De opwarming anders bekeken

Maart 2017 kan een top 3 positie behalen, qua temperatuur. Ons klimaat warmt op, wat ook duidelijk weerspiegeld wordt door de verdeling van de dagrecords.

 

Gisteren (dinsdag 28 maart) werd het voor het eerst deze lente, in delen van het land 20 graden of warmer. In Eindhoven werd het 21,0 graden. Dat is geen record, maar wel zeer zacht voor deze tijd van het jaar. Na het dipje van vandaag, zal maart 2017 besluiten met opnieuw zeer- tot bijna recordzacht weer in delen van het land, met daar maximumtemperatuur van 20 tot 22 graden. Hiermee zal maart 2017 hoog gaan eindigen in het klassement van zachte maartmaanden. Dat lijkt deze eeuw geen incident meer te zijn, niet alleen voor maart, maar ook voor de overige maanden. Dat kunnen we laten zien door de temperatuurdagrecords nader te bekijken.

29 maart 1968: wél een record!

Gisteren was het natuurlijk een sublieme lentedag, met bijna zomerse allures, althans, zo voelde het aan. Overdag was het stralend zonnig en zoals gezegd, in de zuidoostelijke helft van het land werd de 20 graden gehaald of net overschreden. In De Bilt lukte dat met 19,7 graden net niet. De absolute dagrecords gedurende de laatste maartdecade variëren daar van 19,2 graden op 22 maart, tot 21,8 graden op 28 maart. Er is echter één maartdag die daar nog ruim bovenuit schoot, en dat is 29 maart 1968, vandaag precies 49 jaar geleden.
We profiteerden toen van een krachtig hogedrukgebied dat heel strategisch met een noord-zuid oriëntatie, ten oosten van ons land lag. Met zuidelijke winden werd toen droge en van oorsprong warme lucht naar ons land gevoerd. Op deze dag werd het in De Bilt maar liefst 23,9 graden en daarmee méér dan twee volle graden warmer dan de op één na warmste maartdag, om maar aan te geven hoe uitzonderlijk de warmte toen was.
Uiteraard was De Bilt toen niet de warmste locatie van het land. Het was een maartdag met zomerse allures. Wat te denken van een maximum van 24,5 graden in Twente en 24,6 graden in zowel Deelen als Eindhoven? Maar Volkel spande destijds de kroon. Met een maximum van 25,4 graden werd daar de vroegste zomerse dag opgetekend sinds het begin van de metingen!
Overigens werd de dag van gisteren, en dat gaf het etmaal als geheel ook wel een zomers tintje, met een paar flinke (onweers)buien afgesloten.

Ook nu een ‘warm’ maartslot

Die uitzonderlijke maartdag in 1968 zal ook na dit jaar bovenaan blijven staan, wat niet wegneemt dat er deze maart op sommige officiële meetposten maar liefst drie warme dagen kunnen worden opgetekend, zo wordt verwacht. Na gisteren, zal het namelijk ook morgen en overmorgen in delen van het land 20 tot 22 graden kunnen worden. Het zwaartepunt van de warmte ligt morgen over de zuidelijke helft van het land, en overmorgen over de zuidoostelijke helft. Vanuit het zuidwesten zal maart dit jaar wellicht besloten gaan worden met een paar regen- en onweersbuien.
We schreven het een kleine week geleden al, maart 2017 zal als een zeer zachte maand in de klimaatboeken verdwijnen. De maand als geheel gaat wellicht op 8,5 graden uitkomen in De Bilt en dat is goed voor een gedeelde tweede plaats, samen met maart 1990. Alleen maart 1991 blijft daar dan nog boven met 8,8 graden gemiddeld.

De opwarming anders bekeken

We kunnen er niet omheen, ook in ons land wordt het alsmaar warmer. Uiteraard verloopt het weer grillig, en dat betekent dat het ook tegenwoordig soms nog flink koud kan zijn, denk bijvoorbeeld maar aan de laatste maartdecade van 2013 en de eerste februaridecade van 2012. Maar de kans op een warmte-uitschieter is nu eenmaal groter als het klimaat warmer wordt.
Dat kunnen we bijvoorbeeld laten zien als we naar alle temperatuurdagrecords kijken die in De Bilt zijn opgetreden, sinds 1901. Als we de schrikkeldagen buiten beschouwing laten, dan zijn 365 dagrecords en dat dan nog maal vier (totaal 1460 records), want er zijn records voor zowel de hoogste als laagste maximumtemperatuur en ook voor de hoogste en laagste minimumtemperatuur. Sinds 1901 hebben tot en met 2016 dus 116 jaren om naar te kijken en voor ieder van de vier categorieën zijn er dus 365 records te verdelen.
Bij een onveranderd klimaat zou je verwachten dat al deze records gelijkmatig over de jaren zijn verspreid. Je zou dan verwachten dat van de 365 er 315 (86%) in de periode 1901 – 1999 zouden zijn opgetreden, en 50 (14%) in de periode 2000 – 2016. Afgerond per maand komt dat neer op respectievelijk 26, en 4 dagrecords.

Veel warmterecords deze eeuw

Hoe anders is het tot dusver opgetreden beeld! Voor wat betreft de hoogste maximumtemperatuur zijn er in totaal 115 dagrecords (32%) deze eeuw gesneuveld. In mei en september ligt dat aantal verbroken dagrecords met ‘vijf’ nog nabij het verwachte beeld van ‘vier’, echter, maar liefst vijf maanden zagen deze eeuw minstens tien dagrecords sneuvelen, met als toppers november met 16 en januari met 15 verschillende dagen. Bedenk daarbij dat hierbij niet eens is meegewogen dat op sommige dagen een record deze eeuw meerdere malen werd verbroken!
Voor wat betreft de hoogste minimumtemperatuur, zien we hetzelfde beeld. Deze eeuw werd op 119 verschillende dagen (33%) het dagrecord verbroken. Ditmaal zitten alle maanden (ruim) boven het verwachte beeld. Juni zit met zes dagen het laagst, mei had er zeven. De helft van alle maanden zag op minstens tien dagen het temperatuurdagrecord sneuvelen. Opnieuw is november met 15 dagen de topper, gevolgd door 13 dagen in oktober.
Hoe anders is dat beeld, als we kijken naar de opgetreden laagste dagrecords voor de maximumtemperatuur. In maar liefst vijf maanden is er deze eeuw nog geen enkel dagrecord gebroken, en in vier andere maanden gold dat slechts voor één dag. Alleen in juli, augustus en december is er in deze eeuw op twéé dagen een kouderecord scherper gesteld voor wat betreft de maximumtemperatuur. In totaal op jaarbasis is dat dus tien dagen (3%).
Voor wat betreft de gebroken dagrecords voor de laagste minimumtemperatuur is het beeld een tikje rooskleuriger, maar ook duidelijk lager dan het beeld wat je zou verwachten bij een onveranderd klimaat. Het totaal telt op tot 17 dagen (5%). Oktober kwam tot vier verschillende dagrecords, februari tot drie (allemaal uit 2012). Januari, mei en november hebben deze eeuw nog geen enkel record voor wat betreft de laagste minimumtemperatuur zien sneuvelen en vier andere maanden moeten het met slechts één dag doen.
Kortom, ook uit dit beeld blijkt overduidelijk dat ons klimaat aan het opwarmen is. Wat dat betreft past ook de huidige maartmaand (met in deze eeuw in totaal 16 verbroken warmte- en slechts 2 verbroken koudedagrecords) ook goed in dat beeld.


Bronnen: MeteoGroup, KNMI, mscha, weerstatistieken.nl, Wetterzentrale. NCEP.