Over pluimstaren en Joki's

Hoe moeten we de pluimen precies lezen? En wat is een Joki? We leggen het uit.

Op het populaire Belgische / Nederlandse weerforum ‘weerwoord’, is het in het winterseizoen een geliefd tijdverdrijf: het pluimstaren. Vooral als er winterweer in aantocht (lijkt) te zijn, is dat het geval. Doel van dit ‘pluimstaren’ is om te achterhalen hoe het weer zich zal gaan ontwikkelen, de komende één a twee weken. Meestal duurt het dan ook niet lang, of de ‘Joki’s’ worden uit de kast gehaald. Ook deze week was dit het geval. Hoog tijd om eens kritisch naar de pluim te gaan kijken en ook leggen we uit wat Joki’s eigenlijk zijn.

Wat is de pluim?

Hierboven staat de pluim afgebeeld, zoals die dagelijks door iedereen op de site van het KNMI is te bekijken. Hij bestaat uit diverse onderdelen, maar voor dit voorbeeld beperken wij ons tot temperatuurpluim alleen. Wat is hierop te zien?
Verticaal zien we de temperatuurschaal, ditmaal lopend van -15 tot +15 graden Celsius. Op de horizontale as zien we de tijd, die loopt van dinsdagmiddag 12 uur (gisterenmiddag) tot woensdagmiddag 25 januari, 12 uur, we zien dus een tijdsspanne van twee volle weken plus één dag.
De grafiek toont één rode, één blauwe en één bruine lijn, alsmede een vijftigtal groene lijntjes.  Al deze grafiekjes geven een temperatuur weer om de zes uur, zoals berekend door het ECMWF model en geldig voor een roosterpunt dat het meest dicht bij De Bilt is gelegen. We zien hier dus geen minimum- en maximumtemperaturen, al zal de getoonde waarde om 6 UT (7 uur lokale tijd) vaak wel dicht tegen de minimumtemperatuur aanzitten. In deze tijd van het jaar zal de minimumtemperatuur onder rustige en vrij heldere omstandigheden, veelal tussen 8.30 en 9.30 uur worden bereikt. Hetzelfde geldt voor de maximumtemperatuur, die veelal later dan het geplotte punt op 13 uur, namelijk zo rond 16 uur, wordt bereikt. Tot zover deze algemene uitleg. Maar wat zien we meer in detail?

De pluim in detail

De rode lijn, die loopt tot dag ‘tien’ is de berekende temperatuur volgens het ECMWF model, in de hoogste resolutie, uitgaande van een onverstoorde beginsituatie. De blauwe lijn is hetzelfde model, gevoed met dezelfde gegevens, maar met een wat lagere resolutie. De computer hoeft dan minder berekeningen uit te voeren en is sneller klaar. Ditmaal is er tot 15 dagen vooruit doorgerekend. Vervolgens worden er bij de beginsituatie verstoringen aangebracht (we gaan daar zo nog wat dieper op in), waarmee de computer opnieuw gaat rekenen en dat wordt dan 50 keer herhaald. Het resultaat is dan de 50 groene grafiekjes, waarbij de bruine lijn het gemiddelde weergeeft.
In deze voorbeeldpluim die is gevoed met gegevens van gisterenmiddag 12 uur, is te zien dat de blauwe en rode lijn elkaar vrijwel overlappen. Alleen op dag ‘9’ en ‘10’ lopen ze een klein stukje uiteen. Dat is een plezierige constatering, want dat betekent dat een wat lagere resolutie van het model, niet meteen een andere uitkomst oplevert, wat soms wel het geval is. We zien ook dat beide gekleurde lijnen keurig in het midden van de bundel groene lijntjes blijft zitten, al neemt de spreiding in de berekende temperaturen, wel geleidelijk toe. In het weekend van 21 en 22 januari bijvoorbeeld, berekenen de koudste lijntjes strenge vorst tot bijna -15 graden aan toe, terwijl tegelijkertijd de zachtste lijntjes zelfs iets boven +5 graden zitten, een verschil van 20 graden! De winterliefhebbers die euforisch worden bij het zien van deze winterse pluim, moeten in het achterhoofd houden dat ook deze ‘zachte’ oplossing nog gerealiseerd kan worden, want ieder lijntje wordt geacht eenzelfde kans van optreden te hebben, namelijk 2%.

Een paar kritische opmerkingen

Maar is dat wel zo? Ik heb deskundigen hier meermalen over ondervraagd, maar eigenlijk nooit een echt bevredigend antwoord gekregen. Het begint al met die aanpassingen van de begintoestand. Uiteraard worden die met beleid uitgevoerd, in de gebieden met weinig waarnemingen en daar waar qua weer wat ‘aan de hand’ is, dus niet in de kern van een krachtig hogedrukgebied, maar juist daar waar de straalstroom sterk is, in de buurt van actieve depressies, fronten, enzovoorts. Die aanpassingen zijn dus niet iedere dag hetzelfde en er is moeilijk de vinger achter te krijgen hoe dat precies gebeurt, het lijkt een beetje een fysische ‘black box’ te zijn.

Hetzelfde geldt voor de 50 uitkomsten (de groene lijntjes). Niemand heeft hard kunnen aantonen dat ieder lijntje ‘dus’ 2% kans van slagen heeft. Sterker nog, dat is onwaarschijnlijk. Omdat een opgetreden temperatuur uiteindelijk soms zelfs buiten het hele cluster kan vallen, is het totaal van die hele cluster niet 100%, maar (iets) kleiner. En waarom zou een groepje van tien lijntjes in deze pluim niet een kans van optreden van bijvoorbeeld 50% kunnen hebben, in plaats van 20% (10 x 2%)? Andere lijntjes hebben misschien wel een veel kleine kans van optreden dan 2%, ook al wordt de suggestie gewekt dat iedere groen lijntje een gelijk gewicht in de schaal legt.
Hoe dan ook, bij ieder temperatuurlijntje hoort ook een weerkaart en al die weerkaarten lijken toch steeds meer naar een winters weerbeeld te evolueren, waarmee de opgewonden stemming bij de winterliefhebbers op ‘weerwoord’, wel is verklaard.

De Joki’s

Jaren geleden heeft een forumlid met de naam Jorrit, puur als grap, de ‘Joki’ bedacht, een afkorting die staat voor de naam ‘Jorrit's kans index’. Daarmee wordt door middel van een cijfer van ‘0’ tot ‘10’, beschreven in hoeverre de komende tijd, gegeven de pluimen en de berekende weerkaarten van de diverse modellen, er al dan niet winterweer zit aan te komen. Bij de cijfers tot ‘2’, ziet het er wat dat betreft, (zeer) hopeloos uit. Het is zacht, het blijft zacht en zelfs als er twee weken vooruit wordt gekeken, lijkt het herfstachtige winterweer aan te houden. Bij een ‘2’ treedt er later weliswaar mogelijk een verandering in circulatie op, maar ook die verandering brengt geen winterweer naar de Lage landen.
Bij de cijfers ‘3’ en ‘4’, zien de vooruitzichten er wat minder slecht uit, maar is er geen reden voor de winterliefhebbers om in hysterisch gejuich los te barsten. Wellicht wordt het wat kouder, misschien is later zelfs een nachtvorstje of een winterse bui mogelijk, maar dat is allemaal nog ver weg en lang niet ieder model gaat daarin mee. Bij een ‘5’ en ‘6’ lijkt de kans op een winters intermezzo groter te zijn, maar ook hier geldt, het duurt nog méér dan vijf dagen alvorens dit gaat gebeuren en de modellen en pluimen zijn nog te ‘zwabberig’, er kan bepaald nog geen vergif op worden ingenomen. Kreten die we dan horen zijn zoals: “Die noordelijke aanpunting lukt niet goed”, “O jee, dat hoog gaat zakken”, “Dat wordt een Balkanveeg”, “De oceaan ligt verkeerd”, enzovoort. Als u niet begrijpt wat hiermee wordt bedoeld, dan kan ik kort zeggen dat hiermee wordt aangegeven dat de winter in ons kikkerlandje wellicht kort gaat duren, of wellicht zelfs al wordt af geserveerd, nog voor hij is begonnen. Maar zeker bij een ‘6’ komt het positieve gevoel bij menige winterliefhebber toch wel al om de hoek kijken.
Dat geldt zeker als er een ‘7’ of zelfs een ‘8’ wordt uitgedeeld. De kans wordt groter dat het enige tijd gaat winteren. De modellen worden wat dat betreft vasthoudender en geruststellend is dat dit winterse weer – hoewel nog steeds geen realiteit - zich al binnen een termijn van vijf dagen lijkt aan te dienen.
Bij een ‘9’ en zeker een ‘10’, is de buit (zo goed als) binnen. De vorstgrens klopt als het ware aan de poort en valt vandaag of morgen binnen, en zal ons land, al dan niet met sneeuw, minstens dagenlang in zijn ijzige greep houden. Deze, als grap begonnen index, kan dus best serieus worden toegepast.

En wat voor een Joki zou ik vanochtend, na het bekijken van de nieuwste pluimen en kaarten moeten geven? Een ‘7’ doet het meest recht aan de huidige situatie, maar mocht het ECMWF vanavond en morgenochtend nog steeds vergelijkbare kaarten als vanochtend laten zien, dan is een verhoging naar ‘8’ te rechtvaardigen. Laat maar komen, die winter!

Bronnen: MeteoGroup, weerwoord, KNMI.