Herfstig weer in de lente

De meteorologische lente gaat met herfstachtig weer beginnen.

Morgen (28 februari) is de laatste dag van de meteorologische winter en woensdag begint de meteorologische lente. Het ziet er naar uit dat deze dit jaar ronduit herfstachtig begint.

Het verschil tussen de meteorologische en de astronomische seizoenen

Uiteraard trekt de natuur zich niets aan van de grenzen die de mensen haar opleggen. Op welke dag we het volgende seizoen het voorafgaande dan ook laten aflossen, qua weer loopt de overgang van de seizoenen geleidelijk, in een periode van weken. Volgens de kalender begint de lente op 20 (of 21) maart, op het moment dat de zon precies boven de evenaar staat en naar het noorden beweegt. Dit is het begin van de astronomische lente. Deze eindigt zodra de zon zijn meest noordelijke positie bereikt, rondom 20 (21) juni, precies boven de Kreeftskeerkring. Op het noordelijk halfrond beleeft men op deze datum de langste dag met de hoogste zonnestand. Zodra de astronomische zomer begint, gaat de zon dus alweer zakken en beginnen de dagen dus alweer te korten!
De meteorologen delen de seizoenen niet in volgens de zonnestand, maar volgens de (gemiddeld) optredende temperaturen. De drie koudste maanden noemen we de meteorologische winter (december, januari en februari) en de drie warmste maanden (juni, juli en augustus) de meteorologische zomer. De tussenliggende maanden zijn dan uiteraard de herfst en de lente, waarbij maart, april en mei dus meteorologisch bezien, de drie lentemaanden vormen.

Een kwakkelwinter

De meteorologische winter sluiten we morgen (28 februari) dus af. Qua vorstproductie was het een echte kwakkelwinter. Hoewel we voor de vorstproductie het hele winterseizoen beschouwen (van 1 november tot en met 31 maart) en we wat dat betreft nog een hele maand voor de boeg hebben, ziet het er voorlopig niet naar uit dat het zogenaamde Hellmanngetal (de sommatie van alle etmalen gemiddelde temperaturen, voor zover deze onder nul liggen, met weglating van het minteken) er nog wat puntjes bijsprokkelt. In De Bilt zijn we op 36,0 punten uitgekomen. Daarmee scoort deze winter veel hoger dan de afgelopen drie winters, maar daar is ook alles mee gezegd. Rangschikken we alle winters sinds 1901 van hoog naar laag Hellmanngetal, dan staat de winter van 2017 op een bescheiden 68e plaats en daarmee dus nog bij de vorstarme helft.
Februari heeft de koude januari geheel gecompenseerd, wat gedurende de afgelopen twee weken gebeurde, want de periode 15 – 26 februari was gemiddeld per dag maar liefst 4,3 graden zachter dan de norm! Omdat ook december een graad zachter was dan de norm, komen de drie wintermaanden als geheel, dus opnieuw duidelijk aan de zachte kant uit. Het is nu op de kop af twintig winters geleden dat het Hellmanngetal in De Bilt voor de laatste keer de honderd punten wist te overschrijden. In de winter van 1997 werden namelijk 131,6 punten gescoord.

Laat de lente maar beginnen…

Voor veel mensen kan de lente niet vroeg genoeg beginnen. Het ziet er echter naar uit dat men voorlopig bedrogen uitkomt. De komende week is het namelijk een komen en gaan van depressies en storingen, die soms ook goed in de bovenlucht ontwikkeld zijn. Waar dat toe leidt, zien we bijvoorbeeld aan de 12-uurlijkse neerslagkansen voor de komende twee weken, voor De Bilt. Bedenk daarbij dat alleen neerslaghoeveelheden vanaf 0,3 mm worden getoond, zodat de kans op enige neerslag (vanaf 0,1 mm) dus nog groter is dan hier wordt getoond. Tot donderdag is de kans dus (afgerond) 100%, maar tot en met donderdag volgende week, ligt die kans op vrijwel ieder moment op 65% of hoger. Alleen tussen donderdag 12 uur en vrijdag 12 uur ligt die kans op 41%, maar zelfs dan is de kans dat er een heel etmaal lang (24 uur) dus 0,2 mm of minder neerslag valt, maar 0,59 x 0,59 = 0,35. Zelfs gedurende deze relatief ‘droge’ periode van 24 uur, is de kans dat er minstens 0,3 mm valt, dus altijd nog 65%!
De weerkaarten zien er dan ook uiterst wisselvallig uit, waarbij de nieuwste 0u runs van zowel ECMWF als NCEP het ook goed met elkaar eens zijn. Op dinsdag overdag en de nacht daarop zien we de centrale depressie boven de noordelijke Noordzee en de Noorse zee liggen, waarbij een eerste randstoring ons dinsdag overdag passeert en de volgende de nacht daarop al boven de zuidelijke Noordzee arriveert. Deze is vervolgens woensdagmiddag ook al gepasseerd, maar ligt de volgende al bij Ierland klaar. Het lijkt erop dat deze eveneens naar het oosten snelt, om een etmaal later al boven Polen te arriveren. Donderdag overdag hebben we vervolgens te maken met de passage van een zogenaamde ‘doorstroomde’ rug, vandaar dat dit etmaal wellicht wat ‘droger’ uitpakt, maar zoals gezegd, de kans op een geheel droog etmaal, blijft klein. Daarna dringt het warmtefront van een grotere storing op met alweer regen, maar van de zachtere lucht kunnen we maar amper profiteren. Hoewel op deze termijn de timing nog kan verschuiven, lijkt deze zogenaamde warme sector namelijk juist in de nacht van vrijdag op zaterdag te passeren, waarna zaterdag overdag het koufront van de storing passeert – uiteraard opnieuw met een aantal buien! Kortom, met winterweer hoeven we de komende eerste maartweek geen rekening te houden, maar lekkere lentedagen zijn evenmin aan de orde. Met de kreet ‘herfstachtig weer in de lente’ lijkt de lading voorlopig het best te worden gedekt.

Bronnen: MeteoGroup, ECMWF, NCEP, KNMI.