangen met de hierboven besproken AMO index. In het spoor van deze orkanen werd het oppervlaktewater overigens sterk doorgemengd door hoge golven, waardoor de watertemperatuur met enkele graden kon dalen. Dat maakt dat volgende orkanen als het even kan niet exact in het spoor van de voorgangers zullen treden. Als dat op basis van grootschalige sturende systemen (hogedrukgebieden) tenminste mogelijk wordt gemaakt. Wat die grootschalige systemen betreft, en wat betreft windschering: er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat deze factoren wezenlijk veranderen in een opwarmende wereld, althans, niet in die aard dat er meer of juist minder stormen ontstaan in de toekomst. De nettobalans is, dat klimaatverandering, veroorzaakt door de mens, de impact van gevaarlijke orkanen op aarde zal doen toenemen. De prijs is hoog, heel hoog, zoals we dit seizoen dus ‘aan den lijve’ ondervinden.

Maria

Zoals gezegd, Maria wordt een gevaarlijke orkaan. Ze heeft inmiddels categorie 1 gehaald, met gemiddelde windsnelheden (over 1 minuut gemiddeld) van 80 knopen. De luchtdruk in de kern is gedaald tot circa 975 hPa. Maria trekt iets vertragend in westnoordwestelijke richting en zal morgen Dominica en Guadeloupe passeren, waarschijnlijk als een categorie 2 of zelfs categorie 3 orkaan met windsnelheden tot rond de 100 knopen. Daarna trekt Maria in de richting van Puerto Rico waar ze als een zeer gevaarlijke Categorie 3 of zelfs Categorie 4 orkaan aankomt op woensdagochtend (onze tijd), met windsnelheden tot rond de 120 knopen. En uiteraard nog veel sterkere windstoten tot meer dan 250 kilometer per uur. De orkaan neemt ook zeer veel regen mee.

Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius

Maria is een omvangrijker systeem dan voorganger Jose. Dat maakt dat Sint Maarten en zeker ook Saba en Sint Eustatius er een flinke tik van mee krijgen, ook al passeert de orkaan op een afstand van 100 (Sint Eustatius) tot rond de 150 kilometer (Sint Maarten).  De regenval kan volgens het ECMWF model in Sint Maarten oplopen tot rond de 50 millimeter, op de andere meer zuidelijk gelegen eilanden mogelijk tot 75 a 100 millimeter. De wind kan morgen aanwakkeren tot hard of stormachtig, 7 tot 8 Bft, met windstoten tot 90 km/uur, en op Saba en Sint Eustatius mogelijk tot meer dan 100 kilometer per uur. Zeker voor het reeds zeer zwaar getroffen Sint Maarten wordt het een nare extra dreun die de wederopbouw bemoeilijkt en vertraagt.